De verborgen zegen van de kredietcrisis

De nasleep van de kredietcrisis biedt een uitgelezen kans om economie en samenleving ingrijpend te hervormen, vindt de econoom Arjen van Witteloostuijn. Het moet flexibeler, dynamischer en simpeler.

Den Haag:24.3.5 Raad van economische adviseurs. © NRC Handelsblad, Roel Rozenburg

Nederland heeft zich redelijk door de crisis geslagen. Maar op wereldschaal dreigt achterstand. Waarom? Politiek en sociale partners gaan nonchalant om met actuele uitdagingen als de bevolkingskrimp, de kenniseconomie, de opkomst van sterke economieën als China en India door de verdere mondialisering.

De samenleving is verstard, het sociale stelsel verouderd, zegt Arjen van Witteloostuijn (50), hoogleraar economie en bedrijfseconomie aan universiteiten in Utrecht, Tilburg en Antwerpen.

Nederland moet het roer wensen, nu het nog kan, waarschuwt Van Witteloostuijn. „Als we niet veranderen, dan lopen we vast.”De kredietcrisis heeft een niet te onderschatten nasleep, zegt hij. „Het kan wel tien jaar duren voor we er weer bovenop zijn.”

Overheden voeren draconische bezuinigingen door. Uit het verleden blijkt dat als het financiële systeem vermolmd is geraakt, het gemiddeld tien jaar duurt voordat het stelsel weer enigszins hersteld is. Dat betekent volgens Van Witteloostuijn vele jaren van weinig economische groei.

Het Internationaal Monetair Fonds voorziet voor de eurozone voor dit jaar niet meer dan gemiddeld 1,5 procent groei. In Nederland zal de groei ver onder de 2 procent blijven. En dat terwijl de zeventien eurolanden juist snakken naar vergroting van de economische koek om uit de problemen te komen. Daarvoor zijn volgens Van Witteloostuijn grondige financiële en economische hervormingen onontbeerlijk.

De gevolgen van de ineenstorting van het financiële systeem voor de reële economie kunnen niet uitblijven, schrijft hij in de net verschenen boek ‘Nederland na de crisis’. Het is een bundel adviezen van economen van de Koninklijke Vereniging voor Staathuishoudkunde. Die pakt regelmatig omstreden onderwerpen bij de kop, zoals de scheve verhouding op de woningmarkt en invoering van marktwerking in de publieke sector. Deze keer gaat het over de weerslag van de financiële crisis op de Nederlandse economie.

Van Witteloostuijn houdt van provoceren. Eerder schreef hij ‘De anorexiastrategie: over de gevolgen van saneren’ – een kritische en veel besproken analyse van het Nederlandse poldermodel en de risico’s van het Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme.

„Een verborgen zegen” noemt Van Witteloostuijn de kredietcrisis, die de financiële instellingen in de hele wereld met een onvoorstelbare hoeveelheid schulden van ruim 60 biljoen (60.000 miljard) dollar heeft opgezadeld en Europese leiders tot reddingsacties dwingt om meer ‘Griekse toestanden’ te voorkomen.

Hoezo is dat een ‘verborgen zegen’?

„Serieuze hervormingen komen alleen tot stand als het echt een keer helemaal mis gaat. Dat kan een financiële crisis zijn of een economische, zoals in Engeland in de rampzalige jaren zeventig. De vastgelopen economie en de torenhoge werkloosheid waren destijds voor de regering van Margaret Thatcher reden om tal van moderniseringen door te voeren.

„Mijn hoop is dat de boel nu ook wordt opgeschud. De wereldleiders moeten terug naar de tekentafel om, net als na de grote beurscrisis in de jaren dertig, de architectuur van de financiële instellingen en banken te vernieuwen. Destijds zijn onder leiding van de Britse econoom John Maynard Keynes veel goede hervormingen doorgevoerd, waarmee een nieuwe financiële wereldbrand decennialang is voorkomen.

„Maar alle brandgangen die in het financiële stelsel waren gebouwd, zijn weggehaald. Als het nu gaat branden, brandt het meteen overal. Dat moet snel veranderen om een nieuwe, mogelijk ernstiger crisis te voorkomen. Tegelijkertijd moet de reële economie worden aangepakt.”

Wat moet er gebeuren?

„Met doormodderen komen we er niet. Het kabinet-Rutte zet drie stappen terug in plaats van vooruit. Het woord financiële hervorming valt niet eens. De economische hervormingen die worden voorgesteld zijn marginaal.”

Moeten juist financiële hervormingen niet internationaal geregeld worden?

„De toonaangevende industrielanden werken hier aan in de Groep van 20, maar dat gaat traag omdat de belangen niet gelijk oplopen. Nederland kan zelf ook een aantal maatregelen nemen. De commissie-De Wit, die de gevolgen van de crisis voor Nederland onderzocht, heeft goede voorstellen gedaan. Verschillende brandgangen in het financiële stelsel moeten eenvoudig terugkeren, bijvoorbeeld de scheiding tussen zakelijk en particulier bankieren.

„Daarnaast moeten bonussen bij banken verboden worden. Bankiers mogen goed verdienen, maar bonussen geven de verkeerde prikkel. En het toezicht op accountantskantoren moet publiek geregeld worden om te voorkomen, dat accountants instellingen door wie ze betaald worden, automatisch positief beoordelen.

„Verder zouden nieuwe financiële producten moeten worden goedgekeurd door een speciale commissie voordat ze de markt op mogen. Dat moet Europees worden aangepakt.

