'Nederlandse orkesten zijn goed en ook nog goedkoop'

Lawrence Renes (40) maakte als jong Nederlands dirigent een vliegende start, maar werkt nu vooral in het buitenland. Bij De Nederlandse Opera leidt hij Het Sluwe Vosje.

Veertig is hij nu, de dirigent die vijftien jaar geleden bekende Nederlander werd door in te vallen voor het Concertgebouworkest. Lawrence Renes, toen 25, had het allemaal: talent, uitstraling, jeugd en durf. Welke twintiger durft het aan Wagners ruim vier uur durende opera Parsifal te dirigeren? Renes zat er niet mee. „Je groeit als dirigent door te doen. Maar ik heb met het Concertgebouworkest toen wel afgesproken dat ik er, na die paar vroege kennismakingen, een tijd niet meer zou komen. Heel jong voor zó’n orkest staan is eigenlijk raar.”

Renes woont met zijn gezin in Nederland, maar reist veel voor zijn werk. Een maand lang dirigeren in de buurt van huis, zoals nu bij de Nederlandse Opera, is een jaren tevoren gepland rustpunt. „In de zomer dirigeer ik altijd een maand opera in de Verenigde Staten, dat is onze vakantie.”

Tussen 1998 en 2003 was hij chef-dirigent van het Gelders Orkest, daarna volgde eenzelfde post in het Duitse Bremen (tot 2006). Op dit moment werkt hij eigenlijk overal. Dit seizoen volgen debuten bij de Staatskapelle Dresden, het Seoul Philharmonic Orchestra en de opera in Stockholm, naast veel gastdirecties elders in Europa, Azië en de VS. „Ik ambieer wel weer een eigen orkest, hoor”, zegt hij. „Maar dan moet het van twee kanten kloppen. Simon Rattle in Birmingham, Mariss Jansons in Oslo – dat waren chefschappen waar orkest en dirigent zich met elkaar en door elkaar ontwikkelden. Dat is ideaal.” Heeft hij aanbiedingen gekregen? „Die zijn er zeker. Maar nee, ik denk niet dat het er dit jaar nog van komt.”

De terugkeer van Renes als chef van een van de Nederlandse orkesten lijkt voorlopig dus onwaarschijnlijk. Hij noemt de geplande bezuinigingen „schandalig en rampzalig”. „Juist omdat ik veel in het buitenland werk, valt me op hoe hoog het niveau hier is. En dat voor zeer weinig geld, want de kaasschaaf is er eerder al stevig overheen gehaald. Toen mijn vrouw hier laatst haar Nederlands loonstrookje bekeek, dacht ze oprecht dat er een cijfer ontbrak.”

Renes sluit een baan in de Verenigde Staten, waar hij nu al frequent werkt, niet uit. Jaap van Zweden, chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra, besluit het concertseizoen traditioneel met een barbecue in eigen tuin, als bedankje aan de private geldschieters. Renes lacht. „Leuk toch? Mensen denken altijd dat dat een straf is, dat mecenassen saai zijn. Maar geloof me: iemand die miljoenen dollars investeert in een orkest is sowieso nooit saai.”

Janáceks Het Sluwe Vosje vindt hij „een briljante opera”. „Andere opera’s van Janácek, zoals Katja Kabánova en Jenufa, denderen in één onafgebroken lijn door. Het Sluwe Vosje is fragmentarischer en lastiger, maar dat maakt het ook interessant; als een stoptrein die stopt op allemaal interessante plekken. De spontaniteit is enorm. Soms bijna te; als je speelt wat er staat, hoor je de zangers bijna niet.”

Na deze opera dirigeert hij Bruckners Vijfde symfonie bij het orkest van oud-mentor en vriend Edo de Waart, het Hong Kong Philharmonic. En een nieuwe opera in Lissabon.

Om afstand te nemen rijdt hij soms naar vliegveld Lelystad, waar hij een dubbeldekker uit de Tweede Wereldoorlog heeft staan. „Mannenspeelgoed? Oh, nee! Voor mij was vliegen altijd een heel serieuze droom, vanaf mijn vroegste jeugd. In de lucht kom ik even los van alles.”