In 1814 was er al de tekening met William Norris

Twee eeuwen geleden werden patiënten ook vastgebonden, en ook toen was de verontwaardiging groot. Dat verandert niet, zegt historicus Vijselaar.

Het beeld van Brandon, vastgebonden aan de muur van zijn kamer, kwam historicus Joost Vijselaar direct bekend voor. Het deed hem denken aan een in de psychiatrie beroemde afbeelding van de patiënt William Norris, die aan het begin van de negentiende eeuw twaalf jaar zat vastgeketend in Bedlam, het bekendste ‘dolhuis’ van Engeland.

„Eigenlijk op dezelfde manier, in een soort harnas en aan een beugel in de muur”, zegt Vijselaar, bijzonder hoogleraar geschiedenis van de psychiatrie aan de Universiteit Utrecht. De afbeelding had grote invloed. William Norris werd een symbool van de mensonwaardige toestanden in de Engelse gestichten. In 1814 brachten niet minder dan zes leden van het Britse parlement hem een bezoek. De parlementariërs verklaarden allemaal dat hij rustig oogde en goed in staat was tot een inhoudelijk gesprek. Mede als gevolg van de publiciteit werd Norris uit de kettingen bevrijd. Maar de omstandigheden waarin hij zo lang had verkeerd hadden hem zo verzwakt, dat hij korte tijd later aan een longontsteking overleed.

Tot ‘William Norris’ was het vastbinden van mensen die als krankzinnig werden beschouwd gangbaar en geaccepteerd. Maar een decennium na zijn dood ontstond in Engeland een beweging genaamd Non-restraint, die af wilde van de fysieke dwangmiddelen in de inrichtingen. Dwangbuizen, die ruim een eeuw eerder de ijzeren voetboeien hadden vervangen, werden verbrand. Er kwam wel iets voor in de plaats: de isoleercel. „Uiteindelijk vindt men isoleren humaner dan vastbinden”, zegt Vijselaar.

Dat wil zeggen, in Engeland. De houding ten aanzien van dwangmiddelen blijkt deels cultureel bepaald. Zo waren de Fransen volgens Vijselaar helemaal niet gediend van de non-restraintbeweging. Ook een gezaghebbende Nederlandse gezondheidsinspecteur moest niets van de isoleercel hebben. „Hij vond dat je mensen altijd beter in de groep kon laten. Als je ze alleen liet, gingen ze volgens hem vreselijke dingen doen, zoals ontlasting op de muren smeren of masturberen.”

Toch was eind negentiende eeuw de opvatting dat isoleren beter is dan vastbinden ook in Nederland gemeengoed. Zozeer, dat separatie hier tot op de dag van vandaag vaker wordt toegepast dan in omringende landen. Het kreeg in de Nederlandse cultuur zelfs de voorkeur boven medicatie. „Het verschijnsel platspuiten wordt in Nederland ‘chemische dwang’ genoemd”, zegt Vijselaar. „In Scandinavië is veel minder bezwaar tegen medicatie, daar wordt dat weer veel vaker toegepast.”

Incidenteel blijft het ook in Nederland voorkomen dat onrustige patiënten worden vastgebonden. Eind jaren tachtig was er grote maatschappelijke verontwaardiging over een foto van Jolanda Venema. De verstandelijk gehandicapte vrouw, toen 23 jaar oud, was met een touw naakt vastgebonden aan een muur van haar kamer in een instelling.

Sinds 2009 is er het programma ‘Ban de Band’, waarmee zorginstellingen het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen terugdringen. Met ingang van 2011 zijn banden en andere middelen, zoals tafelbladen, waarmee demente ouderen worden vastgezet in hun stoel, alleen nog onder strenge voorwaarden toegestaan. Daar is ook een wetenschappelijke reden voor. Uit onderzoek blijkt dat gebruik van deze middelen leidt tot angst, depressie, onrust, meer medicijngebruik en een groter risico op incontinentie, doorligwonden en letsel. Door (verkeerd) gebruik van banden overlijden per jaar gemiddeld drie mensen, in 2008 zelfs acht.

Het verzet tegen middelen om onrustige patiënten te kalmeren komt in golven, zegt Vijselaar. Midden negentiende eeuw was er een, eind negentiende eeuw, in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw en weer in de jaren 60 en 70. „Zo’n beweging begint met verve, maar raakt na een tijdje in het slop. Het blijkt moeilijk de cultuur, het elan, de inzet die erbij horen in stand te houden. Het vergt zoveel geduld en tact om patiënten zonder dwangmiddelen te behandelen. Mensen weten dat een tijd op te brengen, maar niet eindeloos.”

Zijn er over twee eeuwen nog steeds Brandons? „De geschiedenis laat zien dat het een tijdloos verschijnsel is”, zegt Vijselaar. „En dat het voortkomt uit de aard van de problematiek. Er zijn vormen van gedrag waar geen kruid tegen gewassen is.”