Arabische leiders willen protesten wind uit de zeilen nemen

Oproerpolitie en demonstranten in Tunis vandaag. Foto Reuters / Finbarr O'Reilly

Terwijl protesten doorgaan in Tunesië nemen Arabische leiders maatregelen à 1,5 miljard euro om de kwakkelende economieën in hun regio te hervormen. De leiders, bijeen in een top van de Arabische Liga in de Egyptische kustplaats Sharm al-Sheikh, willen met name werk creëren voor jongeren om “hen in staat te stellen volledig te participeren in hun maatschappijen”, aldus de uitgelekte slotverklaring.

De wekenlange protesten van werkloze jongeren die de Tunesische president Ben Ali vorige week ten val brachten, “hebben de bijeenkomst een dwingend karakter gegeven”, schrijft NRC Handelsblad vanmiddag:

“Het idee van het programma was in 2009 geopperd door Koeweit gedurende een eerdere economische topconferentie. Maar zoals vaker bij initiatieven van de Arabische Liga waarvoor de leden geld moeten storten, kwam het programma moeizaam van de grond. Maar volgens Arabische diplomaten hebben Saoedi-Arabië en Koeweit nu elk 500 miljoen dollar toegezegd en stromen verdere toezeggingen binnen.”

“De Arabische ziel is gebroken door armoe, werkloosheid en recessie”, zei de Egyptische secretaris-generaal van de organisatie, Amr Moussa, vandaag in zijn openingstoespraak. “De Tunesische revolutie is niet ver van ons vandaan. De Arabische burger is in een ongekende staat van woede en frustratie.”

Protesten in Tunesië duren voort
Ruim duizend Tunesiërs zijn vandaag opnieuw de straat opgegaan om te protesteren tegen het aanblijven van talrijke ministers van het oude regime in het nieuwe kabinet, zoals interim-president Fouad Mebazza en premier Mohammed Ghannouchi. In een poging om zich althans formeel te distantiëren van Ben Ali zegden Mebazza, tot vorige week parlementsvoorzitter, en Ghannouchi, die al tien jaar premier was, gisteren hun lidmaatschap van de regeringspartij, de RCD, op.

Eerder vandaag stapten vier ministers op die namens vakverbond UGTT en een oppositiepartij tot het kabinet waren toegetreden. Zij kozen de kant van demonstranten die zeggen dat democratische verandering onmogelijk is als zoveel medewerkers van de weggestuurde president de belangrijkste regeringsposten blijven bezetten. Ook Ben Ali’s ministers van Binnen- en Buitenlandse Zaken, van Defensie en van Financiën zijn aangebleven.