Hij is weer een partner, niet meer mijn kind

Niemand zegt meer hoe het moet in de liefde. Je mag zelf kiezen. Maar welke keuzes maken we dan?

Vandaag: de liefde van Marieke (43) uit Eindhoven.

„Liefde moet moeilijk zijn. Liefde is niet iets wat je zomaar krijgt. Vrienden wel, daarom zijn vriendschappen ook zo heerlijk ongecompliceerd. Maar liefdes, daar moet je voor vechten.

Mijn relaties zijn dan ook zo: nooit makkelijk. Drie jaar geleden heb ik mijn vriend verloren. Hij is overleden aan een hartstilstand. Opeens. We waren vierenhalf jaar samen. Niet dat die relatie altijd goed was. Zeker niet. Aan de ene kant was hij geweldig, aan de andere kant was het echt verschrikkelijk. Ik heb nog nooit een liefde gehad die zoveel energie kostte. Het was aantrekken en afstoten, de hele tijd. Dodelijk vermoeiend maar ook heel spannend.

De ene dag vochten we en schreeuwde ik: ik wil je nooit meer zien! En een paar dagen later, of de volgende dag zelfs, zag ik hem de kroeg binnenkomen en kon ik haast geen adem meer halen. Kijk nou, die man kan toch iedereen krijgen die hij wil, zei ik tegen een vriendin. Ik dacht dat de hele wereld de hele tijd naar hem zat te kijken en dat iedereen dacht: jezus wat ben jij geweldig. Dan zei mijn vriendin: nou ja, hij is wel leuk hoor, maar nu overdrijf je toch wel een beetje. Dan dacht ik, jij bent niet goed bij je hoofd. Je kijkt niet goed.

Ik heb nu een nieuwe vriend. Sinds twee jaar. Hij is heel anders, veel rustiger. Toch is ook deze liefde niet rustig. Daar zorg ik wel voor. Ik zoek de spanning op als het allemaal heel soepel en makkelijk gaat. Dan maak ik ruzie of begin ik een discussie.

Maar de spanning in mijn relatie komt niet alleen van mij. Mijn nieuwe vriend loog dat hij een baan had terwijl hij werkloos was. Hij vertelde niet dat hij zijn huis had verkocht. Hij zei niet dat hij depressief was. Toen ik daar na drie maanden achterkwam, zeiden vrienden: doe hem toch weg, wat moet je bij die man. Maar dat wilde ik niet. Misschien is het omdat ik onzeker ben in de liefde. Ik denk dat het vooral is omdat ik trouw ben. Als ik iemand leuk vind, dan moeten de honden er echt geen brood meer van lusten voor ik ermee stop. En dat komt eigenlijk bijna niet voor.

De begintijd met mijn nieuwe vriend was geweldig. Ik leerde hem kennen via internet. Na de dood van mijn vorige lief mailde ik veel met vrienden. Dat is makkelijker dan bellen, ik werd er een beetje moe van elke keer weer hetzelfde verhaal te moeten vertellen. Mailen was fijner, maar na een maand of twee, drie hield dat een beetje op. Dan zijn mensen klaar. Dat neem ik niemand kwalijk, is helemaal geen verwijt, maar voor de meeste mensen is het dan vrij normaal dat iemand dood is.

Via een of andere online liefdestest kwam ik bij een datingsite terecht. Zo ontmoette ik hem. Ik was ineens weer Marieke. Ik was niet meer iemand die haar vriendje verloren had. Natuurlijk was ik de rest van de dag nog steeds de vrouw wier vriend dood was, maar niet tijdens de mailtjes. Dan hadden we het over gewone dingen. Heb je die film gezien, heb je dat boek gelezen? Ik heb hem pas later verteld van mijn overleden vriend, dus hij vroeg ook niet om de haverklap: hoe gaat het nou? De mailtjes waren onschuldig. Hoewel we toen al wel wisten dat we elkaar leuk vonden. Leuk leuk.

Daarna volgde een geweldige zomer. Zorgeloos. Daar had ik behoefte aan. Ik kwam er achter dat hij ondertussen bij zijn moeder woonde. Hij legde het uit. Hij was zijn baan kwijtgeraakt, had zijn huis moeten verkopen en hij kreeg een depressie. Achteraf gezien was dat een prima moment geweest om te stoppen. Laat gaan, laat gaan, dacht ik nog even.

Maar als ik iemand kan redden dan zal ik het natuurlijk niet laten. Het is mij een raadsel waarom. Je doet uiteindelijk natuurlijk alles voor jezelf. Ik hoop dat er ook iemand voor mij is als ik het nodig heb. Altruïstisch? Nee, ik denk het niet.

Ik zei tegen mijn vriend dat hij bij mij kon komen wonen. Dan kon hij vanuit mijn huis werk zoeken. Hij heeft hier twee maanden gezeten, toen voelde ik dat ik er helemaal aan onderdoor ging. Het enige wat hij deed was in bed liggen en verder, tja, dat wat depressieve mensen doen. Niet zoveel. In ieder geval zeker niet de problemen aanpakken. Dat ging echt tegen mijn natuur in. Ik heb heel vaak hulp aangeboden, maar hij deed niets. Hij had niet eens een uitkering aangevraagd. Hij kon nog niet zijn post openen.

Hij moest weg. Ik kon niet meer. Zijn familie kon hem niet opvangen en ik heb hem toen bij de kortdurende opvang moeten afzetten. Een soort daklozenopvang is dat. Het was Kerstmis. Dikke pakken sneeuw. Ik vond het verschrikkelijk.

De situatie was zo uitzichtloos. Ik denk dat als ik hem niet had weggebracht er nog steeds niets was veranderd. Hij zat natuurlijk in zijn depressie en iemand met een depressie kun je dat niet verwijten, maar voor mij was het toen echt veel te veel.

Het gaat nu goed met hem. Hij heeft een huurwoning, een uitkering en hij is weer een partner voor mij – en niet langer mijn kind. Ik kon weer iemand zien die interessant was.

Hij is de ware voor mij. Eerst was dat mijn vorige vriendje, daarvoor weer andere vriendjes en nu is hij dat. De ware is niet iemand waar je op straat plots tegenaan loopt. De ware zit in je hoofd. Als ik vind dat hij de ware is, dan is hij dat. Dat kan volgende week anders zijn, of over vijf maanden, of nooit. Ik weet het niet. Maar ik ben niet meer zo van de eeuwigheid. Toen ik achttien was dacht ik dat de liefde met de jaren alleen maar groter zou worden. En mooier, en fijner, en liever en meer betrokken. Inmiddels geloof ik daar niets meer van. Nu denk ik, elke tijd heeft zijn eigen liefde.”

Dit is de eerste aflevering van een interviewserie waarin mensen praten over hun verwachtingen en teleurstellingen in de liefde. Wil je meewerken aan deze serie? Mail dan naar next@nrc.nl.