Burgerjournalistiek is allesbehalve dood

Nieuwe vormen van burgerjournalistiek zijn calamiteitensites of Nufoto.nl.

Maar de bloggende burger heeft de traditionele journalist nog niet vervangen.

Bijna tien jaar geleden begon Frank Jansen of Lorkeers, werknemer bij een kaasfabriek, een nieuwsweblog over zijn woonplaats Raalte. Hij had geen journalistieke achtergrond en houdt naar eigen zeggen „niet zo van hoor en wederhoor”. Maar hij had wel wat te melden op Roalte.net. Het werd een belangrijke nieuwsbron dat het gat vulde dat lokale media in het dorp lieten liggen.

Nu is Jansen of Lorkeers gestopt. „Ik wil eindelijk eens met een pilsje op de bank zitten en niet elke avond met dat nieuws bezig zijn. Iemand anders moet het stokje overnemen.” Maar dat gebeurt niet. „Ik heb oproepen geplaatst, maar nog geen enkele reactie gekregen.”

Zo vergaat het veel initiatieven van meestal onbetaalde burgerjournalistiek. Vijf jaar geleden werd in discussies nog geregeld gesteld dat traditionele journalisten hun banen zouden verliezen aan burgerjournalisten. Vooral regionale media werden ‘bedreigd’, omdat de bloggende burgers vooral deskundig zouden zijn van hun eigen woonomgeving.

Om de boot niet te missen lanceerden regionale dagbladen en omroepen websites voor burgerjournalisten. Sommige zijn nog actief, maar veel daarvan liepen stuk op een beperkte interesse van de burger. Het Heerlense GMSbuurt.nl van het Limburgs Dagblad stopte bijvoorbeeld zonder één burger bereid te vinden om journalistieke bijdragen te leveren.

Toch is burgerjournalistiek allesbehalve dood, meent Alexander Pleijter, universitair docent nieuwe media in Groningen en hoofdredacteur van weblog De Nieuwe Reporter. Het heet alleen anders. „Het is een definitiekwestie. Het wordt nu vaak hyperlokaal nieuws genoemd, terwijl in feite hetzelfde wordt bedoeld.” De Telegraaf Media Groep lanceerde onlangs onder die noemer dichtbij.nl en Dagblad BN/De Stem begon dichtbijbrabant.nl. Ook daar is het uitgangspunt dat vanuit de gemeenschap nieuws wordt gepubliceerd.

Pleijter: „Burgerjournalistiek is groter dan ooit, maar de vorm is veranderd. Sociale media kunnen een vorm van burgerjournalistiek zijn als je elkaar foto’s of links stuurt. Maar ook de 112-sites, die verslag doen van calamiteiten, zijn bijvoorbeeld zeer populair. Daarop publiceren burgers foto’s van branden en ongelukken. En Nu.nl maakt gebruik van wat op Nufoto.nl wordt ingestuurd.”

Volgens Blanken is de groep die burgerjournalistiek wil bedrijven nog altijd groot genoeg om de traditionele journalistiek te corrigeren en te veranderen. „Het is vaak sterk op een niche gericht, onregelmatig en onbetaald, maar het is zeer relevant. Als je bijvoorbeeld iets wilt weten over ouderschap of ADHD, zijn er genoeg blogs waar je terecht kunt.”

Ook WikiLeaks, dat met zijn onthullingen het nieuws domineert, heeft burgerjournalistieke kenmerken. Blanken: „Maar burgerjournalisten zijn niet op de stoel van de journalist gaan zitten. Die gaan niet massaal zelfstandig nieuws zoeken en publiceren. Dat is achteraf een rare gedachte. Misschien moet je het geen journalistiek noemen, maar de burger heeft wel een plek veroverd in het nieuwsproces als het gaat om het aanleveren van onderwerpen en beeld.”

Niet alle weblogs sterven bovendien een stille dood. Paul Schabbink begon ongeveer acht jaar geleden goorsnieuws.nl, uit onvrede over het lokale nieuwsaanbod. „Het was ook een protest tegen de schaalvergroting.”

Het dorp Bentelo ligt op acht kilometer van Goor, maar het interesseert Schabbink niet wat daar gebeurt. „Omgekeerd ook niet.” Goorsnieuws is ‘voor Goor, door Goor’, en werd een succes. Ook commercieel. Er kwam een tweede website in Markelo, er komt een jaarboek uit en de professionele redactie bestaat tegenwoordig uit zes mensen.

Schabbink: „Wij willen dat er een redacteur tussen de burgers en de website zit. Journalistiek is een vak.” Maar is het dan nog burgerjournalistiek? „Meer dan de helft van het nieuws komt van burgers. Maar de journalist bepaalt. We zijn eigenlijk een krant op internet geworden.”