Oorzaak: gescheiden ouders

Na scheiding van hun ouders lopen kinderen meer kans crimineel te worden.

Ze presteren ook slechter op school, ze zijn depressiever en zullen zelf eerder scheiden.

Kinderen van gescheiden ouders plegen in de jaren na de scheiding drie maal zo vaak een strafbaar feit als kinderen van ouders die bij elkaar zijn gebleven. Dat blijkt uit het onderzoek waarop de Nijmeegse socioloog Marieke van de Rakt vorige week promoveerde. Het was niet het centrale onderwerp van haar onderzoek: haar proefschrift, Two Generations of Crime, gaat over de vraag wanneer kinderen van ooit veroordeelde vaders zelf het slechte pad op gaan.

Ze onderzocht een steekproef van mannen die in 1977 veroordeeld waren en hun kinderen; daarbij had ze een controlegroep gezocht van even oude, niet veroordeelde mannen en hun kinderen. In beide groepen bleek het effect van echtscheiding op het strafblad van de kinderen even groot.

Het gaat wel om heel kleine aantallen, vertelt ze. „De kans dat een kind in een jaar een strafbaar feit pleegt, is ongeveer 1 procent. In de eerste jaren na de scheiding van de ouders wordt die kans 3 procent. Maar in de meeste gevallen gaat het gewoon goed; veruit de meeste mensen krijgen nooit een strafblad. En naarmate de scheiding langer geleden is, neemt de kans weer af tot circa 1 procent.”

Maar dat betekent niet dat gescheiden ouders zich geen zorgen hoeven te maken om hun kinderen, benadrukt socioloog Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht. Hij gaat eens goed zitten voor een deprimerende opsomming van uit onderzoek bekende negatieve effecten van echtscheiding op kinderen: vijf op korte termijn en vijf op lange termijn.

In de periode na de scheiding maken kinderen van gescheiden ouders zich vaker schuldig aan crimineel gedrag en vandalisme. Ze hebben vaker last van somberheid, angsten en gebrek aan zelfvertrouwen. Hun schoolprestaties zijn slechter. Ze roken, drinken en blowen meer. En ze hebben vaker relationele problemen, ook met hun ouders.

En op lange termijn zijn ze ook slechter af. „Mensen van wie de ouders gescheiden zijn”, zegt Spruijt, „hebben zelf een twee keer zo grote kans op scheiding – drie keer als hun partner ook gescheiden ouders heeft. Ze hebben een lager eindniveau wat opleiding betreft. Ze hebben daardoor een lager inkomen. Ze hebben meer depressieve gevoelens en maken dus meer gebruik van de GGZ. En ze hebben op latere leeftijd een zwakkere band met de eigen ouders.”

Maar gelukkig, zegt ook hij, zet eventueel crimineel gedrag over het algemeen niet door. „Als kinderen weer in een stabiele situatie komen, houdt dat meestal op.”

Echtscheiding komt steeds vaker voor en wordt steeds normaler gevonden. Nemen daardoor ook de negatieve effecten op kinderen af?

„Nee. Kort en duidelijk: nee. Dat weten we doordat we de effecten van nu vergelijken met die van tien, twintig jaar geleden.” Sinds 1998, vertelt hij, krijgt bij een scheiding niet meer automatisch de moeder de voogdij, maar wordt het ouderlijk gezag gedeeld. „Sindsdien is de ruziefrequentie na scheiding duidelijk toegenomen. En veel heftige conflicten tussen de ouders waar de kinderen bij zijn – dat is veruit de belangrijkste risicofactor voor kinderen.” Belangrijker nog, zegt hij, dan geldgebrek en verminderd ouderlijk toezicht.

Dus als ouders altijd ruzie hebben, kunnen ze beter wel scheiden?

„Ja, als die ruzies dan ophouden. Anders hebben de kinderen er nog niets aan. Omgangsregelingen zijn vaak ook een aanleiding voor conflicten. Bij mensen die de zorg voor de kinderen fiftyfifty verdelen, gaat het dan ook beter. Co-ouders – nu al zo’n 20 tot 25 procent van de gescheiden ouders – maken minder vaak ruzie.”