Potentaat én mentor

In de researchfase van het boek Alpe d’Huez (verschenen in 2007) ging auteur Johan Faber op bezoek bij Peter Post. Elke Nederlandse winnaar op die berg had op zeker moment van zijn carrière onder hem gediend. Faber, onder de indruk van het staccato van de gewezen ploegleider, besloot de letterlijk uitgesproken zinnetjes in dichtvorm te publiceren. Een stukje uit ‘Joop Zoetemelk’:

Geen omkijken naar – Joop/reclameert nooit/eten is goed, eten goed/eten slecht, nou jammer/bed is slecht, nou slecht/kamer slecht, slechte kamer/in het voorjaar: regen, sneeuw/ nou, sneeuw/tis zo/je hebt voor dat vak gekozen/dat is Joop

Ik lees de woorden en zie Post zitten in zijn witte, leren bankstel. Geestdriftig zwaait hij met zijn hoofd. Ondergetekende kreeg ook een gedicht. Een fragment:

Aparte filosofie van leven/heeft-ie nog steeds/past niet in het wielrennen/er zijn mensen, die hebben andere interesses/die mensen/moeten geen renner worden

Ik vind het een mooi gedicht. Zo gaat de laatste strofe:

Je moet ervoor leven/oogkleppen op

Ongeveer een jaar geleden sprak ik Peter voor het laatst. Hij was mild geworden. Een kleine kat kon er gelukkig net af: „Jij had toch een hekel aan trainen.”

Peter, begon ik, terwijl ik mijn gezicht in de plooi probeerde houden, „ik heb het je vroeger zo vaak uitgelegd: ik had een hekel aan inefficiënt trainen.”

Het ging er nog steeds niet in bij hem.

Wat er de laatste dagen door oud-renners over hem is gezegd klopt allemaal. Peter Post was een visionair. Smokkelaarszonen werden door hem in een merkkostuum gehesen. Zijn geld was correct. Fietsende paria’s werden sociaal verzekerde werknemers. Het beste materiaal was nog niet goed genoeg voor zijn jongens. De beste soigneur ook niet. Een ploeg is een collectief, geen bende anarchisten. Post was een keiharde, een potentaat. Een mentor.

De tragiek van Peter was dat hij met het ene been in een nieuwe tijd stond, terwijl het andere nog strak in het middeleeuwse slik (van de wielersport) zat vastgezogen.

Omdat de ouderwetse trainingsvorm – hele dagen met het verstand op nul in het zadel – mijn lichaam en ziel uitwoonde, zocht ik mijn heil bij alternatieve schema’s uit de atletiek waar meer systeem in zat. Peter vond dat waanzin, erger nog, hij vond het een gebrek aan professionaliteit. Zoals hij een gebrek aan professionaliteit bij me ontwaarde toen ik het traditionele wielerdieet (vreten wat de pot schaft) probeerde om te buigen tot een accurate, en wetenschappelijk meer verantwoorde dis. Maar het meest teleurgesteld was hij omdat ik op een hotelkamer naast de verplichte sportpagina’s en softporno soms een echt boek las. Dat was morele desertie.

En toch heb ik het zeven jaar bij hem uitgehouden. Of moet ik zeggen: hij heeft me zeven jaar lang getolereerd. Hij met zijn oogkleppen op, en ik met de mijne.