Dit lijkt wel gesopt!

Volgende week promoveert socioloog Sjoukje Botma aan de UvA met haar promotieonderzoek Gewoon Schoonmaken, waarin ze de verhoudingen tussen werkgever en huishoudelijk werker onderzoekt.

Ik vind het behoorlijk fantastisch dat iemand zich hiermee bezig houdt, voornamelijk doordat ik immer op zoek ben naar wetenschappelijk bewijs voor mijn stelling: ‘Dat je een werkster hebt, betekent niet per se dat je door de duivel bezeten bent.’

Al twee jaar voer ik hierover een oeverloze discussie met mijn vriend. Hij is van mening dat het goed is om zelf je huis schoon te maken, dat het een belangrijk onderdeel van voor jezelf zorgen is, dat als iedereen zijn eigen rommel zou opruimen de wereld een betere plek zou zijn, dat het heus wel meevalt als je het gewoon doet en dat het bovendien helpt om je hoofd helder te maken. Ik ben van mening dat ik gewoon tantoegraag een schoonmaker wil. Ik heb ooit twee weken op een huis gepast waar een keer in de week werd schoongemaakt. Nadat de man klaar was, rende ik verrukt door het huis, roepend: “Dit lijkt wel gesopt!” en “Hij heeft mijn schoenen op alfabetische volgorde gezet!” Sindsdien is het mijn diepste wens om dit nog eens in mijn eigen huis mee te maken. Waar nogal wat eer valt te behalen, aangezien ik het gen dat voorzichtig aangeeft ‘zou het niet leuker zijn als de wasbak níet vol uitgespuugde tandpastaklodders zou zitten?’ schijn te ontberen. Ik houd nou eenmaal niet van schoonmaken. Volgens mijn vriend is er echter niemand die van schoonmaken houdt: “Het moet nou eenmaal gebeuren en dat doe je gewoon even zelf.”

Ondanks dat ik heilig overtuigd ben van mijn gelijk, is dat uiteraard toch de reden waarom ik nog niemand heb ingehuurd: schuldgevoel. Het feit dat ik, zonder iets aan mijn rug, handen of emmerbezit te mankeren, iemand inhuur – die waarschijnlijk opgeleid is tot leraar Frans of filosoof – om mijn wc te schrobben. Ik zie nu al hoe het zou gaan: een halfuur voordat werkster X arriveert, ben ik alle vuile vaat onder het matras aan ’t proppen. Waarna ik de taken omschrijf als: “Goed, nou… je zou kunnen stofzuigen…” om daarna haastig aan te vullen: “Maar alleen als je dat wílt hoor! Doe alléén wat je wilt. Hier zijn de schoonmaakmiddelen. Maar als je die niet wilt gebruiken is dat natuurlijk he-le-maal aan jou. Je kan ook de badkamer doen. Misschien. Houd je daarvan, badkamers?”

En dit is volgens Botma precies het probleem bij de werkgever/huishoudelijk werker-relaties: de ongemakkelijkheid die voortvloeit uit de ongelijkheid. Niet nodig, volgens haar: “erken gewoon de luxe van het inhuren van een huishoudelijk werker en treed die zakelijk tegemoet.”

Als ik me wat professioneler kan opstellen, is er wellicht toch nog hoop voor mij en mijn ongeordende schoenen.

Renske de Greef

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In de column van Renkse de Greef van gisteren (Dit lijkt wel gesopt!, pagina 2) wordt melding gemaakt van het promotieonderzoek van Sjoukje Botman. In de column werd ze per abuis Sjoukje Botma genoemd.