„Essentieel is ook dat er geen machtsvorming van banken meer ontstaat. Er is messcherpe fusiecontrole nodig. Financiële instellingen moeten klein blijven. Het integreren van ABN Amro en Fortis is fout. Splitsen die hap. Anders kunnen landen zich nooit permitteren een bank failliet te laten gaan en blijven ze banken redden.”

Zoals momenteel in Europa?

„Het lijkt alsof de Europese regeringsleiders en hun ministers van Financiën met de versterking van het noodfonds voor de euro gaat om het redden van Portugal en Ierland. Maar in feite gaat het om reddingsoperaties van de eigen banken, in Frankrijk, in Duitsland, ook in Nederland. Zij hebben voor miljarden aan waardeloze staatsschulden op de balans staan.

„Als banken een deel van het verlies op zich zouden moeten nemen, omdat bepaalde landen niet meer kunnen betalen, heeft dat zijn weerslag op de Duitse en ook de Nederlandse economie. De risico’s van een nieuwe financiële crisis zijn zeker niet denkbeeldig. Daarom is het extra belangrijk dat Nederland hervormt om de dynamiek van de eigen economie te versterken.”

Waarom raakt Nederland mondiaal achterop?

„Kijk naar de opkomende economieën in Azië waar we mee concurreren. De hamvraag is: wat voor soort economie heb je nodig in deze sterk veranderende wereld? Dat is een economie die dynamischer is, losser, minder vastzit in allerlei rigide regels. Dit land, de verzorgingsstaat, is dichtgeslibd met regels.

„Neem het ontslagrecht. We regelen het dicht en dat lokt allerlei ongewenst gedrag uit. Bedrijven nemen minder gemakkelijk personeel in vaste dienst. Het leger flexwerkers groeit daardoor snel. Werkloze ouderen komen nauwelijks aan de slag. En dat terwijl in Nederland juist veel langer doorgewerkt moet worden om de kosten van de vergrijzende bevolking te kunnen betalen.”

Het kabinet stelt voor de AOW-leeftijd naar 66 jaar te verhogen?

„Dat is een lachertje. Pas in 2020 wordt de leeftijd met slechts een jaar verhoogd van 65 naar 66 jaar. Dat is veel te weinig. Zeker gezien de onzekerheid over de hardheid van de aanvullende pensioenaanspraken. Structureel langer doorwerken lost een belangrijk deel van de pensioenproblemen op.

„Ik vrees dat al het gepolder tussen de sociale partners half werk oplevert. Er wordt gekoerst op allerlei uitzonderingsmaatregelen, zodat mensen toch met 65 kunnen ophouden omdat ze een zwaar beroep hebben. Daar hebben we niets aan. Er dient snel een algehele verhoging van de pensioenleeftijd te komen en wie er eerder mee op wil houden, krijgt minder.

„Ons systeem moet structureel simpeler worden met aanzienlijk minder regels en subsidies. Dat geldt ook voor de belastingen en sociale uitkeringen.”

Het kabinet wil het uitkeringsstelsel hervormen.

„Hervorming van de uitkeringen voor jong gehandicapten, Wajongers, is belangrijk. Veel Wajongers willen en kunnen werken. Het probleem is dat het hele sociale stelsel niet meer goed past op de huidige flexibele arbeidsmarkt waarin steeds meer mensen zelfstandig worden. Dat gaat vastlopen.

„Als Nederland veel meer een kenniseconomie wil worden, zal het bijvoorbeeld flink in scholing moeten investeren. Voor werknemers in vaste dienst is dat nog redelijk geregeld. Maar voor de snel groeiende groep zelfstandigen zonder personeel, de zzp’ers, waarvan Nederland er nu al een miljoen telt, is niets geregeld. Deze ontwikkeling staat haaks op een kwaliteitverhoging.

„Tegelijkertijd investeert het Nederlandse bedrijfsleven zelfs te weinig in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten. Uit onderzoek blijkt dat Nederland verder achterop raakt wat betreft innovatiekracht, terwijl we de ambitie hebben tot de eerste vijf kenniseconomieën te horen. Hier zou het kabinet-Rutte grote stappen moeten zetten.”

Bent u niet pessimistisch over uw eigen these, dat de kredietcrisis ‘een verborgen zegen’ is?

„Het goede nieuws is dat het kabinet de overheid flink kleiner wil maken. Als dat werkelijk lukt, zou dat een hele verbetering zijn.

„Mijn hoop neemt wel af als ik zie hoe het politieke debat door de verkeerde thema’s wordt gedomineerd, zoals veiligheid en immigratie. De discussie moet gaan over hoe Nederland werk en welvaart in de toekomst handhaaft met het oog op de bevolkingskrimp en de verhevigde globalisering. Moet er niet een hogesnelheidslijn naar Groningen komen, nu de vergrijzing zorgt voor een krimp van de bevolking in de provincies en groei in de steden. Dat zou bovenaan de agenda moeten staan.

„De kredietcrisis levert behalve problemen ook een kans op om het stelsel dat we hebben flink af te stoffen, flexibeler, dynamischer en eenvoudiger te maken. Dat zou bij uitstek een veranderingsgezind politicus als Rutte moeten aanspreken.

„Rutte moet zich niet laten gijzelen door zijn gedoogpartner PVV. Dkan hij zich als hervormingsgezinde liberaal niet permitteren. Het laatste wat we in deze fase economisch kunnen gebruiken is conservatisme.”