In de ban van de mot

Bioloog Charles Cockell die in een zelfgemaakt vliegtuigje rond de toppen van oerwoudreuzen cirkelde om motten te vangen, is niet de enige ‘Mothman’.

De Belgische krant De Standaard publiceerde vorige maand een lijst van ‘50 dingen die Suske en Wiske ons leerden’. Volgens de krant was die stripreeks van Willy Vandersteen de afgelopen 65 jaar niet alleen een bron van vermaak, maar ook een bron van kennis voor jonge lezers. Een van mijn favoriete Suske en Wiske-albums, De mottenvangers, heeft mij geleerd dat op de maan minder zwaartekracht is dan op de aarde, dat de Griekse filosoof Diogenes in een ton sliep en dat je ’s nachts motten kunt vangen met een lamp. Tot op vandaag weet ik weinig meer dan dat deze insecten zich onweerstaanbaar aangetrokken voelen tot licht. Nader onderzoek op internet leert dat motten vooral op ultraviolette lichtstralen afkomen. Er bestaan zelfs vanglampen, die bijvoorbeeld door telers in kassen worden opgehangen: de motten en vlinders gaan op het licht af en vliegen tegen een net of een rooster dat onder stroom staat, waarna ze dood neervallen.

Ook entomologen gebruiken lichtvallen om motten te vangen, maar ze elektrocuteren de beestjes niet omdat ze de vleugels intact willen houden. Een van de inventiefste mottenvangers aller tijden is Charles Cockell, een Engelse professor in de geomicrobiologie met een sterke interesse in astrobiologie, het onderzoek naar het mogelijk voorkomen van leven op andere planeten (Mars is een van zijn favorieten). Cockell wordt ook wel ‘the Mothman’ genoemd.

In 1990 ging Cockell op een expeditie naar noordelijk Mongolië om motten te verzamelen voor het Natural History Museum in Londen. Toen het maar niet lukte om vanaf de grond de motten met grote lampen uit de bomen te lokken, kwam hij op het idee voor de Moth Machine: een vliegtuigje waarmee hij over de boomtoppen kon vliegen om motten te vangen. In Engeland kocht Cockell een ultralight glider, een superlicht vliegtuigje met een V-vormige vleugel, een zitje voor de piloot en een propeller aan de achterkant. Op de neus van het vliegtuigje installeerde hij uv-lampen, en een paar sterke schijnwerpers om te voorkomen dat hij tegen uitstekende boomtoppen zou knallen. Eenmaal in de lucht wilde Cockell een zelfgemaakt net uitwerpen, een soort langwerpig kreeftennet met plooien waarin de motten vast zouden komen te zitten.

In de zomer van 1993 reisden Cockell en zijn medewerkers naar het Indonesische eiland Sumatra. Om de Moth Machine door de douane te krijgen moest er flink wat smeergeld betaald worden. Al snel vloog de professor ’s avonds laat als een enorm insect boven de regenwouden. In een paar weken ving hij duizenden motten. Halverwege de expeditie sloeg echter het noodlot toe: toen hij aan de rand van het bos probeerde te landen, raakte Cockell een tak en stortte neer. Het vliegtuigje was vernield, de piloot bleef ongedeerd. Cockell besloot om het niet op te geven en huurde een paar olifanten. Het bleek ook goed mogelijk om vanaf de rug van een olifant motten te vangen met lampen en vlindernetten.

Naast Cockell is er nog iemand die aanspraak maakt op de titel van ‘Mothman’. In 1966 en ’67 zagen verschillende mensen een vreemd wezen in de buurt van het stadje Point Pleasant in West Virginia, in de VS. De eerste waarneming vond plaats in november 1966 op het terrein van een verlaten TNT-fabriek uit de Tweede Wereldoorlog. Twee jonge stellen reden ’s avonds langs de fabriek en dachten dat ze rode lichtjes zagen branden. Toen ze uit de auto stapten, ontdekten ze dat het de gloeiende rode ogen waren van een grijs monster van meer dan twee meter, met grote vleugels op zijn rug als van een mot. Geschrokken sprongen ze weer in de auto en reden hard weg, om nog kilometers lang achtervolgd te worden. De legende van de Mothman was geboren.

In de maanden daarna werd het monster nog verschillende keren gezien in de buurt van de fabriek. En er waren meer vreemde verschijnselen: er werden klopgeesten gehoord, UFO’s waargenomen en mannen in donkere pakken (de beruchte Men in Black) begonnen de bewoners op een intimiderende manier te ondervragen.

Een van de laatste keren werd de Mothman in volle vlucht boven de Silver Bridge gezien, een brug bij Point Pleasant over de Ohio River. Kort daarna, op 15 december 1967, stortte de brug in tijdens het spitsuur, waarbij 46 doden vielen. Het gerucht ging dat de Mothman had proberen te waarschuwen voor de ramp.

Journalist John Keel beschrijft het hele verhaal in het boek The Mothman Prophecies uit 1975 (verfilmd onder dezelfde titel in 2002). Keel geloofde dat de Mothman een bovennatuurlijke, goddelijke verschijning was.

Anderen spraken over een buitenaards wezen, of over een mutant. De meest nuchtere verklaring luidde dat het om een uit de kluiten gewassen kraanvogel ging, vandaar het krijsende vogelgeluid dat vaak werd gehoord. De Mothman groeide uit tot een mythologisch figuur in Amerikaanse verbeelding en hij trad op in diverse stripboeken. Ook in een aflevering van Suske en Wiske was hij op zijn plaats geweest, alleen hadden de twee jonge helden aan het slot dan wel de ware identiteit van de Mottenman moeten onthullen.

Overigens is er in Point Pleasant sinds 2005 een Mothman Museum (in de giftshop kun je mokken, petten en T-shirts met afbeeldingen van de Mothman kopen) en een Mothman Festival, jaarlijks in het derde weekend van september. In het centrum van het stadje staat een groot glimmend stalen beeld van het monster, gemaakt door de kunstenaar Robert Roach.

Het was de bedoeling dat in de grote rode ogen ’s avonds een lampje zou branden, maar daarvoor was het budget net niet toereikend.