Iedere dag bellen ze over zeerovers

OM praat voor het eerst over het vervolgen van piraten.

„We moeten af van de mythes van piraten als Robin Hoods en dat ze vervolging niet erg zouden vinden.”

Gerrit Nijenhuis en Henny Baan onderhielden drie maanden lang een beroepsmatige belrelatie. Kapitein-luitenant-ter-zee Nijenhuis voer van september tot december met het marineschip Amsterdam voor de kust van Somalië. Iedere keer dat hij vermoedelijke piraten onderschepte, belde hij de 06 van officier van justitie van het Landelijk Parket Baan. Samen bekeken zij of er voldoende grond was om de verdachten aan te houden en over te vliegen naar Nederland voor een proces. Nijenhuis hield in totaal 44 Somaliërs tegen op zee. „Ik heb in die periode vaker met Henny gebeld dan met mijn vrouw”, aldus Nijenhuis tijdens een dubbelinterview gisteren op het ministerie van Defensie in Den Haag.

Uiteindelijk werden vijf Somaliërs daadwerkelijk naar Nederland gebracht. Zij worden vervolgd voor het kapen van het Zuid-Afrikaanse zeiljacht Choizil, in oktober. De regiezitting in de zaak is op 23 februari in Rotterdam. Het wordt het tweede piratenproces in Nederland: in juni vorig jaar veroordeelde de rechtbank in Rotterdam vijf Somaliërs tot vijf jaar cel wegens de mislukte kaping van een Nederlands-Antilliaans vrachtschip in januari 2009. Dat was de eerste veroordeling van Somalische zeerovers in een westers land – met Henny Baan ook toen in de rol van officier van justitie, samen met collega Ward Ferdinandusse.

Nijenhuis en Baan vertellen tegenover deze krant over hun samenwerking. Nijenhuis keerde vrijdag terug in Den Helder nadat de Amsterdam eerst nog de Franse marine had geassisteerd bij Ivoorkust, waar een politieke crisis heerst. Het Openbaar Ministerie praat in de persoon van Baan voor het eerst uitvoerig met de pers over de Somalische piraten. „De situatie in Somalië is na twintig jaar oorlog verschrikkelijk, maar we moeten af van de mythes van piraten als Robin Hoods en mensen die het niet erg vinden om te worden vervolgd omdat ze dan feest kunnen vieren in een rijk land”, aldus Baan. „De piraterij bij Somalië is harde criminaliteit.” De internationale marine-inzet en juridische vervolging ten spijt, houden de zeerovers volgens de Europese marinemissie Atalanta een recordaantal schepen (29) en zeelieden (699) in hun macht.

Hoewel Nederland eerder Somalische piraten veroordeelde, is de nieuwe rechtszaak buitengewoon. Direct na de aanhouding van de vijf Somaliërs werd de complete Rotterdamse raadskamer overgevlogen naar het marineschip de Amsterdam zodat de verdachten binnen de vereiste tijdslimiet konden worden voorgeleid. En voor het eerst vervolgt een westers land piraterijverdachten zonder dat er een rechtstreeks nationaal belang in het geding is: opvarenden en vlag van de Choizil waren Zuid-Afrikaans.

Waarom zou Nederland de vervolging dan op zich moeten nemen?

Baan: „Er is overlegd met Zuid-Afrika, maar justitie in Nederland maakt ook zijn eigen afweging. Dankzij ‘universele rechtsmacht’ kunnen wij de piraten vervolgen. We beschikken over overtuigend bewijsmateriaal. Wij denken dat we in Nederland een sterke zaak hebben.”

Nijenhuis: „We pakten ze enkele weken na de kaping van de Choizil. Op basis van inlichtingenmateriaal zoals luchtfoto’s konden we ze koppelen aan de kaping. Een van de Somaliërs bleek zelfs het visitekaartje van de schipper bij zich te hebben.”

Baan: „Nederland heeft belang bij vervolging omdat piraterij de internationale rechtsorde aantast. Van een afstand lijkt piraterij een economische activiteit: zeerovers gijzelen opvarenden, reders betalen losgeld en ieder gaat zijns weegs. In werkelijkheid is het georganiseerde misdaad met veel slachtoffers. We kennen verhalen van gijzelaars die met handen en voeten gebonden urenlang in het water worden gehangen. Piraten houden schijnexecuties. Ze hebben een kapitein laten doodbloeden. Ernstige misdrijven, waarbij je niet zomaar kunt wegkijken. Bovendien spelen er economische belangen. Piraten belemmeren de vrije doorvaart. En ze bedreigen voedselschepen richting Somalië. Het gaat om handhaving van de internationale rechtsorde.”

Nederland haalt zo zeerovers binnen die na hun celstraf niet zomaar kunnen worden teruggestuurd, daar is Somalië te onveilig voor.

Baan: „Je begint niet met oogkleppen aan een zaak. Belangen worden altijd afgewogen. Maar er bestaat niet voor niets ‘universele rechtsmacht’. Het tegengaan van piraterij is iets waarvan we ooit besloten hebben: dat is extra belangrijk. Los daarvan: het beeld dat Somalische zeerovers het zo fijn vinden hier, klopt niet. Dat idee is ontstaan nadat één verdachte dat vorig jaar zei en de media dat overnamen. Ze krijgen nu wel drie keer per dag te eten, maar ze missen hun familie thuis. Dat verhaal hoor je niet.”

Vervolging is toch een druppel op een gloeiende plaat?

Baan: „Ja, maar zonder druppels koelt de plaat nooit af. Je zegt ook niet: de criminaliteit in Nederland neemt toe, maar laten we maar niet overgaan tot vervolging. De veroordeling van de vijf Somaliërs vorig jaar was bovendien een steun in de rug voor andere landen. Duitsland, België, Frankrijk: ze vervolgen allemaal Somalische piraterijverdachten. Denemarken overweegt een proces te beginnen. Ik wissel kennis en expertise uit met collega’s in die landen. Het succes in Nederland motiveert hen ook.”

EU-marinemissie Atalanta moet ook de illegale visserij door buitenlandse schepen bij Somalië tegengaan. Veel piraten zeggen dat ze door die visserij tot zeeroverij worden gedwongen.

Nijenhuis: „Het illegale visserijargument speelde misschien ooit een rol bij het ontstaan van de piraterij, maar tegenwoordig is zeeroverij een doel op zichzelf. Wij hebben in drie maanden tijd slechts één vermoedelijk illegale visser gezien, een Koreaans schip. Daar hebben we foto’s van gemaakt. Maar de meeste Somalische vissers vertellen ons dat ze het meest bang zijn voor de piraten uit Somalië.”