Ambtenaren van CDA-ministers tegen Bos

Diplomatenpost

De overheid en het olieconcern stemmen ook hun buitenlandbeleid op elkaar af en voeren het woord namens elkaar. Shell is politiek. Het was volgens Amerikaanse ambtelijke post geen incident dat een Nederlandse ambtenaar Amerikaanse steun zocht bij het bewerken van een coalitiepartij in het kabinet.

Hij stond niet alleen, de topambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken die in opspraak is gekomen omdat hij volgens uitgelekte Amerikaanse ambtsberichten in 2009 Amerikaanse hulp inriep om vicepremier Bos onder druk zetten. Volgens de geheime diplomatieke post waar NRC Handelsblad en RTL Nieuws over beschikken, was het de afgelopen jaren in de ambtelijke top allerminst uitzonderlijk om de Amerikanen in te schakelen bij het bewerken van de PvdA. Ook andere topambtenaren deden dat. En steeds ging het om naaste medewerkers van de premier of de minister van Buitenlandse Zaken, beiden van het CDA, die trachtten de vicepremier en PvdA-leider onder druk te zetten.

De huidige minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) heeft de Tweede Kamer dinsdag een brief toegezegd over deze kwestie. Aanleiding was een uitgelekt Amerikaans ambtsbericht waarin staat dat de directeur-generaal politieke zaken van zijn ministerie, Pieter de Gooijer, op 3 september 2009 een beroep deed op de Amerikaanse NAVO-ambassadeur Daalder om toenmalig PvdA-leider en vicepremier Bos onder druk te zetten.

Doel was het verzet van Bos tegen verlenging van de militaire missie in Uruzgan te breken. De Gooijer zou Daalder hebben voorgesteld dat die zijn minister van Financiën op Bos zou afsturen om hem te zeggen dat Nederland zonder troepen in Afghanistan geen zetel in de G20 zou hebben. Rosenthal ontkent dat zijn ambtenaar dat heeft voorgesteld.

Ook andere diplomaten speelden volgens de Amerikaanse telegrammen een dergelijk spel. Een van hen was de raadsadviseur van premier Balkenende voor buitenlandse zaken, Karel van Oosterom. Ook hij spoorde de Amerikanen aan Bos verhuld te dreigen dat Nederland deelname aan de G20 kon vergeten als de missie in Afghanistan niet werd verlengd.

Een Amerikaans ambtsbericht van 18 september 2009 meldt dat „hoge Nederlandse functionarissen, onder wie Van Oosterom, de ambassade herhaaldelijk gevraagd hebben of een hoge functionaris in Washington Bos niet de werkelijke reden dat Nederland uitgenodigd werd voor de G20 kon duidelijk maken”.

Voor een meer persoonlijke benadering van Bos pleitte weer een andere hoge ambtenaar die onder toenmalig premier Balkenende diende, Richard van Zwol, secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken. De Amerikanen moesten schermen met de risico’s voor de internationale carrièrekansen van Bos, opperde hij.

Volgens een Amerikaans ambtsbericht van 3 november zei Van Zwol tegen de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, „dat het nuttig zou zijn als de VS de kwestie voor hem [Bos] persoonlijk zouden maken. Van Zwol zei dat Bos goed zou reageren op het idee dat blijven in Afghanistan een kwestie van leiderschap is voor een ‘vicepremier van een partij met een trotse geschiedenis’. Van Zwol suggereerde ook dat Bos ‘ambities voor de toekomst’ heeft en dat de VS duidelijk zouden moeten maken dat hij zijn internationale geloofwaardigheid niet moet verspelen door vast te houden aan terugtrekking van Nederland uit Afghanistan op dit cruciale moment.’’

Dezelfde maand waarschuwde Van Oosterom de Amerikanen nog eens om de druk op Bos vooral niet te laten verslappen. Een Amerikaans ambtsbericht van 24 november 2009 stelt: „Als de VS aankondigen dat ze de leiding van het regionale commando in het zuiden van Afghanistan overnemen, zonder precies duidelijk te maken wat we van de Nederlanders willen, dan zal vicepremier Bos (PvdA) dat volgens Van Oosterom onmiddellijk beschouwen als teken dat we de Nederlanders in Afghanistan van hun verplichtingen hebben bevrijd (as letting the Dutch off the hook)”.

In hetzelfde telegram staat ook een advies hoe de Amerikanen Balkenende kunnen helpen: „Van Oosterom zei dat het bijzonder nuttig zou zijn als de president of de vicepresident de premier kan opbellen [tegen de tijd dat ze de nieuwe strategie voor Afghanistan presenteren, red.], om de premier te helpen binnen zijn eigen kabinet steun te verzamelen voor een beslissing over Afghanistan na 2010.”

Ruim een week later ziet dezelfde Van Oosterom vooruitgang in de onderhandelingen tussen de coalitiepartners. Opnieuw is duidelijk aan welke kant de topambtenaar van de premier staat in het conflict tussen de coalitiepartijen. Een Amerikaans ambtsbericht van 3 december 2009 meldt: „Van Oosterom zegt (...) ‘We beginnen beweging te krijgen in de PvdA’ ”.

Volgens hetzelfde telegram speelt de Nederlandse ambassadeur in Washington, Renée Jones-Bos, het spel van de Haagse diplomaten tegen de koppigheid van de PvdA mee – ook al blijkt niet dat zij de Amerikanen daarbij om steun vraagt. „Ambassadeur Jones-Bos zei tegen de [Amerikaanse, red.] ambassadeur dat ze bereid was waar nodig te helpen, en dat ze bezig was minister van Verkeer Eurlings (CDA) en staatssecretaris Timmermans van Europese Zaken (PvdA) te ‘bewerken’, om meer steun in de coalitie te krijgen om voor langere termijn een verplichting aan te gaan in Uruzgan”.

Niet alleen in 2009 riepen Nederlandse ambtenaren de hulp van de VS in bij pogingen de PvdA te overtuigen dat Nederland langer moest blijven in Uruzgan. In de aanloop naar een eerdere verlengingsbeslissing, in 2007, gebeurde dat ook al – zij het op een wat voorzichtiger manier. Directeur algemene beleidszaken van het ministerie van Defensie, Lo Casteleijn, besprak de kwestie met toenmalig Amerikaans ambassadeur Arnall. Het gesprek kwam op „de cruciale vraag: in wat voor rol de Nederlandse troepen na 2008 in Afghanistan zouden blijven: ofwel in Uruzgan met een ander land als lead nation, ofwel op een andere locatie”. Casteleijn suggereerde de Amerikanen, aldus een van de berichten, „de PvdA in het openbaar dezelfde vraag voor te leggen”.