'Gekooid dier' wil misschien zelf niet met zijn hoofd op televisie

Als je met je programma een spoeddebat in de Tweede Kamer veroorzaakt, dan heb je het in Hilversum goed gedaan. Het lukte Uitgesproken EO gisteren volgens beproefd recept: laat politici vooraf schokkende beelden zien, zodat ze nog in de uitzending om maatregelen kunnen vragen.

De zaak van de 18-jarige Brandon van Ingen („mijn zoon leeft als een gekooid dier”) oogt akelig, maar het is de vraag of die zich wel leent voor directe politieke besluitvorming.

De jongen wordt beschreven als lijdend aan een lichte verstandelijke beperking, een hechtings- en een stemmingsstoornis en hyperactiviteit. Hij woont in de Ermelose gehandicapteninstelling ’s Heeren Loo. Zijn moeder en stiefvader maakten videobeelden in zijn isoleerruimte, waar hij permanent verblijft. Hij draagt een tuigje, dat met een riem van anderhalve meter aan de muur vastzit.

De zaak lijkt op die van Jolanda Venema, in 1988 door haar moeder gefotografeerd en ook vastgemaakt aan de wand. Het programma refereert zelf aan die zaak, maar er zijn ook verschillen. Jolanda was naakt en niet goed in staat zelf te reflecteren op haar situatie. Brandon zegt wel dat hij graag naar buiten zou willen.

Volgens zijn moeder heeft hij drie jaar geen buitenlucht gezien, maar in een twistgesprek met presentator Andries Knevel wordt dat tegengesproken door Frank van der Linden, regiomanager van ’s Heeren Loo.

Die zegt niet op het concrete geval te willen ingaan, omdat Brandon uitdrukkelijk zou hebben gezegd „niet met zijn hoofd op televisie” te willen. Ook die uitspraak leidt tot gekissebis, want Knevel heeft van zijn moeder het tegengestelde gehoord.

Los van de vraag hoe handelingsbekwaam de meerderjarige Brandon zou zijn, had de zaak best iets terughoudender gebracht mogen worden. Wat er voor leken en ouders onacceptabel uitziet, hoeft nog geen schandaal te zijn.

Van der Linden stelt dat besluiten over de behandeling van de soms agressieve jongen genomen worden door de instelling, de rechter en eventueel de inspectie, in overleg met het Centrum voor Consultatie en Expertise, maar niet door politieke partijen. Dat klinkt als een goed idee.

Toevallig zond gisteren de Vlaamse zender één in Koppen XL een Zwitserse reportage uit over een gesloten psychiatrische inrichting in Neuchâtel. Daar was maandenlang gefilmd, zonder enige morele verontwaardiging. Bovendien waren alle patiënten onherkenbaar in beeld gebracht.

Het standpunt was meestal dat van de behandelaars en verzorgenden, die zichtbaar moeite hadden met dwangmaatregelen. Het is geen lolletje om met zes, zeven man een isoleercel binnen te moeten gaan. Een geëmotioneerde nachtzuster is opgelucht als een suïcidale borderliner tijdens haar dienst net niet sterft.

We zien de gevaren van de omgang met agressieve psychotici en snappen dat het nooit eenvoudig is het goede te doen.

Dat geldt ook voor de aandacht van televisie voor dit soort precaire onderwerpen.