Turken voelen mee met Armeense oma

Dat haar oma niet Turks was maar christelijk Armeense ouders had, durfde Fethiye Cetin pas op haar begrafenis uit te schreeuwen. Met haar dramatische levensverhaal staat Cetin nu voor de klas.

Bij een herdenking van de Armeense genocide van 1915 (1,5 miljoen doden) in de Armeense hoofdstad Jerevan, hield een vrouw vorig jaar een bord vast met een foto van de vermoorde journalist Hrant Dink. Foto AFP Armenia's woman holds banner during ceremony in Yerevan on April 24, 2010 marking the 95th anniversary of the 1915 mass killing of Armenians in the Ottoman Empire. Armenians demand that Turkey regognizes the genocide of 1.5 million of their kin killed between 1915 and 1917 by the Ottoman Empire, Turkey's predecessor. In rejecting the genocide label, Turkey says between 300,000 and 500,000 Armenians and at least as many Turks died in civil strife when Armenians took up arms in eastern Anatolia and sided with invading Russian troops. AFP PHOTO / PANARMENIAN PHOTO / DAVIT HAKOBYAN AFP

De negentiende januari is een slechte dag voor Fethiye Cetin. Dan voelt het hier op de redactie van de Armeense krant Agos alsof er in Turkije niets beweegt en het land nog steeds gevangen zit in een onbespreekbare geschiedenis.

Op de stoep van dit kantoor werd precies vier jaar geleden de Turks-Armeense journalist Hrant Dink neergeschoten. De 17-jarige jongen die toen de trekker overhaalde werd meteen gepakt. Hij gaf onomwonden toe dat hij Dinks vastbeslotenheid om te praten over het Turks-Armeense verleden voorgoed wilde smoren.

Maar de pogingen van Cetin, Hrant Dinks advocaat, om justitie te overtuigen dat de moord niet het werk was van een eenling, stranden keer op keer. „Hoe bestaat het dat zo’n jongen die nog nooit in Istanbul geweest was precies wist hoe Dink eruit zag, waar hij werkte en hoe laat hij hem kon treffen om hem te vermoorden? Ik heb aangetoond dat het niet mogelijk is, maar de politieke wil om de verantwoordelijken te pakken ontbreekt nog steeds”, zegt ze. „Al die jaren. Dat maakt me diep van binnen verdrietig en wanhopig.”

Cetin zet eigenhandig het karwei voort dat Dink niet kon afmaken. Binnen en buiten de rechtszaal. Ze maakt het bloedige verleden van Turken en Armeniërs bespreekbaar, door de grote woorden te vermijden.

In haar boek ‘Het geheim van mijn grootmoeder’, dat onlangs in het Nederlands werd vertaald, keert de advocaat terug naar de dag waarop ze genoeg had van een zestig jaar oude leugen. Dat gebeurt op de dag van de begrafenis van haar grootmoeder, eveneens een dag in januari.

Dan pas durft ze uit te schreeuwen dat haar grootmoeder geen Turkse was en dat haar werkelijke naam ook geen Seher was maar dat ze werd geboren als de dochter van een christelijk Armeens echtpaar met de naam Heranus.

In het boek vertelt Cetin hoe haar grootmoeder in 1915 werd ontvoerd door een Turkse officier en daarmee werd gered van een dodenmars met miljoenen andere Armeniërs naar de Syrische woestijn. Het is het verhaal van een van de vele Armeense kinderen die door Turkse families werden opgenomen en met een andere identiteit en een ander geloof verder leefden.

Haar grootmoeder vertelde haar het verhaal stukje bij beetje, pas op zeer hoge leeftijd. Hoe soldaten op een dag in haar Turks-Armeense geboortedorp de mannen bijeendrijven en afvoeren. Hoe de kinderen op elkaar schouders klimmen om over een muur te kunnen kijken waarachter de gekeelde mannen in de rivier de Tigris worden gesmeten. Hoe de grootmoeder van Cetins grootmoeder twee van haar kleinkinderen in diezelfde rivier kopje-onder duwt, en dan zichzelf in de kolkende watermassa werpt.

„Niet alleen mijn oma voelde zo lang de plicht om te zwijgen over die gebeurtenissen. De Turkse staat heeft iedereen gedwongen om te vergeten en in een fictieve geschiedenis te geloven. ‘1915’ heeft niet alleen grote littekens achtergelaten bij de slachtoffers, maar ook bij degenen die het zagen gebeuren en niets konden doen om het te stoppen.

„In ons allemaal heeft het gevecht plaats tussen de stem binnenin over wat werkelijk gebeurde, en de stem waarmee we spreken. Of het nu over de Koerden gaat, de Grieken of de Armeniërs. En toch willen we erover praten. Toen mijn grootmoeder eenmaal het zwijgen had doorbroken, bleef ze me terugroepen om meer te vertellen.”

Nergens in het boek van Cetin staan de dodenaantallen waar Armeense en Turkse historici al zo lang over vechten. En nergens in het boek wordt het woord genocide gebruikt.

„Die woorden en getallen doen vergeten dat we het over mensen hebben, over mensen met verhalen. Ze ontnemen ons het zicht op het werkelijke lijden. Ik herinner me nog hoe het Amerikaanse Congres vorig jaar stemde over de vraag of we het nu of geen genocide moeten noemen. De stemmen werden geteld alsof het een voetbalwedstrijd was. Voor mij telt alleen het verhaal, niet de propaganda.”

Toen haar boek net verschenen was, vreesde ze de reacties. Hrant Dink werd vermoord, en schrijvers als Orhan Pamuk werden aangeklaagd omdat ze ‘1915’ bespreekbaar probeerden te maken. Maar op het boek van Cetin kon niemand boos worden. Het verhaal van haar oma was onbetwistbaar.

„De rechters en aanklagers waarmee ik dagelijks werk kwamen naar me toe te zeggen hoe het lijden van mijn oma hen speet. Een Turkse journalist belde me op en zei: jouw oma is mijn oma. Turken spraken me aan op straat en zeiden dat ze ineens anders naar hun eigen oma’s zijn gaan kijken. Zelfs de meest extreme nationalisten reageerden vol begrip, ze vroegen me hooguit niet het lijden van de Turkse oma’s te vergeten.”

Het boek van Cetin verbrak het zwijgen van tientallen andere Armeense kleinkinderen die decennialang als Turken door het leven gingen. De 25 meest indrukwekkende verhalen bundelde ze in een tweede boek, getiteld Kleinkinderen.

Met die nieuwe ontboezemingen reist ze niet alleen de wereld af. Ze staat ook voor de klas op Turkse scholen, waar de geschiedenis die door de staat is geschreven nog steeds als een onbetwistbare waarheid wordt gedoceerd. In die versie van het verleden wordt voorbijgegaan aan het feit dat vrijwel iedereen in dit land wortels heeft in gemeenschappen die vergeten moesten worden. Koerdisch, Armeens, Grieks, aleviet.

„In Turkije denken we altijd dat iedereen die geen sunnitische moslim is de vijand is. Maar ik probeer te laten zien dat die ander in ons allemaal zit en in al onze families. Degene die je als vijand bestempelt is misschien wel degene van wie je het meeste houdt.”

De moord op Hrant Dink is nog altijd niet opgelost. De grens tussen Turkije en Armenië, ondanks de beloften van politici in de hoofdsteden, zit nog altijd potdicht. Maar in het land van de grootmoeders is het praten eindelijk begonnen.

Fethiye Çetin: Het geheim van mijn grootmoeder; een vertelling, vertaald door Hanneke van der Heijden, Uitgeverij Van Gennep, 143 blz. € 9,90