Een plek waar iedereen mag komen sterven

De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde wil een kliniek openen voor mensen die euthanasie willen, maar geen arts kunnen vinden.

Ze verwacht grootschalige demonstraties. Spandoeken. Biddende mensen. „Een klimaat als bij de opening van de eerste abortuskliniek, begin jaren zeventig”, zegt Petra de Jong, directeur van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE).

Als het aan de NVVE ligt, wordt er volgend jaar in Nederland een kliniek geopend waar mensen worden geholpen hun leven te beëindigen. De zogenoemde ‘levenseindekliniek’ is bedoeld voor mensen die euthanasie willen, maar geen arts kunnen vinden om hen te assisteren. Uit haalbaarheidsonderzoek blijkt dat vooral kankerpatiënten belangstelling hebben voor zo’n initiatief. „Maar ook psychiatrische patiënten en mensen met Alzheimer zien in ons een laatste strohalm”, vertelt De Jong.

De levenseindekliniek is geen noviteit. Zo richtte de Zwitserse advocaat Ludwig Minelli in 1998 de organisatie Dignitas op, waar mensen hulp krijgen bij het beëindigen van hun leven. In Zwitserland worden echter geen alzheimerpatiënten behandeld, noch mensen met een psychiatrische aandoening. Volgens De Jong worden euthanasieverzoeken van juist déze groepen vaak afgewezen door artsen. „Slechts drie verzoeken van psychiatrische patiënten werden vorig jaar gehonoreerd.”

De NVVE rekent op zo’n duizend aanmeldingen per jaar. De kliniek – die in een rustige omgeving buiten de stad moet komen te liggen – kan volgens de vereniging het beste worden vergeleken met een hospice, een verzorghuis waar uitbehandelde patiënten heengaan om te sterven. Alleen de opnametijd is veel korter: gemiddeld drie dagen. In de periode voorafgaand aan de opname worden patiënten gescreend en bekijken medewerkers of er geen alternatieven zijn voor hun doodswens. Samenwerking met ziekenhuizen, verpleeghuizen en hospices is daarbij van groot belang. „We opereren binnen de wettelijke kaders”, aldus De Jong.

Artsenorganisatie KNMG laat weten de levenseindekliniek „onwenselijk” te vinden. „Zorgvuldige besluitvorming over de dood vraagt om een open blik, niet om een tunnelvisie waarin de dood de enige uitkomst is”, zegt directeur Lode Wigersma. De KNMG heeft met name bezwaar tegen de korte opnametijd, maar is daarnaast ook bang dat een levenseindekliniek de verwachting wekt van een recht op euthanasie. „De suggestie dat in een levenseindekliniek meer zou kunnen dan thuis of in het ziekenhuis, is onjuist.”

In Nederland is euthanasie uitsluitend toegestaan bij „ondraaglijk en uitzichtloos lijden”. Maar lang niet alle patiënten die voor euthanasie in aanmerking komen, kunnen op de hulp van een arts rekenen. Zij stuiten geregeld op gewetensbezwaren, een probleem dat wordt erkend door de KNMG. „Een arts met gewetensbezwarenheeft de plicht patiënten door te verwijzen naar een arts die wél voor euthanasie openstaat”, zegt Wigersma.

Een woordvoerster van de Inspectie voor de Gezondheidszorg zegt dat de kliniek niet op bezwaren stuit, zo lang medewerkers „voldoen aan de eisen voor zorginstellingen” en „de voorwaarden voor euthanasie toepassen”. „Wij handhaven en toetsen”, zegt zij. „Bij dit soort kwesties zullen wij nooit van tevoren een standpunt innemen.”

Volgens de NVVE stuit de kliniek vooral in religieuze kring op bezwaren. Directeur De Jong was dan ook niet verbaasd dat CDA-Kamerlid Margreeth Smilde, woordvoerder volksgezondheid voor haar partij, vanmorgen in een radioprogramma aankondigde Kamervragen te zullen stellen. „Dit is pas het begin van grootschalig verzet”, aldus De Jong.

KWF Kankerbestrijding is zeer verbaasd over de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek van de NVVE. „Het komt niet vaak voor dat euthanasieverzoeken van kankerpatiënten niet gehonoreerd worden”, zegt een woordvoerder. „De diagnose is meestal helder, dus waarom zou een arts niet meewerken? Bij kankerpatiënten voorzie ik weinig belangstelling voor zo’n kliniek.”