Woordgrapjes, schmieren? Nergens

Diplomatenpost

De toon van de telegrammen is doorgaans zakelijk, discreet. Ronduit negatief zijn de Amerikanen nooit. Wie zich door de berichten ploegt moet de aardigheid zien van het feitelijk verslag.

Leonie van Nierop

Het meest voor de hand liggende verhaal over de gelekte Amerikaanse ambassadeberichten heeft (nog) niet in deze krant gestaan. Dat zou moeten gaan over de vraag wat de Amerikanen eigenlijk van Nederland vinden. En daarover zijn nu juist weinig expliciete bewoordingen te vinden in de 3.021 ambtsberichten die tussen 2000 en begin 2010 vanuit de Amerikaanse ambassade in Den Haag naar Washington zijn gestuurd. Waardeoordelen zetten niet de toon van de berichtgeving.

Daar waar Nederland wordt omschreven als een ‘belangrijke’ bondgenoot met een ‘sterke’ economie en een ‘effectief’ poldermodel klinkt het vooral of de ambassadeur probeert het belang van zijn post te benadrukken. Inhoudelijk zijn de cables overwegend neutraal. Ronduit negatief zijn de Amerikanen nooit.

De toon van de telegrammen is doorgaans zakelijk, opgeruimd, discreet. Om niet te zeggen: saai. Een beetje schmieren? Nergens. Woordgrapjes: geen. Dat Wouter Bos mos op zijn tanden liet groeiten, zullen we van de Amerikanen niet horen. Dan zijn er de codes (PP RUEHDBU RUEHPW RUEHSL DE RUEHTC #0543/01 2531435 ZNY SSSSS ZZH). En de afkortingen. Zo is een telegram getiteld: ‘Financiering van terroristen: Het Nederlandse perspectief op het aanvullen van NCR/NCRI als een AKA voor MEK.’ Zonder uitleg. Andere afkortingen laten zich raden. GONL: de Nederlandse regering, MFA: minister van Buitenlandse Zaken, reftel: het telegram uit Washington waaraan wordt gerefereerd.

De journalist die zich door de duizenden berichten heen wil ploegen, moet de aardigheid kunnen inzien van het feitelijk verslag. Dat is bij vlagen hilarisch. De beleefdheid en precisie waarmee om technici wordt gevraagd om naar een kapot kopieerapparaat te komen kijken. Of hoe de gemoedstoestand van Maxime Verhagen (CDA, destijds minister van Buitenlandse Zaken) in een noot wordt omschreven: „Verhagen gebruikte het woord ‘onthutst’, hetgeen een tolk vertaalde als ‘flabbergasted’. In Nederlandse oren klinkt ‘onthutst’ een klein beetje sterker dan ‘dismayed’. Desalniettemin gaf Zeverijn [ambtenaar van Buitenlandse Zaken] aan dat de opmerkingen van de minister meer overeenkwamen met het Engelse ‘dismay’.”

Ook mooi is het feit dat de Amerikanen in 2003 het onheilstelefoontje van een RaRa-activist naar de Haagse ambassade tot in detail doorbrieven:

„Beller: zegt iets in het Nederlands.

Amerikaanse ambtenaar: ‘Het spijt me meneer, ik spreek geen Nederlands.’

Beller: ‘U spreekt geen Nederlands?’

Amerikaanse ambtenaar: ‘Nee, het spijt me, dat spreek ik niet.’

Beller: ‘Ja, nou ik hoor bij een groep activisten die RaRa heet en er komt een, ehm, hoe noem je dat (kleine pauze) een explosie binnen dertig minuten bij de American Express in Rotterdam.’

De beller hangt onmiddellijk op.”

Af en toe lijkt het of de auteur pas na de borrel aan zijn verslag is begonnen. Zo stuurt voormalig ambassadeur Roland Arnall eens tien tikfouten in drie zinnen. Een luidt: „He [Nederlandse ambtenaar] also noteda certain reluctance on the part of the Dutch miitary to incorporate elements from yet another mlitary.” Namen worden vaak verhaspeld. PvdA-fractieleider Mariëtte Hamer wordt ‘Mariette Hammer’. Minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders (PvdA)? ‘Konders’.

Bij de tussenkopjes wil de diplomaat zich nog wel eens enige dichterlijke vrijheid gunnen. Na een verhandeling uit 2000 over Nederlands transport staat er: “P.S. De alomtegenwoordige Nederlandse fiets”. „Eerste stappen eerst”, is een ander kopje van hetzelfde kaliber.

De inhoud kan de lezer ook helpen. Want tussen uitgebreide notulen van vergaderingen, zoals die van de Chemische Wapen Conventie, en verhandelingen over de Nederlandse positie in Europees verband, staat ook wel eens iets waarvan de oren gaan klapperen. Vaak zijn het uitspraken van Nederlandse regeringsvertegenwoordigers. Dikwijls staat ze onder het laatste kopje, ‘commentaar’. Meestal in telegrammen die als ‘geheim’ zijn bestempeld.

Ook als er niks nieuws te melden is, doen de ambtenaren hun best om er wat van te maken. Zo is er een verslag van een filmvertoning op de ambassade. En bezoekt een medewerker van het Amsterdamse consulaat eens een Nederlands-Marokkaanse vrouwenconferentie in een moskee. Hij beschrijft hoe aanwezige politici zich bij de lunch niet onder de moslima’s mengen, maar bijeen klieken aan een eigen tafel. „Verbazingwekkend.”

Diplomaten lijken soms net journalisten. Ze kijken, luisteren, lezen en proberen hun bevindingen daarna helder op papier te zetten (waar de Amerikanen behoorlijk in slagen). Ze houden de Nederlandse pers ook scherp in de gaten, blijkt. En putten daar ook uit. Politieke analyses komen vaak regelrecht overeen met die van deze krant. Zo nu en dan slaan de Amerikanen de plank mis. Zo noemen de Amerikanen orkaan Katrina, die in 2005 New Orleans verwoestte, een ‘wake-up call’ voor Nederland. Nu zouden Nederlanders pas echt beseffen dat hun land onder de zeespiegel ligt.

Uit verschillende passages blijkt dat de Amerikanen Nederland met de nodige verwondering gadeslaan. Zo eindigt de memo over transport: „Zowel minister Netelenbos [PvdA, destijds minister van Verkeer en Waterstaat] als Ton Welleman [van Fietsberaad] waren, tot verbazing van de Amerikanen, onvermurwbaar in hun oordeel dat een wet die helmen voor kinderen verplicht zinloos is. De ongevallencijfers zijn laag, de Nederlanders zijn goede fietsers, en (belangrijker): geen overheid zou zo’n een maatregel kunnen voorstellen omdat die unaniem zou worden verworpen en genegeerd.” De verbazing zegt misschien meer over de Amerikanen, dan over Nederland.