Twee piramides, en neem er zelf ook een

Er gaat niets boven een fijn hyperbooltje op zijn tijd. Ierland heeft, zo zei de Nederlandse econoom en tegenwoordige Citibank-strateeg Willem Buiter in deze krant, „de grootste speculatieve bubbel op de huizenmarkt sinds de bouw van de piramides”. Het zal volgens hem niet lang duren of het land zal zijn staatsschuld moeten herstructureren. Dat houdt in dat het een deel niet terugbetaalt, een lagere rente bij zijn obligatiehouders bedingt, de looptijd verlengt of een combinatie van deze drie.

Buiters voorspelling kan heel goed uitkomen, maar hij maakte hier zijdelings een onbedoeld punt: toen de grote Keynes zijn theorie van het stutten van een vraaguitval door de overheid opperde, speelden piramides daar een belangrijke rol bij. De staat moest tijdens een recessie werkgelegenheid creëren met grote projecten, maar die mochten het overaanbod in de economie niet groter maken. De aanleg van een object dat totaal geen nut heeft, maar dat iedereen wel heel graag wil, is daarbij ideaal. Keynes haalde piramides als voorbeeld aan: je kunt er niet genoeg van maken. Het aanleggen van nóg een spoorlijn tussen twee steden is op zijn best suboptimaal. Twee piramides daarentegen zijn, in Keynes’ woorden, tweemaal zo goed als één.

De weg naar een herstructurering van de schuld van een euroland is intussen nog lang en werd maandag een stukje langer. EU-ministers kwamen in hun reguliere vergadering niet tot overeenstemming over de vergroting van het Europese noodfonds van 440 miljard euro. Het uitstel heeft veel te maken met de indruk in Brussel dat de eurocrisis voorlopig is getemd. Vorige week werd met angst en beven gewacht op de veiling van 1,3 miljard euro aan Portugese en 3 miljard euro aan Spaanse staatsobligaties. Toen die, weliswaar tegen een hoge rente, probleemloos verliepen, keerde de rust enigszins terug op de Europese obligatiemarkten.

Chinezen, Japanners en allerlei andere beleggers zouden massaal hebben ingeschreven in een ogenschijnlijke steunbetuiging aan de euro. Maar maandag, tijdens de bijeenkomst van de ministers, bleek uit nieuwe cijfers van de Europese Centrale Bank dat deze de steunaankopen van staatsobligaties van eurolanden vorige week fors had opgevoerd: 2,3 miljard euro, tegen iets meer dan 0,1 miljard in de week daarvoor. De aankopen van de centrale bank stonden gelijk aan ruim tweederde van de uitgifte door Spanje en Portugal.

Het lijkt er sterk op dat niet de Chinezen, maar de ECB kunstmatig rust heeft gekocht, en de strategie bleek gisteren nog door te werken toen Spanje en België zonder problemen nieuwe staatsobligaties op de markt brachten. Maar het onderliggende probleem van de eurozone is er niet minder op geworden. Zoals de zaken er nu voor staan, lijkt het erop dat de Duitse inzet – vergroting van het noodfonds in ruil voor onder meer een mechanisme waarbij private beleggers een deel van de rekening betalen – intact is. En dat laatste betekent dat herstructurering van schulden door eurolanden die in de problemen zitten zeker niet van tafel is.

Niet alleen Buiter, maar ook een groot aantal andere economisch analisten wijst Griekenland, Portugal en Ierland aan als kandidaten, omdat hun schuld hoe dan ook ondraaglijk wordt – of ze nu door de rest van de EU zijn gered of niet. Dat zou lucht geven. Daarna kunnen ze er in Ierland, met een voorspelde economische krimp dit jaar en een werkloosheid die oploopt tot 20 procent, meteen een piramidetje of twee tegenaan gooien.

Maarten Schinkel