Boerenkaas voor boerenjongens

Het is nu al weer een paar dagen na de uitzending, maar ik denk nog regelmatig aan Boer zoekt vrouw. Wat is dat toch met dat programma dat je je er al zo snel mee verbonden voelt. Het zijn helemaal geen bijzonder interessante mensen, ze zeggen geen bijzondere dingen. Dan kun je zeggen: dat is het juist, dat het gewóne mensen zijn in hun gewone leven, maar wat is er zo gewoon aan dat drie vrouwen met een cameraploeg bij een man gaan logeren in de hoop dat een van hen gekozen zal worden tot zijn vrouw?

Dat is hoogst bevreemdend en de manier om niet tot liefde te komen, maar tot een opgefokt soort tijdelijke verliefdheid. Je kent het van jezelf ook wel, dat je min of meer verliefd bent op een situatie inclusief het gezelschap. In vakanties bijvoorbeeld, maar soms al op een leuke avond. Dan wil je dat dit nooit voorbijgaat, dat je aldoor, met deze mensen, op deze plek zult blijven. Als je wens in vervulling zou gaan, zou je raar staan te kijken.

Het lijkt me trouwens ook niet niets, zomaar drie onbekende logees waarvan er twee een hele week blijven. En die logees zijn ook nog eens overal, ze lopen over het erf, ze zitten op de bank, ze koken in je keuken.

Dat de logees in de keuken komen is overigens niet zo’n slecht idee. De boeren geven zelf als lievelingseten niet bepaald opwindende dingen op: ‘Hollandse kost’ of patat cq berehap ‘met satésaus’ of ‘Chinees’ – en bij dat laatste is ‘afhaal’ bedoeld. Alleen boer Marcel heeft een afwijkend lievelingseten: de eerste aardappelen van het seizoen, gebakken in olie. Dat is leuk. En boerin Annemarie maakt voor de mannen die om haar zwerven tiramisu en zegt: „Dat is zó lekker. Ja, ik weet natuurlijk niet of zij het ook lekker vinden, het blijven wel boeren.”

Op het platteland worden juist allerlei interessante etenswaren geproduceerd, maar duidelijk niet door deze boeren. Jammer, slow food zou anders ook zijn voordeel kunnen doen met BzV. Zelfs boerin Annemarie, die zelf kaas maakt, hebben we nog helemaal niet over de smaak van kaas gehoord.

In het boek Raapsteeltje. Heerlijk eten in Nederland staat een recept voor een souffleetje met boeren Goudse oplegkaas. Die zou Annemarie misschien eens kunnen maken. Anders maken we hem zelf.

Verwarm de oven voor op 190 graden.

Smelt 50 gram van de boter op matig vuur en roer de bloem erdoor. Breng in een andere pan de melk bijna aan de kook en giet die scheutje voor scheutje bij het boterbloemmengsel. Steeds goed roeren. Laat tien minuten zachtjes doorkoken.

Klop het eiwit stijf en klop de eierdooiers los. Haal de pan met de saus van het vuur en klop er de rest van de boter door, daarna de eierdooiers en vervolgens de kaas, op een eetlepel na. Rasp er wat nootmuskaat over, draai een paar keer aan de pepermolen en spatel het eiwit door het mengsel.

Beboter een souffléschaal met een doorsnee van 20 cm. De schaal mag niet veel meer dan half vol zijn. Giet het kaasmengsel in de vorm, strooi de laatste lepel kaas eroverheen en zet de soufflé 35 minuten in de oven.

Meteen opdienen als-ie klaar is.