Kamer wil klaarheid mandaat missie

De Tweede Kamer heeft tientallen vragen over het precieze mandaat van de militairen die het kabinet wil meesturen met de voorgestelde politiemissie naar Afghanistan. Ook wil de Kamer weten uit welke begrotingen de missie wordt betaald. Het kabinet moet de vragen, ter voorbereiding van het politiek spannende debat van volgende week, nog deze week beantwoord hebben.

Voor het verkrijgen van een meerderheid voor de nieuwe missie van in totaal 545 man, kijkt het minderheidskabinet van VVD en CDA (52 zetels) allereerst naar GroenLinks, D66, ChristenUnie en SGP. Deze fracties, samen goed voor 27 zetels, staan niet onwelwillend tegenover het voorstel, maar laten hun definitieve oordeel afhangen van de antwoorden op hun vragen. Daarnaast hoopt premier Rutte tijdens het debat van volgende week ook fervente tegenstanders zoals PvdA, PVV en SP over de streep te trekken.

Voor een deel wordt de missie uitgevoerd onder EU-vlag. De rest gebeurt onder auspiciën van de NAVO.

Het kabinet zal in de antwoorden benadrukken dat het om een louter civiele missie gaat, gericht op het opleiden van Afghaanse politieagenten en niet op het bestrijden van de Talibaan. Een groter deel van de beschikbare mensen onderbrengen bij de opleidingsactiviteiten van EU, zoals sommige partijen suggereren, kan niet omdat Nederland met 40 man straks toch al de grootste bijdrage aan de zogeheten EUPOL-missie levert.

De opleiders die in Kunduz aan de slag gaan zullen zich in eerste instantie concentreren op de relatief veiliger stad en pas later de gelijknamige regio intrekken. Er wordt gewerkt in zes zogeheten Police Operational Mentoring and Liaison Teams elk bestaande uit vijf man van de marechaussee, negen militairen, één tolk en één gewondenverzorger. Mocht zo’n team in de problemen komen dan kan een beroep worden gedaan op een snelle reactiemacht van de Duitsers die de leiding hebben in Kunduz.

De missie die rond de 120 miljoen euro per jaar kost zal hoofdzakelijk betaald worden uit het fonds voor internationale samenwerking waaraan verschillende ministeries bijdragen en nauwelijks uit de begroting van ontwikkelingshulp.