Topmanagers verzuimen zelden

Zijn topbestuurders vaker ziek dan gemiddeld? Vooral het middenkader van bedrijven blijkt gevoelig voor stress en ziekte. Wie de absolute top wil halen, moet gezond zijn.

De ziekte van Steve Jobs, topman van technologiebedrijf Apple, roept vragen op. Deze bijvoorbeeld: zijn topbestuurders vaker ziek dan gemiddeld, of juist minder vaak? Of: is het reëel dat de beurskoers van Apple zoveel is gezakt na de aankondiging van Jobs. Is er te veel mythevorming rond hem?

Eerst de eerste vraag. Volgens consultant Peter Abelskamp van adviesbureau Aon Hewitt zijn topmanagers beduidend minder vaak ziek dan gemiddeld. Precieze cijfers heeft hij niet, maar hij weet dat het verzuim onder topmanagers laag is. Dat wil zeggen, voor ziektes die niet lang duren. Een verkoudheid, een griepje, de enkel verzwikt bij het sporten. „Daar bijten topmanagers zich over het algemeen door heen”, zegt hij. Waarom ze dat doen? Abelskamp: „Een mengeling van verantwoordelijkheidsbesef en ambitie.”

Anders ligt het volgens Abelskamp voor ernstigere ziektes die langer duren, kanker bijvoorbeeld. Die komen volgens hem niet minder vaak voor bij topmanagers. Steve Jobs is een voorbeeld. Net als de onlangs teruggetreden directeur van ProRail, Bert Klerk. En Sergey Brin, mede-oprichter van Google, meldde dat hij, net als zijn moeder, een genetische variant heeft die hem een grotere kans geeft op de ziekte van Parkinson.

Dat onder topmanagers minder verzuim is, heeft ook met selectie te maken, zegt Kees Cools, hoogleraar bedrijfsfinanciering in Groningen. Mensen die regelmatig met een griep thuis zijn, of overspannen zijn, komen niet door de keiharde selectiemolen. „Dan red je het niet tot de top”, zegt hij.

Maar wat is dat dan? Volgens Cools zijn ze stressbestendiger. Studies hiernaar zijn er niet veel – topbestuurders laten zich in de regel niet graag onderzoeken. Een Australische studie uit 1991, onder 107 mannelijke topbestuurders, wees uit dat tachtig procent relatief goed bestand is tegen stress, en gezond is.

„Bestuursvoorzitters rennen gemiddeld ook vaker en verder dan anderen”, zegt Cools. Ze zijn meer dan gemiddeld doelgericht, vastbesloten. Er zijn ook onderzoeken die uitwijzen dat topbestuurders een zekere gehardheid hebben. Ze zijn erg ambitieus.

Volgens Abelskamp heeft het ook met de positie te maken. Topmanagers hebben geen baas. Ze hebben controle over hun werk. Zij bepalen wat er gebeurt. Veel verzuim zit hem juist in dat soort factoren: conflict met de baas, geen controle over het werk – daar raken mensen overspannen van. Tachtig procent van het verzuim wordt door zulke niet-medische factoren bepaald, zegt Abelskamp.

Daarom zit er bijvoorbeeld veel verzuim bij het middenkader. Die laag blijkt het meest gevoelig voor stressgerelateerde ziekten. „Want die krijgen het van twee kanten”, zegt Abelskamp. De stap naar het bestuursniveau kan ook fysiologische veranderingen teweeg brengen, waardoor mensen beter tegen stress kunnen. Ze gaan rechterop lopen, sporten meer, krijgen een gevoel van controle en macht.

Dan die andere vraag: is de heftige koersdaling van Apple op de beurs overdreven, of terecht? Volgens Cools geeft de beurskoers goed weer hoe ernstig de situatie is. „Dit is serieus”, zegt hij.

Juist door het plotseling wegvallen van Jobs laat Apple zich niet vergelijken met concurrenten als Google en Microsoft. Bij Microsoft stapte de populaire Bill Gates in 2008 definitief terug, om plaats te maken voor Steve Ballmer. De wisseling ging geleidelijk – Ballmer was al sinds 2000 bestuursvoorzitter, maar Gates bleef verantwoordelijk voor de strategie.

Bij Google maakten de oprichters Sergey Brin en Larry Page in 2001 plaats voor Eric Schmidt. Dat was aangekondigd. Schmidt kreeg zes maanden om zich in te werken, voordat hij topman werd.

Het wegvallen van Jobs is onverwachts, net als de vorige keren. Het is onduidelijk of en wanneer hij terugkeert. De vraag is in hoeverre aandeelhouders bereid zijn te wachten op zijn eventuele terugkeer. Abelskamp: „Als een topmanager voor langere tijd is uitgeschakeld, gaan aandeelhouders op een gegeven moment aandringen op vertrek.”