Weer protest in Tunis tegen resten regime

Ruim duizend Tunesiërs zijn vandaag opnieuw de straat opgegaan om te protesteren tegen het aanblijven van talrijke ministers van het regime van de gevluchte president Zine al-Abidine Ben Ali in het nieuwe kabinet.

In een poging om zich althans formeel te distantiëren van Ben Ali zegden interim-president Fouad Mebazza, tot vorige week parlementsvoorzitter, en premier Mohammed Ghannouchi, die al tien jaar premier was, gisteren hun lidmaatschap van de regeringspartij, de RCD, op.

Eerder op de dag waren vier ministers die namens het vakverbond UGTT en een oppositiepartij tot het kabinet waren toegetreden weer opgestapt. Zij kozen de kant van demonstranten die aanvoeren dat democratische verandering onmogelijk is als zoveel medewerkers van de weggestuurde president de belangrijkste regeringsposten blijven bezetten. Ook Ben Ali’s ministers van Binnen- en Buitenlandse Zaken, van Defensie en van Financiën zijn aangebleven.

Het vakverbond UGTT eiste gisteren het vertrek van alle leden van Ben Ali’s oude ploeg. Alleen voor Ghannouchi wilde het een uitzondering maken. Ghannouchi verzekerde dat alle aangebleven ministers „schone handen” hebben en zei dat hij hen nodig heeft om verkiezingen te organiseren.

Arabische leiders kwamen vandaag in de Egyptische kustplaats Sharm al-Sheikh bijeen om uiteindelijk een programma van 2 miljard dollar (1,5 miljard euro) ten uitvoer te leggen om de kwakkelende economieën in de regio te hervormen. Het gaat met name om een poging werk te creëren voor jongeren om „hen in staat te stellen volledig te participeren in hun maatschappijen”, aldus de uitgelekte slotverklaring. De wekenlange protesten van werkloze Tunesische jongeren die Ben Ali vorige week ten val brachten, hebben de bijeenkomst een dwingend karakter gegeven.

Het idee van het programma was in 2009 geopperd door Koeweit gedurende een eerdere economische topconferentie. Maar zoals vaker bij initiatieven van de Arabische Liga waarvoor de leden geld moeten storten, kwam het programma moeizaam van de grond. Maar volgens Arabische diplomaten hebben Saoedi-Arabië en Koeweit nu elk 500 miljoen dollar toegezegd en stromen verdere toezeggingen binnen. (Reuters, AP, AFP)