Bot tegen VS: Antillen zijn de Nederlandse Falklands

Nederland nam de dreiging van Venezolaanse destabilisatie of zelfs annexatie van de Antillen in 2005 erg serieus, zo blijkt uit diplomatenpost.

Eppo König

De Antillen zijn de Nederlandse „Falklands”, vond oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot. „Als we morgen zouden vertrekken, zijn ze de volgende dag van Venezuela”, zei hij in mei 2005 tegen de Amerikaanse ambassadeur Clifford Sobel, volgens diplomatieke post die via Wikileaks is uitgelekt en in het bezit is van NRC Handelsblad en RTL Nieuws.

Bot verwees niet zomaar naar de Argentijnse inval in de Britse Falkland-eilanden in 1982. Den Haag nam de dreiging van een Venezolaanse annexatie van de Nederlandse Antillen in 2005 zeer serieus, blijkt uit de ambtsberichten. De zorgen over de infiltratie van Venezuela stonden „in de top” van de buitenlandse prioriteiten. Voor militair machtsvertoon in samenwerking met de Verenigde Staten schrok de regering echter terug. Nederland wilde de Venezolaanse president Hugo Chávez niet onnodig „provoceren”.

Bij dezelfde ontmoeting met ambassadeur Clifford Sobel in 2005 vergeleek minister Bot de socialist Chávez met diens idool: de Zuid-Amerikaanse bevrijder Simón Bolívar (1783-1830). Net als Bolívar wil Chávez de geschiedenis ingaan als anti-koloniale strijder. En helaas vormen Aruba, Curaçao en Bonaire voor de kust van Venezuela de „dichtstbijzijnde en sappigste gelegenheden” om die ambitie te verwerkelijken, zo schreef Sobel aan Washington.

De Spaanse premier José Zapatero was „een dwaas” („fool”) , had Bot gezegd, om te verkondigen dat Europa in deze situatie toenadering tot Chávez moest zoeken. Overigens was het enige commentaar dat Bot vanochtend na lezing van dit artikel gaf dat hij de woorden van Zapatero nu eerder „merkwaardig” zou noemen.

De manoeuvres van Chávez waren jarenlang genegeerd door Den Haag, erkende een senior adviseur van premier Balkenende in augustus 2005 tegenover de Amerikaanse ambassadeur. Nu had Balkenende „persoonlijke bemoeienis” met de spanningen met Venezuela, naast de ministers Bot, Kamp (Defensie, VVD), Pechtold (Koninkrijksrelaties, D66) en Donner (Justitie, CDA). Zeker met het oog op de verkiezingen op de Antillen in 2006. Venezuela probeerde de Nederlandse invloed op de Antillen te elimineren of te ondermijnen – „zonodig met geweld”, schreef Sobel dat jaar. Al realiseerde Den Haag zich dat Chávez geen „nieuwe Castro” was.

Nederlandse functionarissen hadden een vier pagina’s tellende lijst van incidenten met Chávez opgesteld. De punten varieerden van de luchtruimschending door een Venezolaanse jager in 2002 tot publiekelijke territoriale claims. Venezuela beschuldigde Nederland op zijn beurt van militaire steun aan aartsvijand Amerika via de Antillen: een Forward Operating Location (F.O.L.) die de VS gebruikten voor de regionale drugsbestrijding. Venezuela ziet de Antillen als een „onzinkbaar Amerikaans vliegdekschip”, zei een hoge ambtenaar nog in juli 2009.

Chávez had verschillende instrumenten tot zijn beschikking om een „krachtig destabiliserend effect” op de eilanden uit te oefenen en „serieuze problemen” voor Den Haag te veroorzaken, volgens Nederlandse ambtenaren. Ze noemen de Venezolaanse export van olie en pro-Venezolaanse politici op de Antillen als vice-premier Errol Cova die het „intelligente Nederlandse kolonialisme” verwierp. Chávez zou „zelfs criminele groepen” aansturen die invloed op politici probeerden uit te oefenen.

De Nederlandse regering vond het tijd voor een krachtig tegengeluid. Commandant der strijdkrachten Dick Berlijn wilde de militaire aanwezigheid in het gebied vergroten, indien mogelijk ook met onderzeeërs en ander marinematerieel van andere EU-landen die deelnamen aan de drugsbestrijding in de Caraïben. Nederland had recentelijk al F16-jachtvliegtuigen op Aruba gestationeerd – „een zet die niets te maken had met welke spanningen in Venezuela dan ook, maar waarvan ze hoopten dat Caracas het had opgemerkt”, aldus een ambtsbericht uit augustus 2005.

Tegelijkertijd was Nederland huiverig voor al te veel wapengekletter. ‘GEEN STEUN VOOR DRAMATISCH KRACHTVERTOON’, kopte een ambtsbericht aan Washington van september dat jaar. Bot wilde Chávez niet onnodig uitdagen. Voor „nucleair aangedreven vaartuigen” en „vloten van ongewoon grote afmetingen” bedankte het „Koninkrijk” de VS vriendelijk.

De Amerikanen willen Nederland wel graag helpen. Als een natie met historische wortels in de Caraïben, zou Nederland binnen de EU een voortrekkersrol kunnen spelen, was de gedachte in een bericht uit augustus. Al zou Den Haag „terughoudend” zijn om de leidende Europese rol van Spanje in de regio te trotseren zonder „aanmoediging”.

Zelf wilde de Nederlandse regering Chávez vooral een „krachtig” diplomatiek geluid laten horen. Ook als aanleiding om de gevoelige situatie binnen de EU te kunnen bespreken.

Maar tot een afspraak met Chávez kwam het niet. April 2006 kwam de verhouding tussen Den Haag en Chávez op een nieuw dieptepunt toen minister Kamp de Venezolaanse president in de Tweede Kamer in verband met diens territoriumdrift een „onverdraagzame populist noemde”. Chávez riposteerde dat Kamp een „pion” was van de VS.

In juni dat jaar laat Bot echter via de media weten dat de verhoudingen weer zijn „gladgestreken”. Venezuela was een sterke buurman. Balkenende wilde „subtiel” omgaan met de dreiging, aldus een bericht uit augustus van dat jaar.

Toen Chávez Nederland in januari 2010 opnieuw beschuldigde van schending van het Venezolaanse luchtruim, overlegde minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) met de Amerikaanse ambassadeur Fay Hartog-Levin. Verhagen verwachtte niet dat Venezuela snel zou overgaan tot een „invasie”, maar de Antilliaanse economie was kwetsbaar.

De Nederlanders blijven zich zorgen maken over Venezuela, becommentarieerde Hartog-Levin onderaan het bericht, maar ze hebben nog niet het „juiste mechanisme” gevonden tegen Chávez.