Diep in zijn hart wil Brandon lief zijn

Brandon van Ingen wordt volgens zijn moeder al drie jaar aan een band vastgeketend.

Er zijn helaas geen alternatieven, aldus de instelling ’s Heeren Loo.

Rotterdam. - Een begeleider kon het niet meer aanzien dat een bewoner van de instelling ’s Heeren Loo voortdurend werd vastgebonden. Samen met zijn moeder zocht ze de publiciteit.

Zes vragen over Brandon.

1Wie is Brandon?

Brandon is een jongen van 18 jaar met een lichte verstandelijke beperking en hechtings- en stemmingsstoornissen. Tussen 2004 en 2007 was hij een van de patiënten in een project van Duitse en Nederlandse zorginstellingen voor mensen bij wie de hulpverlening vastliep. In een publicatie over dat project vertelt zijn moeder dat hij als baby al moeilijk was. „Als kleuter was hij overbeweeglijk, klom overal op en in en luisterde absoluut niet. Als ik bijvoorbeeld met hem in de supermarkt was, riep hij almaar vreselijk obscene scheldwoorden naar mij en naar anderen en dan kon ik hem met geen mogelijkheid stil krijgen. Hij was volstrekt onvoorspelbaar en zag geen gevaar.” Brandon verloor op jonge leeftijd zijn vader en verbleef vijf jaar in een observatiecentrum, omdat er geen plaats was in een instelling. „Ik weet zeker dat hij diep in zijn hart lief wil zijn”, zegt zijn moeder over hem. „Maar íéts in hem wil pesten, uitlokken, je laten schrikken.”

2Waar woont Brandon?

Brandon woont sinds zijn 12de (2004) in ’s Heeren Loo, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking in Ermelo. In de brief die staatssecretaris van Volksgezondheid Marlies Veldhuijzen van Zanten (CDA) gisteren aan de Kamer heeft gestuurd staat: „In ’s Heeren Loo werden Brandons problemen, doordat hij ouder en sterker werd, steeds erger. [...] Er zijn in die tijd diverse (gewelds)escalaties geweest.”

3Is Brandon altijd vastgebonden?

Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg zit Brandon niet 24 uur per dag vast aan de muur, maar wel een groot deel van de dag. Als hij in gezelschap is van andere mensen wordt hij uit voorzorg altijd vastgebonden, zegt een woordvoerder van de inspectie. Tijdens het slapen heeft hij geen band om. „Je hebt soms zulke extreme gevallen. Dan zijn er helaas geen alternatieven voor zo’n band”, aldus de woordvoerder.

4Is hij altijd zo vaak vastgebonden geweest?

Nee. Uit de publicatie over het Duits-Nederlandse project blijkt dat hij op zijn veertiende elke dag naar de ‘dagbesteding’ ging. In die tijd werd hij begeleid door een team van vijftien mensen, die op hun beurt ook weer begeleid werden door een coach van buiten de instelling. In zijn vrije tijd speelde hij met lego en deed hij graag verstoppertje. Ook hield hij van kwartetten, tekenen en briefjes schrijven. Een begeleider vertelde dat hij nog maar sporadisch werd vastgebonden. „Hij kan steeds vaker zelf een activiteit uitkiezen en die ook goed afmaken. Tegenwoordig gaan we regelmatig met hem zwemmen en dat vindt hij heerlijk. Er gaat veel minder kapot en ik ben er tamelijk zeker van dat hij het steeds beter zal gaan doen.”

Uit de brief van de staatssecretaris staat dat Brandon twee jaar geleden nog naar buiten kon, maar dat het in dat jaar ook fout ging. „In 2009 heeft de instelling een speciaal aangepaste woonruimte voor Brandon beschikbaar gesteld, die meer tegemoet zou komen aan zijn zorgvraag. Deze woonruimte, waarin 500.000 euro is geïnvesteerd, heeft hij kort daarna vernield. Daarna is Brandon terugverhuisd naar het instellingsterrein.”

5Waarom kon hij eerst wel, en later niet meer naar buiten?

Dit is onbekend, ’s Heeren Loo geeft hier geen informatie over. Psycholoog Willem Cranen, projectleider van het Duits-Nederlandse project waaraan Brandon deelnam denkt dat adequate begeleiding in de loop van de tijd is gaan ontbreken. „Continuïteit in de ondersteuning en coaching is heel belangrijk. Als daarin te veel misgaat kom je soms in een neerwaartse spiraal van steeds meer vrijheidsbeperking of medicatie. Brandon is iemand die zelf worstelt met de driften die hij in zich heeft. Daarmee moet hij worden geholpen. En als je de hele dag niets te doen hebt, word je ook boos en agressief. De instelling moet zorgen voor een alternatieve dagbesteding. Vier jaar geleden was die er wel. Men had ook doelstellingen voor hem. Al was het niet makkelijk, hoor. Hij ging elke dag wandelen, met een tuigje. Hij liep vaak weg en ging dan onaangepast gedrag vertonen. Over auto’s heen lopen bijvoorbeeld.”

6Is er dan geen andere oplossing voor hem?

Volgens psycholoog Willem Cranen mag de instelling niet ophouden naar een alternatief te zoeken. „Je kunt niet zeggen: we kunnen niet meer doen dan dit. Je moet altijd blijven zeggen dat je hier niet tevreden mee bent. Zeker niet bij een jongen van 18, die als het goed is zijn leven nog voor zich heeft.”