Dit is gewoon nog het oude regime

De nieuwe Tunesische regering was nog geen dag oud of vier ministers namen al weer ontslag.

De betogers zien het liefst dat de hele regering opstapt.

Het heeft niet lang geduurd voordat in de straten van Tunis de bordjes met ‘Ben Ali Dégage!’ (Ben Ali, rot op) vervangen werden door bordjes met ‘RCD Dégage!’ Nog voor de oude premier Mohammed Ghannouchi zijn nieuwe regering goed en wel had aangekondigd, waren in Tunis en andere steden al duizenden mensen de straat opgegaan om te protesteren tegen het vormen van een regering met leden van de Rassemblement Constitutionnel Démocratique, de partij van de vrijdag verjaagde president Zine al-Abidine Ben Ali.

Gisterochtend waren ze maar met enkele honderden in het centrum van Tunis. Maar het beeld van politiemannen die betogers achternazaten met knuppels, op dezelfde plek waar vrijdag nog het einde van 23 jaar dictatuur werd gevierd, was genoeg voor de drie staatssecretarissen van de vakbond UGTT om ontslag te nemen. De UGTT, de enige instelling die de betogingen tegen Ben Ali van bij het begin heeft gesteund, weigert nu de nieuwe regering te erkennen.

Later op de dag volgde oppositieleider Mustapha Ben Jaafar van het Forum Démocratique pour le Travail et la Liberté, het voorbeeld van de vakbond. De twee andere ministers van de wettige oppositie onder Ben Ali, Najib Chebbi van de Parti Democratique Progressiste (PDP) en Ahmed Brahim van Ettajdid, hielden hun antwoord nog in beraad.

Zouhair Makhlouf, journalist en kaderlid van de PDP, verdedigde gisteren de deelname van zijn partij aan de regering. „Goed, er zitten ministers in de regering die tot het oude regime behoren, maar ik zie dit toch als vooruitgang voor Tunesië”, zei Makhlouf, die in december nog in elkaar werd geslagen door agenten van Ben Ali. „Wij moeten nu deelnemen aan de macht in het belang van het volk. Het wil niet zeggen dat we verzaakt hebben aan de beweging.”

Wie zich niet verbaast over de gang van zaken is Taoufik Ben Brik, journalist en jarenlang opposant van het autoritaire regime in Tunesië. „Het volk gaat nooit een regering met de RDC accepteren. Zodra de noodtoestand wordt opgeheven, zal het straatprotest weer opleven”, zegt Brik, die onder Ben Ali meermaals in de gevangenis belandde. „Deze regering vertegenwoordigt de straat niet. Het is verandering zonder verandering, een paleisrevolutie.”

Ben Brik vreest dat er nog meer bloed zal vloeien in Tunesië. Volgens hem is dat onvermijdelijk, wil men in Tunesië echt van een revolutie kunnen spreken.

„De straat is onverzettelijk. Maar daartegenover staat een machtsblok dat tegen elke prijs de macht wil behouden en dat tot de tanden toe bewapend is. Die mensen hebben grote financiële belangen”, vertelt journalist Brik. „Op Facebook circuleert een kaartspel met 52 namen van gezochte personen. Veel grote families in Tunesië hebben zich verrijkt onder Ben Ali, en die zijn lang niet allemaal vertrokken.”

De nieuwe regering, die zichzelf zes maanden de tijd geeft om verkiezingen te organiseren, telt veel gezichten die de Tunesiërs maar al te goed kennen. Niet alleen Ghannouchi, eerste minister onder Ben Ali en gedurende één dag interim-president, blijft op zijn post. Zeven andere ministers en staatssecretarissen van Ben Ali’s RCD gaan ook door, op sleutelposten als Defensie, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Financiën.

De regering telt een aantal figuren uit het maatschappelijke middenveld, zoals filmmaker Moufida Tlatli, die minister van Cultuur wordt. De grootste verrassing is de aanstelling van een blogger, Slim Amamou, als staatssecretaris voor Jeugd en Sport. Amamou kwam in het nieuws toen hij in de laatste dagen van het regime van Ben Ali werd gearresteerd. Hij maakte zijn benoeming wereldkundig door op FourSquare, een sociaal netwerk, zijn locatie aan te geven als „het ministerie van Binnenlandse Zaken”.

Premier Ghannouchi heeft de bevolking verzekerd dat de RCD-ministers in de nieuwe regering allemaal „schone handen” hebben, maar voor de historische oppositie, en ten minste een deel van de straat, is de Tunesische „revolutie” verraden.

Vooral bij de onder Ben Ali verboden oppositie is de verontwaardiging groot. „Dit is gewoon de voortzetting van het oude regime”, zegt Hamma Hammami, woordvoerder van de Parti Communiste des Ouvriers de Tunisie. „Het is de RCD uitgebreid met een paar oppositiefiguren, en de straat gaat dit echt niet pikken.”

Ook Hammami’s vrouw, advocaat en mensenrechtenactivist Radhia Nasraoui, is boos. „Deze regering heeft niet de steun van het volk. De mensen die de afgelopen maand de straat op zijn gegaan wilden niet het vertrek van Ben Ali; ze wilden het einde van zijn regime.”

Maar ook de straat is verdeeld. Belhassen Handous, een activist die deel uitmaakt van een prille jongerenbeweging en zegt dat hij voor de straat spreekt, is voorstander van samenwerking met de regering. „Wij hebben respect voor wat de oude garde heeft gedaan, maar hun soort activisme is gepasseerd. Het is nu de beurt aan de jeugd van Tunesië.”

In Beeld: pagina 14 en 15