Lobbyen voor JSF hoefde niet

De aanschaf van de opvolger van de F-16, de JSF, zorgt voor druk diplomatiek verkeer. Al in 2007 was het aantal van 85 toestellen achterhaald.

Steven Derix

Eimert van Middelkoop (ChristenUnie) was tijdens zijn eerste ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur Ronald Arnall buitengewoon openhartig. „Ik ben nu minister van Defensie”, zei Van Middelkoop „omdat de PvdA geen leiding wil geven aan het ministerie wanneer de Nederlandse regering uiteindelijk besluit om de JSF te kopen.”

Goed nieuws over de Joint Strike Fighter, zo meldde ambassadeur in 2007 aan Washington. Ondanks de regeringsdeelname van de PvdA zou Nederland het Amerikaanse gevechtsvliegtuig gewoon kopen.

Al in februari, enkele weken voor het aantreden van het kabinet Balkenende IV, had ambassadeur Roland Arnall Tweede Kamerlid Frans Timmermans (PvdA) gepolst. Toen het tweede kabinet-Kok in 2002 besloot om voor 800 miljoen dollar mee te doen met de ontwikkeling van de JSF, was Timmermans een van de belangrijkste critici. Eenmaal in de oppositie had zijn verzet zich verhard.

Maar nu leek Timmermans zich bij de JSF te hebben neergelegd. „De PvdA”, zo zei hij volgens een memo dat de Amerikaanse ambassade op 2 februari 2007 naar Washington stuurde, „zal de JSF min of meer slikken”. Timmermans liet weten dat hij nog steeds spijt had van de beslissing uit 2002. Maar hij zei ook dat zijn standpunt over de JSF „genuanceerder” was dan velen dachten, en dat zijn kritische uitlatingen waren „gekaapt door anderen binnen de partij”.

Timmermans „bevestigde dat de JSF de beste optie was”, schreef Arnall opgetogen. „Hij zij zelfs dat hij zich niet kon voorstellen dat Nederland een ander toestel zouden kopen.”

Timmermans zelf kan zich de ontmoeting op de Amerikaanse ambassade aan het Lange Voorhout nog goed herinneren. Tijdens het gesprek legde hij uit dat er een compromis was gesloten met het CDA, zegt hij. „Onze inzet was geweest dat we uit het JSF-programma zouden stappen. Maar dat is toen niet gelukt. Daar moest ik me bij neerleggen.”

De ambtsberichten van ambassadeur Roland Arnall (overleden in 2008) bieden een blik achter de schermen over de Nederlandse besluitvorming rond de JSF. Want zelf heel hard lobbyen, dat hoefden de Amerikaanse diplomaten niet te doen. Zowel de politieke leiding van het ministerie van Defensie als de militaire top steunden de JSF onvoorwaardelijk. Politieke problemen van de zijde van de PvdA werden gebagatelliseerd. „De PvdA is gek”, zei CDA-staatssecretaris Cees van der Knaap tegen ambassadeur Arnall. „Ook als het gaat over de JSF.”

Ook commandant der strijdkrachten Dick Berlijn zette zich persoonlijk in voor de JSF. In juli 2005 sprak Berlijn met de Amerikaanse ambassadeur Clifford Sobel. „Berlijn zei dat hij een manier wilde vinden om om het Joint Strike Fighter-programma voorrang te geven binnen de regering”, meldde Sobel na afloop van het gesprek. Volgens de ambassadeur wilde Berlijn dat er zo snel mogelijk tot aanschaf zou worden overgegaan, om te voorkomen dat de straaljager een verkiezingsthema zou kunnen worden. „Berlijn wil een plan ontwikkelen voor de aanschaf van een initieel, ‘aanvaardbaar en veilig’ aantal van 50-60 JSF’s”, schreef Sobel. „Door het thema op deze manier te ‘depolitiseren’ zou Nederland zijn opties kunnen openhouden over de eventuele aanschaf van 80 of meer.”

Maar het plan van Berlijn ging niet door. In 2006 viel het tweede kabinet-Balkenende. Maar de stapsgewijze aanschaf van de JSF – de zogeheten ‘batchbenadering’ – was intussen wel beleid geworden. Officieel heette het dat hiermee kon worden ingespeeld op toekomstige militaire ontwikkelingen – onbemande vliegtuigen bijvoorbeeld. Het aantal van 85 toestellen als ‘planningsaantal’ bleef overeind.

Maar de Amerikanen geloofden niet dat Nederland geld had om zoveel JSF’s zou kunnen kopen. In januari 2007 liet de Defensietop aan de Amerikanen weten dat er ernstige financiële problemen waren op het departement. De missie in Uruzgan slokte veel geld op. Maar ook de investeringsprojecten in nieuw materieel kampten met grote overschrijdingen, zo meldden de Amerikanen op 12 januari van dat jaar. Defensieambtenaren meldden dat er door reorganisaties onvoldoende controle was geweest op de kosten. „Het toezicht was laks”, schrijft de ambassade.

Defensie moest projecten schrappen. En omdat het vaak gaat om de aankoop van Amerikaan defensiematerieel, spraken generaal Berlijn en directeur algemene beleidszaken Lo Casteleijn op 19 januari met ambassadeur Arnall. Casteleijn stelde de ambassadeur gerust: de JSF was niet in gevaar. Wel liet hij doorschemeren dat er waarschijnlijk onvoldoende geld zou zijn voor 85 toestellen. „Casteleijn suggereerde dat de nieuwe regering waarschijnlijk het aantal JSF’s dat zal worden aangeschaft, zal verminderen”, schreef Arnall. „Voor planningsdoeleinden heeft de huidige regering aangegeven dat het uitgaat van 85 toestellen.”

Al in 2007 was het aantal van 85 dus achterhaald. Maar omdat de aanschaf van de JSF steeds werd uitgesteld, is het werkelijke aantal toestellen dat Nederland kan betalen nog steeds niet bekendgemaakt. Defensie zegt dat het niet wil ingaan op de inhoud van „vertrouwelijke gesprekken”, maar dat er altijd „transparante informatie” is gegeven over de JSF. Maar dat er onvoldoende geld is, staat vast. Afgelopen december meldde de minister van Defensie aan de Kamer dat de totale kosten het budget overstijgen. De JSF zal daarom worden ‘herijkt’ – Haags voor ingekrompen.