Missie in Tsjaad was ook een deal met Sarkozy

De Nederlandse militaire missie in Tsjaad in 2008 werd vanaf het begin gezien als deel van een politieke ruilhandel tussen de toenmalige coalitiepartners CDA en PvdA. Berichten van de Amerikaanse ambassade in Den Haag waarover deze krant beschikt, laten zien dat ook de relatie met Frankrijk een rol speelde.

De CDA-fractie stemde op 27 maart 2008 in met de uitzending van zestig mariniers naar het oosten van Tsjaad, een uitdrukkelijke wens van minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA). De mariniers zouden een half jaar gaan helpen bij het beschermen van ontheemden en vluchtelingen uit de West-Soedanese regio Darfur. Het CDA rekende in ruil op steun van de PvdA voor verlenging van de in 2006 begonnen missie in Uruzgan.

Een ambtsbericht van de Amerikaanse ambassadeur Roland Arnall suggereert op 15 november 2007 dat er een „expliciete overeenkomst” is tussen premier Balkenende en president Sarkozy: Nederland stuurt troepen naar de Franse ex-kolonie Tsjaad en Frankrijk stuurt troepen naar het ‘Nederlandse’ Uruzgan. In een bericht uit mei 2007 staat dat Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn zei dat „Nederland een overeenkomst probeert te sluiten met Frankrijk”.

Indien Franse toezeggingen over een troepeninzet in Uruzgan inderdaad hebben bijgedragen aan de overtuiging van CDA-leider Balkenende om akkoord te gaan met ‘Tsjaad’, dan zou de paradoxale conclusie zijn dat de sociaal-democratische PvdA de missie in Afrika mede te danken had aan de conservatieve president in Parijs.

Uit een ander bericht blijkt dat de toenmalige hoogste ambtenaar op de afdeling Afrika, Wepke Kingma, in juli 2008 zei dat de Amerikanen het best „een prijs” konden zetten op het hoofd van Joseph Kony, de leider van het moorddadige Verzetsleger van de Heer. Deze van oorsprong Oegandese rebellenbeweging is actief in onder meer Congo. Op het moment dat Kingma zijn uitspraak deed, ondersteunde de Nederlandse regering internationaal vredesoverleg met het LRA. Dat overleg liep toen volgens betrokkenen al mis.

In hetzelfde gesprek in juli 2008 toonde Kingma zich volgens de Amerikanen sceptisch over het internationale arrestatiebevel tegen Omar al-Bashir, de president van Soedan. Bashir was door het Internationale Strafhof beschuldigd van oorlogsmisdaden. Uit het bericht: „Hoewel Kingma duidelijk maakte dat de Nederlanders dit niet publiekelijk zouden zeggen, meent hij dat het werk maken van de aanklacht tegen Bashir schadelijk zal blijken te zijn voor onderhandelingen en waarschijnlijk averechts zal uitpakken.”

Huidig staatssecretaris Ben Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA) herriep twee weken geleden een uitspraak dat arrestatie van Bashir op dit moment niet de stabiliteit van Soedan ten goede zou komen. Nederland is gastheer van het Strafhof.