Wanneer een gezin een gevangenis wordt

In 1997 werd voor het laatst gerapporteerd over omvang en aard van huiselijk geweld in Nederland. Veertien jaar later is het er niet beter op. Uit nieuw onderzoek van de ministeries van Volksgezondheid en Justitie blijkt dat er in de beslotenheid van gezinnen opvallend vaak geweld wordt gepleegd. Per jaar worden er tussen de 200.000 en 230.000 mensen regelmatig door getroffen. Daarbij komt het aantal van 1 miljoen slachtoffers van zogeheten incidenteel huiselijk geweld.

Nieuw in dit onderzoek is het hoge aantal volwassen mannelijke slachtoffers. De daders zijn meestal mannelijke gezinsleden. Broers. Zoons. Vaders. Maar vrouwen krijgen nog altijd het meest te verduren, vooral van gewelddadige (ex-)echtgenoten.

Vrijwel tegelijk met deze resultaten kwam de Onderzoeksraad voor Veiligheid met een hard rapport. Daarin wordt vastgesteld dat de jeugdzorg onvoldoende gelegenheid heeft om in te grijpen bij vermoedens van kindermishandeling. Door deze specifieke vorm van huiselijk geweld sterven er soms kinderen of lopen zij het risico op psychische en fysieke handicaps.

Kindermishandeling is onaanvaardbaar, volwassenenmishandeling ook. Het is ijselijk dat er zo veel Nederlanders worden getroffen door structureel of, als het ‘meezit’, incidenteel grof geweld in eigen kring.

Een antwoord ligt in versterking van de hulpverlening. Minder in het voornemen van de minister van Veiligheid en Justitie om de daders justitieel extra zware straf in het vooruitzicht te stellen.

De geweldpleger veronderstelt dat hij binnen zijn muren kan doen wat hij wil. Het vooruitzicht van een zware straf zegt hem weinig, hij doet niets fout, toch? Slachtoffers stellen ondanks alles meestal prijs op de relatie met hun gewelddadige familielid. Bij een extra zware straf ligt een breuk eerder in de verwachting – en die willen ze niet riskeren, dus verdedigen ze zich nog minder. Aanpak zonder erkenning van die ingewikkelde dader-slachtofferverhouding zal altijd mislukken.

Volgens het rapport van de onderzoeksraad dwarsboomt de privacybescherming de hulpverleners. Recht op privacy is van wezenlijk belang.

Maar het is niet bedoeld als schuilplaats voor een dader. Ook het recht op veiligheid en lichamelijke integriteit van een slachtoffer hoort zwaar te wegen. En de hulpverlener heeft ook rechten. Op minder tegenwerking bij het melden van geweld. Op steun bij een plan van aanpak. En, vooral, op het nadrukkelijk werken aan de weerbaarheid van een slachtoffer.

Binnen het gezin mag iedereen rekenen op geborgenheid. Anders wordt zo’n gezin een gevangenis zonder vluchtroute. Want verstoken van familie staat een mens, inderdaad, moederziel alleen, en dat is voor de meesten onverdraaglijk.