Wat Orbán wil wordt wet in Hongarije

Premier Viktor Orbán is de sterke man van Hongarije. Hij houdt van voetbal, worsten maken en regeert zijn land in de ik-vorm.

Boedapest, 19 jan. - Hongaren die willen weten wie in de gratie is bij de oppermachtige premier van hun land, houden de skybox van FC Videoton in de gaten. Premier Viktor Orbán mist vrijwel geen thuiswedstrijd van de voetbalclub uit Székesfehérvár, een stad ten westen van Boedapest. Sinds zijn aantreden in mei geldt dat ook voor een deel van zijn vertrouwelingen en de economische elite van Hongarije.

De bestuursvoorzitter van de Hongaarse energiegigant MOL lis er vaak, net als de baas van OTP, de grootste Hongaarse bank. FC Videoton zwemt opeens in het sponsorgeld, wat de prestaties ten goede komt. Een paar jaar geleden werd de club nog bijna uit de competitie gezet wegens schulden. Maar nu gaat zij aan kop.

Sinds Fidesz, de partij van premier Orbán, een tweederde meerderheid in het parlement heeft, is Orbán watching de nieuwe nationale sport. Geen Hongaar twijfelt eraan dat de conservatieve politicus eigenhandig de koers van het land uitstippelt. De premier heeft van de kiezers, die de vorige regering zat waren, een ijzersterk mandaat gekregen. Zijn partij kan de grondwet veranderen. Aan een geheel nieuwe wordt inmiddels gewerkt, door de door Orbán uitgekozen president.

Op persconferenties praat Orbán, een kleine man met een grote neus en een kuif, over het land als over een eigen onderneming, in de eerste persoon enkelvoud. „Ik wil Hongarije concurrerend maken met China en Brazilië. Mijn plan met Hongarije... „

Dat zijn geen versprekingen, het geeft de machtsverhoudingen weer. Als de premier iets wil, dan hoort het te gebeuren, in het land dat dit half jaar de EU voorzit.

De omwenteling van 1989 is nog onvoltooid, zegt Orbán. Oud-communisten hebben het land klein gehouden. Nu is het volk aan de beurt en dat heeft Fidesz daarvoor de macht gegeven. De meeste van zijn speeches eindigen met ‘Hup hup Hongarije, Hongaren hup!’

„Als je minister-president bent in Hongarije ben je, door onze structuur, sowieso erg sterk. Je hebt de macht al het beleid te sturen en alle benoemingen binnen de regering te doen”, zegt Ferenc Kumin van Századvég, een politiek onderzoeksinstituut. Daar komen een sterk mandaat en een sterke persoonlijkheid bij. Kumin noemt Orbán „een geboren leider”, die bovendien het geluk had dat de vorige regering al haar krediet bij de bevolking verspeelde met corruptieschandalen en een trage economische ontwikkeling.

Het grootste deel van het electoraat vertrouwt erop dat de leider die ze zoveel macht hebben gegeven, het land de goede kant op stuurt. Over de omstreden mediawet of het beperken van de macht van het Constitutioneel hof ligt ze geen nacht wakker, zegt Istvánné Nagy, een vrouw in het dorp Felcsút, waar Orbán woont. „De fouten en leugens van de vorige regering moeten worden rechtgezet. Daarvoor was het nodig de macht te concentreren.”

Nagy woont op een steenworp van de premier, zijn vrouw en hun vijf kinderen. Het bescheiden witte huis met een christelijk kruisje in de nok staat naast de door Orbán opgerichte Puskás Academie, een jeugdopleiding voor voetballers. Bij FC Felscút was Orbán zelf een niet onverdienstelijk spelverdeler, die er volgens een oud-teamgenoot altijd ‘vol in ging’.

Begin jaren negentig was Orbán de favoriet van het Westen. Fel anti-communist, jong en gedreven. Toen hij zich na een paar jaar niet als liberaal, maar als oer-Hongaarse conservatief ontpopte, was hij snel uit de gratie. Orbán presenteert zich nu als de tegenpool van de Boedapester intellectuelen, met wie hij rond de omwenteling samenwerkte. In de beeldvorming is dat een mondige groep hoogopgeleiden met internationale contacten, urbaan, Joods en vaak betrokken bij de inmiddels gemarginaliseerde liberale partij, een combinatie die bij 'gewone Hongaren' wrevel wekt. Dat geldt ook voor de weerklank die ze in het buitenland vinden voor hun bezwaren tegen de machtsuitbreiding van Fidesz. ‘Vroeger huilden ze uit bij Moskou, nu bij Brussel’, is het beeld.

Na een paar jaar in de oppositie was het gedaan met de modieuze kostuums van Orbán in zijn eerste termijn als premier (1998-2002). Opeens verscheen hij in een leren jasje, met opgestroopte mouwen en een scheiding in zijn haar. Journalisten die bij hem thuis komen krijgen de worsten te zien die hij maakt. Een van zijn belangrijkste beleidsdaden van het afgelopen jaar noemt hij het besluit om mensen weer toe te staan thuis pálinka, brandewijn van fruit, te stoken.

Toch knaagt inmiddels ook bij een deel van zijn achterban de twijfel, onder meer door de economische politiek van de regering.

De controverse over de mediawet is schadelijk voor het Hongaarse imago en een echo van een vergelijkbaar conflict uit de jaren negentig, zegt Gellért Rajczányi (29), van de conservatieve weblog Mandiner.hu. Tot 2000 lag het volgens hem voor jonge mensen voor de hand om Fidesz te stemmen, maar jonge kiezers hebben minder op met de tegenstelling communisten versus anti-communisten, die Orbán nog zeer bezig houdt.

„We geloven nog steeds in hem, maar we begrijpen de haast niet,”, zegt Rajczányi voorzichtig. „Tweederde meerderheid wil nog niet zeggen dat je binnen een jaar alles moet veranderen. Het is riskant dat één man zoveel bepaalt.”