Zembla gegispt na tv-uitzending over fouten OM

Een uitzending van het tv-programma Zembla over „foute” officieren van justitie is door de Raad voor de Journalistiek vernietigend veroordeeld.

De geruchtmakende tv-uitzending van Zembla over „foute officieren van justitie” vorig jaar was eenzijdig, onzorgvuldig en onvolledig. Dat stelt de Raad voor de Journalistiek. De VARA-journalisten lieten zich te veel leiden door hun eigen mening. De handelwijze van het actualiteitenprogramma was „maatschappelijk niet aanvaardbaar”. Een klacht van het Openbaar Ministerie is daarom deels gegrond verklaard door de Raad.

Deze uitspraak van 17 december, die nu is gepubliceerd, is een harde terechtwijzing van het tv-programma.

In januari vorig jaar beweerde Zembla dat bij het Openbaar Ministerie (OM) een patroon bestaat van fouten maken en die vervolgens toedekken. De omroep publiceerde een lijst van 96 met naam genoemde „foute” officieren van justitie. Ondanks verloren zaken en gemaakte fouten zouden zij intern promoties maken. Volgens de VARA zouden door fouten van het OM honderdvijftig verdachten zijn vrijgekomen. Het Openbaar Ministerie kwam na een uitgebreid onderzoek van die lijst echter tot slechts negen zaken waarin het OM een verwijt te maken valt. De Raad noemt de publicatie van die lijst nu „onzorgvuldig”.

De enige reden waarom de klacht van het OM niet geheel gegrond is verklaard, is dat de VARA na de uitzending op de eigen website de reactie en een onderzoeksrapport van het OM heeft vermeld. Zo heeft Zembla het gebrek aan wederhoor in de uitzending achteraf „op deugdelijke wijze rechtgezet”.

Zembla besteedt aan de vernietigende uitspraak van de Raad op zijn eigen website drie regels. Daarin wordt niets verteld over de motivering van het oordeel. Aan de uitzending zelf werd destijds uitgebreide publiciteit gegeven. De uitzending zelf staat nog steeds online, zonder verwijzing naar de uitspraak van de tuchtrechter.

De belangrijkste overweging in de uitspraak van de Raad is dat de journalisten „onvoldoende onderscheid” hebben gemaakt „tussen de door de vonnissen gedragen feiten en omstandigheden enerzijds, en de daarop gebaseerde mening en opinie van verweerders anderzijds”. Feitelijk heeft Zembla zich bij de beoordeling van de feiten dus door de eigen „mening en opinie” laten leiden, een fenomeen dat ook wel bekend staat als tunnelvisie. Ook gooide het tv-programma beschuldigingen aan het adres van individuele officieren en aan het instituut Openbaar Ministerie door elkaar, met royaal gebruik van namen van personen. Die kregen bovendien onvoldoende gelegenheid om zich te verweren.

Met het verweer van de VARA dat er een ‘burger-perspectief’ is gebruikt en de uitzending wel „begrijpelijk” moest blijven, maakt de Raad korte metten. Dat ontslaat journalisten er niet van zorgvuldig om te gaan met vonnissen waarin alles draait om de precieze woordkeuze. Journalistiek parafraseren van rechterlijke uitspraken leidt snel tot het geven van een verkeerde betekenis of lading aan teksten.

De Zembla-uitzending leidde in april 2010 tot een debat met de minister. Daarin herinnerde het toenmalige Kamerlid Teeven (VVD) aan een uitspraak van de Raad tegen tijdschrift Vrij Nederland over dezelfde kwestie. In die uitspraak krijgt Vrij Nederland een vergelijkbaar, negatief oordeel.