Doodsteek voor traditie

Dat Ehud Barak, minister van Defensie én partijleider, deze week de Arbeidspartij de rug heeft toegekeerd en meteen een eigen fractie heeft gevormd, is niet uniek in de Israëlische geschiedenis. Barak is de zoveelste toonaangevende politicus – Defensie is ná het premierschap de meest prestigieuze post in Israël – die voor zichzelf begint. Moshe Dayan, Ariel Sharon en zelfs staatsvader David Ben Gurion gingen hem voor. Ben Gurion en Dayan braken in de jaren zestig met de sociaal-democratische partij Mapai, die vanaf de oprichting van de staat Israël in 1948 dominant was. En in 2005 verliet Sharon, toen notabene zelf premier, Likud dat wordt geleid door Benjamin Netanyahu.

Allen handelden steeds onder het motto dat het staatsbelang uiteindelijk zwaarder weegt dan het partijbelang. Persoonlijke ambities en rancunes speelden overigens ook een rol. Politiek in Israël is een bedrijf van macho’s.

Maar het is wel uitzonderlijk dat Barak door dit schisma een regering schraagt die steunt op de ultranationalistische minister Avigdor Lieberman van Buitenlandse Zaken, wiens gedrag ertoe leidt dat Israël zich in steeds grotere delen van de wereld isoleert.

Barak heeft met zijn stap niet zozeer schade toegebracht aan de Arbeidspartij, die kampt met schulden en nu nog maar acht leden in de 120-koppige Knesset heeft. Die partij kwakkelt al jaren, boud gesteld sinds de moord op premier Yitzhak Rabin in 1995. Nee, Barak heeft een streep onder een traditie gezet waarin hij zelf ook groot is geworden: de geschiedenis van een collectivistisch sociaal-democratisch zionisme dat de ‘vijandige’ buitenwereld zo rationeel mogelijk tegemoet wil treden omdat Israël niet kan leven in een toestand van permanente mobilisatie. Door zich te verbinden aan Lieberman, en vooral diens ondemocratische en discriminatoire ideeën, draagt Barak bij aan een cultuur waarin steeds minder ‘checks and balances’ bestaan.

Premier Netanyahu, voor wie het vastgelopen ‘vredesproces’ toch al geen prioriteit is, heeft uiteraard geen bezwaar tegen de desintegratie van de Arbeidspartij. Hij heeft Barak, die nu vijf zetels in het parlement heeft, maar liefst vier ministersposten aangeboden. Netanyahu redeneert: als de oppositie gedecimeerd is – alleen de centristische Kadima heeft met 28 parlementariërs een stem – zullen de Palestijnen een toontje lager zingen en straks deemoedig aan de onderhandelingstafel terugkeren.

Maar dat zou wel eens een mistaxatie kunnen zijn. Naarmate de politiek in Israël steeds minder interne oppositie kent en zo het democratische karakter van de Staat verder onder druk komt te staan, hebben de Palestijnen ook minder te verliezen.