Neemt het radicalisme toe, of verbeelden we ons dat?

In Rotterdam opent zaterdag de multimediale tentoonstelling ANGRY.

Het werk moet je op een andere manier laten denken over het begrip ‘radicalisme’.

„Radicalisme gaat om principieel en rechtlijnig zijn, ongeacht waar de maatschappij naartoe gaat.” Aan het woord is Sjors Remmerswaal (28), lid van de nationalistische actiegroep Voorpost. Op ANGRY: jong en radicaal, een groots opgezet multimediaal project in het Nederlands Fotomuseum Rotterdam dat zaterdag wordt geopend, is Remmerswaal een van de tien ‘radicalen’ die op een monitor vertelt wat hij eigenlijk verstaat onder ‘radicalisme’.

Niet ver van hem vandaan geeft Izz ad-Din Ruhulessin (24), student en publicist, eveneens zijn visie op deze term. Vier jaar geleden bekeerde hij zich tot de islam, inmiddels strijdt hij in zijn opiniestukken tegen ‘cultureel imperialisme’ en het problematiseren van allochtonen. „Er zijn eigenlijk twee definities van radicaal”, zegt de Nederlands-Molukse moslim. „De eerste definitie is heel simpel: dat is eigenlijk gewoon een scheldwoord dat in het publiek debat wordt gebruikt.” En dan is er volgens hem nog een ‘werkelijke definitie van radicaal’: „Dat je niet meegaat in wat de ‘mainstream’ zegt. En dat doe ik niet. Want wat de ‘mainstream’ zegt is ongelijkwaardigheid, racisme en discriminatie. En daar kan ik niet in meegaan. Dus ben ik radicaal.”

Op de videoschermen, die overal in het Fotomuseum zijn opgesteld, komen mensen met zeer uiteenlopende achtergronden aan het woord: van Provo-oprichter en politiek activist Roel van Duijn (67) tot kraakster Isa Kort (19) en Abé Sahetapy (57), een Molukse ex-radicaal die in 1975 bij het dorp Wijster een trein kaapte waarbij drie mensen werden geëxecuteerd. Volgens journalist en documentairemaakster Eefje Blankevoort, die samen met cameraman en fotograaf Thomas Roebers voor Paradox de interviews maakte, is er bij ANGRY bewust voor zo'n brede opzet gekozen. „We willen laten zien dat radicaal gedrag in alle lagen van de samenleving voorkomt. Bovendien geven mensen een verschillende invulling aan hun radicalisme: voor de een gaat het erom te leven volgens je idealen, terwijl een ander overgaat tot actievoeren of terreurdaden.”

Blankevoort vroeg de geïnterviewden telkens te reageren op steekwoorden als ‘schuld’, ‘verantwoording’ en ‘begrip’. Daar werd door de verschillende ‘radicalen’ zeer uiteenlopend op gereageerd. Terwijl Sahetapy, die uiteindelijk negen en een half jaar in de Nederlandse gevangenis verbleef en sinds zijn vrijlating werkzaam is als maatschappelijk werker, op een gemoedelijke manier vertelt hoe hij zich, na een periode van ‘zwart-wit denken’, steeds meer ging openstellen voor de Nederlander, waarschuwt Ruhulessin juist voor een toenemende kans op radicalisering onder allochtonen en moslims in Nederland. „De kracht van een jongen als Izz is dat hij pleit voor het gebruik van de pen”, zegt Blankevoort. „Hij probeert, door middel van de discussie de situatie voor allochtonen en moslims in Nederland aan de kaak te stellen. Hij doet dat door de confrontatie in het debat te zoeken. Tegelijkertijd waarschuwt hij ervoor dat als de politiek moslims als tweederangs burgers blijft behandelen, er uiteindelijk ook met stenen gegooid kan gaan worden.”

Afgezien van de video’s, die verspreid zijn over de expositieruimte, dient ANGRY eveneens als een platform voor het werk van 31 bekende en onbekende beeldmakers uit 13 landen. Onder hen zijn Rineke Dijkstra, Daya Cahen, Joel Sternfeld, Aernout Mik en Jules Spinatsch. De kunstenaars werden door Iris Sikking, projectleider van ANGRY, uitgekozen op thematiek die, direct of indirect, te maken heeft met radicalisering. Zo filmde Cahen in Rusland een zomerkamp van de Nashi, een pro-Poetin jongerenbeweging met duizenden aanhangers, en maakte Mik een geënsceneerde video waarop te zien is hoe niet alleen ME’ers radicalen uiteentrekken, maar ook andersom.

„Ik heb gezocht naar werk waardoor je op een andere manier gaat reflecteren over radicalisme” zegt Sikking, bestuurslid bij Paradox. Samen met Bas Vroege, directeur van Paradox, begon zij twee jaar geleden te brainstormen over een expositie met als werktitel ANGRY, de verbeelding van de radicaal. „Sinds de terroristische aanslagen op het World Trade Center in New York in 2001 en de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, is dit onderwerp een hot item in de media. Inmiddels hebben veel mensen het idee dat iedere radicaal wel een terrorist zal zijn. Maar is er wel sprake van een toename van radicaal gedrag onder jongeren, of is er ‘slechts’ sprake van scheve beeldvorming? Dat zijn vragen waar deze tentoonstelling aandacht aan besteedt.”

Los van de tentoonstelling hebben het Nederlands Fotomuseum, Paradox en Kosmopolis Rotterdam een educatief programma ontwikkeld voor middelbare scholen en voor het MBO. Ook wordt aanstaande zaterdag de website van het project gelanceerd. „We hopen dat als jongeren niet zelfstandig naar de tentoonstelling komen, zij binnen de school kennismaken met het onderwerp. Leraren kunnen in de klas een aantal lessen aan dit onderwerp besteden”, zegt Sikking. „Daarnaast proberen we ook jongeren thuis te bereiken. Daarom wordt er op de site ook campagne gevoerd met de test ‘Hoe Radicaal ben jij?’”

„Het woord ‘radicaal’ heeft een negatieve betekenis gekregen”, zegt Blankevoort. „Maar ik vind het juist dapper dat mensen bewust de keuze maken om zich tegen de gevestigde orde te keren.”