Gij zult niet communiceren met Kamerleden

Informatie is macht. Dus gaan kabinetten creatief om met hun plicht de Tweede Kamer te informeren. Niet volledigheid, maar het frustreren van de oppositie is vaak het doel.

Onjuist, tekortschietend, verhullend, misleidend, selectief, overdadig; de informatiestroom tussen kabinet en Tweede Kamer kent vele onvolkomenheden.

Dat concludeert Guido Enthoven, directeur van het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie in zijn proefschrift Hoe vertellen we het de Kamer?

Het terugkerend patroon van gebrekkige informatievoorziening kabinet aan de Kamer wordt door Kamer „doorgaans geaccepteerd”, schrijft Enthoven. Dat zou kunnen komen omdat hij in het voordeel is van de regerende partijen. Coalitiefracties worden eerder en beter door ambtenaren geïnformeerd dan leden van oppositiefracties. Kamerleden van oppositiepartijen ontmoeten „vooral wantrouwen omdat zij doorgaans niet zullen schromen om mogelijke misstanden of voorbeelden van beleidsfalen uit te vergroten en onder het volle licht van de openbaarheid te brengen”.

Het selectief, volgens sommigen gebrekkig, informeren van de Kamer kent een lange en eerbiedwaardige traditie. Het idee dat informatie die met publiek geld is betaald ook voor het publiek beschikbaar zou moeten zijn, is nooit echt ingedaald bij ministers.

Dat blijkt ook weer uit recente onthullingen via de Amerikaanse diplomatenpost waar deze krant inzage in heeft. De Verenigde Staten werden beter ingelicht over het beleid rond de aankoop van JSF-gevechtsvliegtuigen dan de Tweede Kamer. Ook over de aard van de militaire missie naar Afghanistan bleek de Kamer niet goed geïnformeerd.

Vaak is de wijze van informeren juist een graag gebruikt onderdeel van een strategie van de regerende partijen om politieke tegenstand te frustreren. Enthoven citeert ambtenaren, ministers en Kamerleden over hoe dat werkt.

„Timing is een instrument dat soms bewust wordt ingezet. Nog snel even een dag voordat een Kamerdebat plaats vindt een brief van 15 kantjes sturen aan de Kamer.”

„De voordelen en toekomstprognoses worden nadrukkelijk en rozig geprojecteerd. De risico’s worden regelmatig onderbelicht.”

“De informatie die je krijgt van departementen is soms omfloerst verwoord, omzichtig geformuleerd en af en toe staat essentiële informatie ergens verstopt middenin een dik rapport.”

„Onwelgevallige informatie wordt nog even binnenskamers gehouden, ook al is het een tikkende bom. De neiging bestaat om informatie dan ‘onder de pet te houden’, teneinde de zaken eerst zelf op te lossen.”

„Je krijgt als bestuurder en volksvertegenwoordiger geselecteerde informatie; 80 procent van de alternatieven is al weggeredeneerd in het ambtelijk voortraject.”

De gebrekkige formele informatieoverdracht tussen kabinet en parlement kunnen Kamerleden nauwelijks compenseren door informele contacten. Ambtenaren zijn bang om Kamerleden vrijuit te informeren. Dat komt vooral door de ‘oekaze-Kok’. Deze aanwijzing van toenmalig premier Wim Kok is verworden tot een „iconisch begrip”, zegt Enthoven: „Trainees bij het Rijk krijgen in hun klasjes te horen: gij zult niet communiceren met Kamerleden.”

De Kamer wordt regelmatig wel adequaat geïnformeerd. Maar er is een „terugkerend patroon van gebrekkige informatievoorziening”.

Kennis en ideeën van ambtenaren blijven volgens Enthoven ten onrecht buiten het debat. Door ministeries aangevraagd wetenschappelijk onderzoek dat de politieke lijn van minister niet steunt, wordt niet openbaar gemaakt – een gang van zaken die in strijd is met de regels van de wetenschappelijke onafhankelijkheid.

Deze praktijken zijn slecht voor de democratie, omdat ze volgens Enthoven de belangrijkste rol van de Tweede Kamer ondergraven: het controleren van de regering.

Enthoven vindt dat de overheid informatie „actief” en „toegankelijk” aan parlement en samenleving moet geven. Maar dan moet de Kamer zijn rol serieuzer nemen, en dat afdwingen.