Ben Ali, de opera

Ondanks alle kritiek – gillende sopranen en moddervette heldentenoren, onwaarschijnlijke libretti, absurde ensceneringen (Don Giovanni als Hell’s Angel) – heeft opera niet afgedaan als kunstvorm, integendeel. Dat valt deels te verklaren doordat een opkomende middenklasse graag gezien wil worden bij een kunstvorm die zowel moeilijk als chic is. Naar de opera gaan blijft een teken van status. Het over the top-karakter trekt ook jonge generaties aan. Lady Gaga is immers ook een soort diva.

De onweerstaanbaarheid van de opera ligt ook in wat daar ten tonele wordt gebracht, en hoe. Juist doordat opera zich meer dan andere kunsten bedient van een hyperkunstmatige vorm (stervende mensen die minutenlange aria’s zingen), wordt de inhoud je met mokerslagen bijgebracht. Iedere opera gaat over emoties in de overtreffende trap – Het Definitieve Verraad, De Totale Zelfopoffering, De Nietsontziende Machtswellust.

In opera zien we al die dingen die wij gewone mensen nooit van dichtbij meemaken, maar alleen kunnen ervaren via kunst, of misschien religie. De eenvoud van de emoties en de relaties grenst aan het clichématige, maar dwingt tot identificatie met het essentiële. Daarin verschilt opera bijvoorbeeld van de media. Die hebben het patent óf op human interest (wat ging er door u heen toen u de trein met uw neef zag ontsporen?), óf op de zakelijke analyse (trein ontspoord door samenloop van omstandigheden en ontoereikend beleid).

De opera biedt daarentegen het Grote Verhaal, de archetypen van Kwaad en Goed, gestold in korte scènes met sleutelfiguren. In tegenstelling tot de literatuur gaat het nooit over het particuliere. Andere tijden en situaties – dolende ridders, liefhebbende prostituees à la La Traviata – worden minder vreemd door de opera. Ook hedendaagse gebeurtenissen kunnen zo worden gecondenseerd, zoals in Nixon in China van John Adams.

Als een moderne Verdi met zijn librettist Piave eens de val van de Tunesische president Ben Ali zou behandelen, dan...

Scène 1: Op de avondmarkt zit Mohamed naast een krat met groenten. Thema voor hobo en klarinet. Een koor van huisvrouwen zingt zacht over de prijs van het voedsel. Plots wijken zij uiteen: de politie stormt de markt op en neemt alle waar in beslag. Mohamed smeekt: „Laat mij mijn groenten houden, ik ben afgestudeerd, ik ben werkloos!” De politie is onverbiddelijk. In wanhoop steekt de jongen zichzelf in brand. Zijn kameraden proberen hem te redden en gooien stenen naar de politie, waarna ze het gebeurde overal in de stad vertellen.

Scène 2: In het paleis van Ben Ali. In aanwezigheid van de hoogste generaal rapporteert het hoofd van de politie over kleine onlusten. Leïla, de machtige vrouw van Ben Ali, eet onverstoord haar uit Parijs ingevlogen bonbons. Ben Ali vraagt haar om advies. Ze schiet met propjes bonbonpapier: „Onderdruk die onruststokers, geef hun bonbons te eten!” Triomfantelijke trompetten.

Scène 3: Voor het ziekenhuis waar Mohamed net aan zijn verwondingen is overleden. Koor van protesterende studenten tegenover koor van de politie, aanzwellende celli. Op de achtergrond, in zwemkleding, het koor van de toeristen: „Stilte, wij zijn hier met vakantie!”

Scène 4: Een kale studentenkamer, verlicht door een peertje. Hobo herhaalt het Mohamedthema. Geluiden van straatprotesten. Mahmoud, beste vriend van Mohamed, verklaart zijn liefde aan Nadia, die zegt Mohamed eeuwig trouw te blijven. Andere studenten komen binnen, onder wie enkelen gekleed als islamisten. „Ten strijde! Tegen het onrecht! Tegen de middenklasse!”

Scène 5: onderonsje in de residentie van de Franse ambassadeur: „Het bewind van Ben Ali is zo slecht nog niet vergeleken met de rest.” De Amerikaanse ambassadeur: „Ben Ali is een lost case, de toekomst is aan het leger.” De VN-ambassadeur: „Democratie moet van de middenklasse komen.” De Franse ambassadeur: „Attention à WikiLeaks!”

Scène 6: De menigte trekt op naar het paleis van Ben Ali, die voor de televisie verklaart dat hij bereid is tot concessies. Het koor, steeds luider: „Weg met de dictator, wij willen werk.” Ben Ali verdwijnt door een achterdeur. Leïla grist enkele juwelen mee. Op een teken van de Generaal komen gewapende soldaten op. Het politiekoor zwijgt.

Scène 7: Het vliegveld. Mopperende toeristen – „Uit de weg! Wij hebben voorrang!” – verdringen zich voor het vliegtuig naar Parijs. Tussen hen, incognito, Ben Ali en Leïla. De Generaal herkent hen en stuurt hen naar een legerhelikopter. Nadia en Mahmoud kijken toe. Het studentenkoor: „Dit is het einde van de dictator! Een nieuwe toekomst wacht ons!” Mahmoud kust Nadia, die hem niet afwijst. De studenten dansen met de soldaten rondom Nadia en Mahmoud.

Scène 8: In zijn residentie belt de Franse ambassadeur met Sarkozy: „Dit is het einde. Zeg dat Strauss Kahn van het IMF het verder moet opknappen.” Op het balkon belt de Amerikaanse ambassadeur met Clinton: „Pas op voor de islamisten!” Slotduet van beiden: „Zonder ons geen democratie, geen vrijheid!” In de coulissen herhaalt het studentenkoor deze tekst.

De nacht valt. Ergens klinken schoten, violen zwellen aan, tromgeroffel, stilte.

Doek.