Leers in cassatie tegen uitspraak over uitzetten gezinnen

Minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel) gaat in cassatie tegen de uitspraak van het hof dat bepaalde dat gezinnen van uitgeprocedeerde asielzoekers met minderjarige kinderen niet op straat mogen worden gezet. Dat blijkt uit een brief die de minister naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De afgewezen en uitgeprocedeerde gezinnen houden volgens Leers voorlopig wel onderdak, totdat de Hoge Raad een uitspraak heeft gedaan. De minister zal daarvoor een speciaal vertrekcentrum inrichten waar de ouders moeten werken aan hun vertrek uit Nederland. “De voorzieningen in het centrum zullen sober zijn, met beperkingen aan de bewegingsvrijheid,” aldus Leers in de Kamerbrief.

Volgens Leers is “intensief faciliteren” van het vertrek van deze mensen uit Nederland makkelijker als ze niet verspreid over opvanglocaties in het land zitten. Hij wil de afgewezen gezinnen ook geld geven om Nederland vrijwillig te verlaten.

De minister is bezig met de voorbereiding van een groot pakket maatregelen uit het regeerakkoord om immigratie en asiel naar Nederland terug te dringen. Gedoogpartner PVV steunt het kabinet in belangrijke mate om die maatregelen gedaan te krijgen. Een deel ervan is volgens deskundigen in strijd met het internationaal (mensen)recht. Om dat deel van de plannen gedaan te krijgen, zouden internationale verdragen moeten worden aangepast. Dat is een lastig en langdurig traject.

Intussen lijkt Leers nu al, net als zijn voorgangers overkwam, tegen juridische grenzen op te lopen. Zo heeft een illegaal onlangs met succes het mobiele toezicht van de Koninklijke Marechaussee en de vreemdelingenbewaring aan de Nederlandse grens bestreden.

De rechter oordeelde vorige week dat een uitgeprocedeerde moeder uit Angola en haar drie kinderen niet op straat mogen worden gezet. Leers vindt het geen overheidstaak om gezinnen onderdak te bieden als de ouders zelf ervoor kiezen niet uit Nederland te vertrekken.