Jonge Turken zijn een gat in de markt

De achtergrond van Turkse jongeren is geen handicap, maar een voordeel, betoogt Fatma Koser Kaya.

Illustratie Hajo

Met Turks-Nederlandse jongeren in Nederland gaat het, volgens tien Turks-Nederlandse professionals, niet goed. Zien die jongeren dat zelf ook? Afgelopen week plaatste ik een bericht op Facebook waarin ik de jongeren opriep te reageren. Dat maakte de tongen los. Ze wilden niet als groep worden behandeld, maar als individu.

Volgens mij moeten we ermee ophouden om Turkse jongeren alleen te zien als een risico of een probleem. In plaats daarvan moeten we kijken naar wat ze ons hebben te bieden. Anders wenden ze zich van ons af. We hebben hen hard nodig.

Het begin van de 21ste eeuw is een tijdperk van verregaande internationalisering. Op economisch gebied zijn de landsgrenzen gaandeweg vervangen door de mondiale vrije markt. De Europese Unie verdubbelde in tien jaar tijd haar ledental. Toegang tot het internet verbindt alle Nederlanders met de wereldwijde digitale snelweg.

Tegelijk herleeft het protectionisme. Ons imago in het buitenland is veranderd, van open en tolerant naar gesloten en kleingeestig. Het beleid van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) is meer gericht op Nederland dan op de wereld om ons heen.

Internationalisering als bedreiging voor ‘Nederlandsheid’ is een contradictio in terminis. De grootste constante in de Nederlandse identiteit is de naar buiten gerichte blik. Denk aan de internationale handel waarmee de Republiek der Nederlanden zich op de kaart zette, of aan Japan, waar Nederland als enige westerse mogendheid handel mocht drijven, van 1641 tot 1853, omdat we de Japanners niet probeerden te bekeren tot het christendom.

Met een economie die grotendeels op de dienstensector drijft, kennen Nederlandse bedrijven het belang van goede internationale betrekkingen. Niet voor niets werden diverse handelsmissies naar Turkije ondernomen. Bij het staatsbezoek in 2007 zijn grote multinationals, waaronder Shell, KLM, Unilever en Stork, meegegaan. Turkije, waarvan de economie in de eerste drie kwartalen van 2010 groeide met meer dan 9 procent, is een belangrijke handelspartner voor Nederland. ABN Amro heeft berekend dat we onze export binnen tien jaar kunnen verdrievoudigen als Turkije toetreedt tot de EU.

Nu al vormt die export het dubbele van de import. Nederland heeft in de eerste tien maanden van 2010 voor 3,8 miljard euro geëxporteerd naar Turkije. Turkije is dus van groot economisch belang voor Nederland. Daar moeten we rekening mee houden op de arbeidsmarkt.

In 1995 volgde 15 procent van de Turkse Nederlanders hoger onderwijs. Inmiddels is dat 38 procent. Voor de multinationals zijn deze mensen goud waard. Ze zijn goed opgeleid en ambitieus. Ze kennen de taal en cultuur van een belangrijke handelspartner.

Omdat succesvolle Turks-Nederlandse jongeren nog steeds worden aangesproken op het Turkse deel van hun identiteit, en niet op hun ambities en talenten, overwegen inmiddels velen om na hun studie te vertrekken. Uit onderzoek blijkt dat 51 procent van de moslims – Nederlandse Turken en Marokkanen – overweegt om te emigreren, 36 procent is dit stellig van plan. Dat is pure kapitaalvernietiging. Jongeren studeren in het buitenland, maken wereldreizen, werken een jaar in Australië of Spanje en spreken twee of drie talen. Landsgrenzen zijn steeds minder van belang.

Hetzelfde geldt voor werk. Veel hoogopgeleide afgestudeerden staan te springen om een baan in het buitenland. Beheersing van de taal van het gastland is dan onontbeerlijk. Van oudsher krijgen middelbare scholieren Frans en Duits. Met Turks als tweede taal op zak hebben ze een dikke plus in de internationale zakenwereld.

Het is voor Turkse jongeren van groot belang dat hun achtergrond niet wordt gezien als handicap, maar als meerwaarde. Kijk wat ze te bieden hebben: een tweede taal, een extra cultuur en een ander netwerk. In een internationale economie als de onze is het buitengewoon nuttig om zulke mensen binnen te halen. Met mainports als de Rotterdamse haven en Schiphol zijn hoogopgeleide Turken een meerwaarde. Het is doodzonde als ze niet kunnen aarden en uiteindelijk, goed opgeleid en wel, terugkeren naar het geboorteland van hun ouders.

We hebben flink geïnvesteerd in de Europese eenwording. Nu is het moment gekomen om te oogsten. Kijk buiten de geijkte paden. Dat is de Nederlandse wijze om met globalisering om te gaan. Kijk waar zich kansen voordoen en grijp die vervolgens met beide handen aan. Dus, Turks-Nederlandse jongeren: laat je niet in de put praten. Jullie zijn een gat in de wereldmarkt.

Fatma Koser Kaya is lid van de Tweede Kamerfractie van D66.