De Uitstellers

Gewapend met een kop koffie en met mijn nog natte haar in een staartje zit ik achter de computer: helemaal klaar voor een werkdag vol noeste arbeid, briljante invallen, gedegen analyses en spitsvondige conclusies. Ik kijk naar het beeldscherm. Het witte document staart terug. Ik neem een slok koffie en bedenk nogmaals hoe paraat ik sta voor de noeste arbeid. En besluit dan dat het natuurlijk ridicuul is om te denken dat ik kan beginnen voordat ik dat storende vaalgele plekje op mijn muur heb geverfd – op naar de Praxis dus. Misschien kan ik dan meteen even kijken naar een leuk bad op leeuwenpootjes.

Schrijfontwijkend gedrag: it’s my middle name. Zodra ik me helemaal heb geïnstalleerd om een goed aantal uren productief werk te leveren, voel ik de onweerstaanbare behoefte om éérst een lijst te maken van alle recepten die ik kan bereiden, de inhoud van mijn boekenkast op kleur te sorteren, al mijn vrienden te googelen en filmpjes te zoeken van Amerikaanse beauty pageants voor kleuters. Tijdens de middelbare school of de studie was het niet anders: ik kon de hele bemanning van de USS Enterprise uit wc-papier hebben geknipt voordat ik eindelijk mijn studieboek inkeek.

Mensen die dit doen zijn Uitstellers. Het zijn mensen voor wie een deadline prangend begint te worden als hij een paar dagen in het verleden ligt en die aan de lopende band to-do-lijstjes maken – om er vervolgens nooit meer op te kijken, ze te vervangen door een Nog Veel Meer To Do’er lijstje of ze kwijt te raken.

De Amerikaanse filosoof John Perry biedt ons Uitstellers een oplossing: structured procrastination. Volgens hem is het prima mogelijk om als Uitsteller ook een nuttig en gewaardeerd menselijk wezen te zijn. Zijn theorie is als volgt: iedereen heeft min of meer een lijstje in zijn hoofd met taken die hij nog moet doen, waarbij het belangrijkste bovenaan staat. Het probleem met Uitstellers is dat ze dit lijstje zo kort mogelijk willen houden: zo denken ze aan de belangrijkste taak toe te komen. In plaats daarvan gaan ze echter onzindingen doen om zich niet met die taak te hoeven bezighouden. Het is dus belangrijk om juist zoveel mogelijk taken op je lijstje te zetten. Zo zul je altijd iets doen wat redelijk nuttig is, om onder het belangrijkste van je lijst uit te komen. Wel moet je een bepaalde mate van zelfbedrog uitvoeren: de nummer 1 van je lijst moet iets zijn wat een zware deadline lijkt te hebben (maar dat niet heeft) en belangrijk lijkt te zijn (maar dat niet is). Volgens hem zit het dagelijks werkleven hier vol mee.

De nummer-1-taak doe je uiteindelijk ook – als iets belangrijkers hem van de troon stoot.

Ik heb inmiddels het vaalgele plekje overgeschilderd. Het is een helwit plekje geworden. ‘De kamer verven’ staat inmiddels op 1 – reden genoeg om aan het schrijven te gaan, dus.

Renske De Greef