Borstkasplopper kan levens redden

Het aantal mensen dat een acute hartstilstand overleeft kan flink stijgen als hulpverleners bij het reanimeren een soort zuignap op de borstkas gebruiken. Op de mond moet een ventiel de luchtinstroom beperken. In een Amerikaans onderzoek, gisteren online gepubliceerd in The Lancet, steeg het percentage overlevenden zonder grote neurologische schade van 6 naar 9 procent.

Cardioloog Ruud Koster, verbonden aan het AMC in Amsterdam en lid van de Reanimatieraad, denkt dat ook in Nederland de ‘borstkasplopper’ levens kan redden. „Nederland doet het al een stuk beter dan Amerika. Bij ons komt 16 tot 18 procent er goed van af na een hartstilstand. Ik denk niet dat we dat percentage nog met de helft kunnen verbeteren met de ResQ-apparatuur die bij dit onderzoek is gebruikt. Maar zelfs als we 3 procentpunt omhoog gaan, is dat belangrijk. Het gaat om veel mensen.”

Jaarlijks vallen in Nederland 10.000 à 12.000 mensen onverwacht neer door een hartstilstand. Een kwartier zonder hulp overleeft vrijwel niemand. Reanimeren, begonnen binnen vijf minuten, redt twee à drie op de tien mensen het leven. De pompende beweging op de borstkas is een noodvoorziening voor de bloedcirculatie. Met de nu geteste zuignap kan de reanimeerder de borstkas ook weer omhoogtrekken. Daardoor ontstaat onderdruk in de borstkas die de bloedcirculatie verbetert. Dat werkt alleen als ook de instroom van lucht in de longen wordt afgeremd. Daarvoor dient het mondventiel dat in het Amerikaanse onderzoek is gebruikt.

Beide apparaten bestaan al tien jaar. Koster: „Ze zijn al apart van elkaar onderzocht. Zonder succes. Fysiologisch is wel te begrijpen dat de combinatie beter is.”

Reanimatie is bijna nooit succesvol zonder defibrillatie. Dat is een elektrische schok die het hart ‘reset’. Dat kan tegenwoordig ook door leken worden gedaan, met een automatische defibrillator. Koster: „De nu onderzochte apparaten zijn toch nuttig, want reanimeren is vaak na een defibrillatie nog een tijdje nodig.”