De Turk versus de Marokkaan

Jarenlang werd de Turk de Marokkaan ten voorbeeld gesteld als dé belichaming van geslaagde integratie: de Turk had zijn zaakjes goed op orde: hij respecteerde ’s lands wetten, toonde met al die groentezaakjes een gezonde ondernemingszin en beleefde zijn religie op vredige wijze. De Marokkaan daarentegen, tja, die was in al deze opzichten het fotonegatief van de Turk. Dat de Turk tot aan de jongste generatie toe een overontwikkelde binding bleef houden met het Turkse moederland werd lang als een bagatel beschouwd.

Als hij zijn eigen broek maar kon ophouden en met zijn jatten van andermans spullen afbleef, mocht hij tot in de eeuwigheid Turks spreken in zijn Turkse koffiehuis waar altijd een tv aanstond op een Turkse zender die het klokje rond wedstrijden uit de Turkse voetbalcompetitie uitzond.

Maar sinds een paar weken begint het beeld van de Turk als voorbeeldig geïntegreerde exoot barstjes te vertonen. Startpunt was een brandbrief in de Volkskrant van een groep Turken die schreven dat jonge Turken zich steeds minder op hun plek voelen in verrechtsend Nederland.

Als antwoord hierop verschenen er opiniestukken die de ontworteling van jonge Turken niet bij het politieke klimaat in Nederland willen zoeken, maar bij de Turkse gemeenschap zelf die zich niet ondubbelzinnig op Nederland wil richten. Hun Turks nationalisme zit hen in de weg.

Voor Marokkanen is het nationalisme van sommige Turken altijd een onderwerp van afgunst en spot tegelijk geweest. Afgunst omdat Marokkanen geen moederland met een glorieuze geschiedenis hebben, en spot omdat de geëxalteerde lofzangen op Istanbul en Atatürk het belachelijke ruimschoots overschrijden.

De cabaretgroep Borrelnootjez (tweetal Marokkaanse cabaretiers) neemt dit nationalisme op de hak in een geniale sketch: „Turkije Journaal”. Sportoverzicht: Samsungspor - AC Milan: 40 - 0. Weeroverzicht: In Turkije schijnt de zon, in de rest van de wereld regent het.

Mijn Turkse vriend Murat Isik (33), schrijver en jurist, kent de historische oorsprong van dit nationalisme: „Turkije is altijd een lappendeken van minderheden geweest. Nationalisme was de manier bij uitstek om als land een eenheid te vormen, dat werd flink gestimuleerd en werkt tot in Nederland door”. Maar het nationalisme van jongeren die hier opgegroeid zijn, heeft volgens Murat meer te maken met hun onzekerheid over hun plek in Nederland dan met het Ottomaanse Rijk: „Sommigen hebben een overdreven romantisch beeld van Turkije als de plek waar ze thuishoren, waar ze het kunnen maken. In Nederland voelen ze zich hoogstens getolereerd.”

Murat kent de verhalen van hoogopgeleide Turkse jongeren die naar Turkije trekken om daar een bestaan op te bouwen en vervolgens stuklopen op de cultuur: „In Turkije ben je als jongere die in het Westen is opgegroeid vaak een vreemdeling. En het is een harde en hiërarchische samenleving. Ik ken gevallen die zich pas realiseren hoe Nederlands ze zijn als ze Nederland voor Turkije inruilen.”

Murat is blij met het losgebarsten debat: „Al die Turken die elkaar bestoken met opiniestukken maken duidelijk dat we geen homogene groep zijn en dat er verschillende standpunten leven binnen de gemeenschap. Ik hoop dat ze nog vaker van zich zullen laten horen en niet alleen over dit onderwerp, want alles wat Nederland aangaat, gaat ook de Nederturken aan.”

Op Murats bureau ligt een laptop. De screensaver schiet weg en onthult een Word-document. Het zijn pagina’s uit Murats debuutroman in wording. Onderwerp: een Turkse jongen uit de Bijlmer die terugkijkt op zijn jeugd in Oost-Turkije.