'Als je het goed uitlegt, hoor je: vanzelfsprekend'

VVD en CDA beloofden de PVV een strenger asielbeleid. Maar dat kan niet zonder Europa. Daarom is minister Leers nu druk aan het lobbyen.

Minister Gerd Leers (CDA) van Asiel en Immigratie heeft, zoals hij het zelf zegt, een ‘missie’ in Europa. Hij komt zijn collega’s in de EU ervan overtuigen dat er dringend strengere regels nodig zijn, vooral om vluchtelingen tegen te houden die misschien niet echt hoeven te vluchten en om familieleden van immigranten te ontmoedigen om óók naar Europa te komen. Want zo staat het in het regeerakkoord: zeker zes Europese richtlijnen over asiel en migratie moeten worden aangepast en het liefst ook nog een Europees samenwerkingsakkoord met Turkije. Moeilijk? Nee, zo noemt hij dat niet. „Het wordt een lange weg.”

Premier Mark Rutte (VVD) praatte er al over met de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy. Leers zelf had eerder deze week de ambassadeurs uit Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië op bezoek om over de Nederlandse plannen te praten en sinds gisteravond is hij in Boedapest voor een EU-vergadering van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken – ook daar zal hij druk lobbyen voor een ander Europees asielbeleid.

In de hal van zijn hotel in Boedapest vertelt Leers, voordat de vergadering begint, over het diner van de avond ervoor. „Ik zat naast die aardige vrouw uit Slovenië, de minister van Binnenlandse Zaken en partijleider van de neoliberalen. Ik vertelde haar over de brochure waarmee ik ga komen. Met de Nederlandse voorstellen, een position paper of werkplan waarmee ik in Europa de boer op zal gaan. Ze zei: ‘Wat ontzettend leuk, wat goed, prima.’ Ze vertelde dat in haar land exact hetzelfde speelt als in Nederland.”

U schreef laatst in een brief aan de Tweede Kamer dat in de EU ‘de tijd rijp lijkt’ om richtlijnen voor asiel en migratie te veranderen. Wat bedoelt u daarmee?

„In Nederland is de afgelopen jaren het gevoel ontstaan dat we met ons asielbeleid zijn doorgeschoten. In een tijd van overvloed is het makkelijk delen. In een tijd van crisis worden mensen teruggeworpen op zichzelf en vragen ze zich af: waarom worden andere mensen geholpen en ik niet? Heel vaak vanuit onderbuikgevoelens is een onterechte jaloezie ontstaan. Ik wil de balans herstellen door te kijken: waar zijn we doorgeschoten? We moeten streng, duidelijk en consequent zijn. Maar ook rechtvaardig. Met die boodschap ga ik naar het buitenland en daar hoor ik dat het ook de collega’s ontzettend bezighoudt. Ze hebben dezelfde zorgen, ze willen vermijden dat extremistische partijen machtig worden in hun land.”

Hoe gaat u in Europa ‘strategische allianties’ vormen, zoals u in de Kamer heeft aangekondigd?

„Men heeft in Europa goed gekeken naar wat er in Nederland is gebeurd. Men heeft gezien dat er een partij is die er stevig ingaat op dit terrein. Je moet dan even door de negatieve beeldvorming heen, maar als je de achtergrond uitlegt, hoor je: ‘Vanzelfsprekend’. Ik hoor begrip van België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië. Zij zoeken ook naar een antwoord op de zorgen van hun burgers waar populistische partijen op inspelen.”

Daarmee zegt u dat de PVV extremistisch en populistisch is?

„Nee, nadrukkelijk niet. Wilders heeft gebruik gemaakt van het ongenoegen dat lang gesluimerd heeft. Hij legde de vinger op de zere plek. Ook het establishment in andere Europese landen heeft daar conclusies uit getrokken.”

Is de PVV volgens u dan niet populistisch?

„Dat is een lastige vraag. In de eerste jaren is de PVV heel hard geweest in de kwalificaties. Maar de mobilisatie van het ongenoegen wordt door de PVV niet gebruikt om door de democratische lijnen heen te gaan, de PVV heeft oog voor de bestuurbaarheid van Nederland. Bovendien vind ik populisme op zich niet zomaar verkeerd. Het is een vertaling van de behoeftes die mensen voelen. Het is belangrijk om niet grijs te zijn. Om de taal van het volk te spreken. Ook voor mijn eigen partij.”

U hoorde in Europa al instemming van Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië. Als die achter u staan, kan het toch niet zo moeilijk zijn?

„Ho, wacht. Ik heb hen nog niet achter me. Ze staan open voor een strenger asielbeleid, maar het wordt een lange weg. Europa is Europa, en dan is er ook nog het Europees Parlement dat heel terecht meer te zeggen heeft gekregen. Ik moet overtuigen. De Nederlandse inzet is ook niet zomaar dat het aantal immigranten vermindert. We willen de positie versterken van wie binnenkomt. Neem de verhoging van de leeftijd van partners die wij voorstellen, van 21 naar 24 jaar. Iemand van 24 is volwassener, mondiger en dus beter bestand tegen dwang of drang van familie.”

Wat wilt u als eerste bereiken?

„Een echt gezamenlijk Europees asielbeleid. Kijk naar Griekenland. We kunnen allerlei regels veranderen, maar als daar de kraan openblijft, blijven we dweilen. Andere EU-landen hebben net zoveel verantwoordelijkheid voor de buitengrens als Griekenland en we zullen helpen. Maar Griekenland moet de grensbewaking op orde brengen en aan de Europese standaard voor opvang voldoen. Dan is er nog de kwalificatierichtlijn: wie kwalificeert zich als vluchteling? En de Europese Commissie gaat met voorstellen komen over gezinsmigratie. Die zijn steeds uitgesteld, het ligt politiek gevoelig. Eurocommissaris Cecilia Malmström zei gisteren dat ze overleg wil met een paar landen. Ook met Nederland. Daar ligt een kans.”