ASML wint, waar Nederland verliest

Nederland is geen bedrijf, maar de vraag is: wat kunnen wij leren van het succesverhaal van technologiebedrijf ASML in Veldhoven?

Hoe ziet het succes eruit? Een recordwinst van meer dan 1 miljard euro (na 151 miljoen verlies in 2009), in twaalf maanden meer dan 1.500 extra voltijd- en flexbanen, en 520 miljoen euro voor research & development (r &d).

ASML staat aan de basis van de overrompelende digitale integratie. Steeds meer mensen kopen steeds kleinere producten met een chip. In Veldhoven maken zij apparaten voor de producenten van chips die vervolgens geleverd worden voor de fabricage van steeds weer handiger of nieuwe producten, zoals iPads.

Zoals de staalbedrijven in de vorige eeuw barometers van de pieken en dalen van de economie waren, zo zijn ondernemingen als ASML dat in de nieuwe economie. ASML is net als Nederland een exportkampioen. Met dien verstande dat ASML zijn complete productie exporteert. In zijn eentje is ASML met verkochte machines ter waarde van 4,5 miljard euro goed voor meer dan 1 procent van onze totale export.

Op twee kernterreinen is ASML een voorbeeld en, met vallen en opstaan, een kraamkamer voor Nederland. Het eerste is de arbeidsmarkt. In de crisis kromp ASML razendsnel zijn personeelsbestand in, eerst door flexwerkers niet meer in te huren, vervolgens door ook in de vaste contracten te snijden. Het bedrijf liep voorop in deeltijd-WW. Toenmalige minister Donner van Sociale Zaken kwam direct kijken hoe het ging.

De commissarissen van ASML bevroren vorig jaar in reactie op de misère de uitbetaling van de bonussen van samen 1,3 miljoen euro voor vijf bestuurders. Inmiddels is het aantal voltijd- en flexbanen met ruim 1.500 gegroeid tot meer dan 9.200, zijn de bonussen over 2009 betaald en zit er over 2010 zonder twijfel nog meer in het vat. Het dividend wordt verdubbeld (naar veertig cent per aandeel). Werknemers krijgen gemiddeld 8.000 euro winstuitkering.

Het tweede kernterrein is innovatie. De pijler onder het succes is de onafgebroken inspanning in onderzoek en ontwikkeling. ASML is na Philips het Nederlandse bedrijf met de hoogste uitgaven op dit terrein. ASML verhoogt de investeringen nog steeds en stopte ook niet toen de crisis verliezen veroorzaakte.

Zo wordt ASML steeds belangrijker voor Nederland. Ondernemingen zoals Philips spenderen de groei van hun uitgaven juist buiten Nederland. Andere, zoals farmabedrijf Organon in Oss, sluiten hun onderzoekswerk. Organon staat nu (nog) in de Nederlandse r&d top-5.

In Europa zakt Nederland weg op de r&d-ranglijst. De kennis- en innovatiefoto van Nederlands onderzoek en onderwijs bleek deze week een kiekje zonder perspectief.

Het ASML-succes illustreert nut en noodzaak van moderne industriepolitiek die arbeidsmarkt en innovatie combineert. Twee jaar gelden was arbeidstijdverkorting de norm, nu is overwerk het credo om alle bestellingen op tijd de deur uit te krijgen. Tijdelijk kan dat, maar het moet niet structureel worden.

Het r&d-beleid is problematischer. Kabinet en Tweede Kamer praten graag over de kenniseconomie en zij juichen voor ambitieuze moties. Maar tegelijkertijd hebben zij er minder geld voor over. Dat oogt als verliezersbeleid. In Veldhoven won ASML de concurrentiestrijd mede dankzij het permanente investeringsoffensief in innovatie.

MENNO TAMMINGA