Innovatiekracht Nederland kachelt achteruit

Twee separate studies leveren alarmerende cijfers over de ‘kenniseconomie’. Nog even en alleen Polen doet het nog slechter dan Nederland, de rest beter.

Mooi, twitterde Maxime Verhagen gisteren. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, blijken Nederlanders een ondernemender volk dan Amerikanen. De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (CDA) verwees naar een welhaast euforisch persbericht van zijn ministerie waarin Verhagen zelf de groeiende Nederlandse bedrijvigheid looft. Bron: een analyse van het Nederlandse ondernemingsklimaat door het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS).

Het is een politicus zijn vak om de moed er in te houden en vooral aandacht te hebben voor de mogelijkheden, in plaats van de problemen. Het CBS stelt vast dat Nederland kampioen deeltijdwerken is in Europa, met de laagste werkloosheid en het minste aantal gewerkte uren per werknemer. En inderdaad duiden de cijfers over ondernemingslust op een positieve ontwikkeling, wellicht zelfs een cultuurverandering. Een groeiend percentage Nederlanders verkiest zelfstandig ondernemersschap boven de dienstbetrekking. De financiële crisis heeft Nederland zelfs koploper gemaakt bij de TEA-index, een graadmeter voor jong ondernemersschap.

Maar toch is dat niet meer dan een opsteker in een studie die vooral een lange reeks deprimerende cijfers heeft opgeleverd. Het innovatieve vermogen van de Nederlandse economie kachelt achteruit. Nederland bungelt onderaan met de omvang van investeringen die bedrijven in onderzoek en ontwikkeling doen. Bovendien is de trend negatief: andere bescheiden kennisinvesteerders als Spanje, Italië en Hongarije klimmen op. Nog even en die landen investeren relatief ook meer dan Nederland in onderzoek. Alleen Polen weten we nog wel even achter ons te houden.

In de jaarlijkse voortgangsrapportage over de ‘Kennis- en Innovatieagenda’, die vanmorgen door voorzitter Alexander Rinnooy Kan werd gepresenteerd, komt exact hetzelfde beeld naar voren. Ja, er is meer ondernemerschap, maar Nederland blijft achter met innovatie en met investeringen in kennis

Nederland is altijd zwakker geweest met investeringen doordat de dienstensector bovengemiddeld groot is. Maar dat is geen verklaring voor de daling van investeringen in innovatie. Tussen 1999 en 2009 is het percentage van het nationaal inkomen dat werd geïnvesteerd gedaald van 1,1 procent naar 0,9 procent. In dezelfde periode gingen de investeringen van Europese landen en van OESO-landen gemiddeld omhoog. Twaalf jaar geleden ontliepen Oostenrijk en Nederland elkaar niet, nu investeren de Oostenrijkers tweemaal zoveel als Nederland in R&D. Duitsland zat altijd hoger dan Nederland, maar investeerde tijdens de financiële crisis ook in verhouding meer.

Innovatie is één van de routes voor gevestigde economieën met een hoge arbeidsproductiviteit om economische groei te blijven realiseren, stelt het CBS. Van prijsconcurrentie moet Nederland het als economie niet hebben. Het huidige kabinet erkent dat belang en streeft ernaar „te behoren tot de top vijf van kenniseconomieën”.

„De innovatie houdt nog veel te wensen over”, zegt Alexander Rinnooy Kan in een toelichting. „Als een aantal factoren niet verbetert, halen we de doelstelling om bij de top vijf te horen niet.”

De KIA is een coalitie van bijna dertig organisaties uit de kenniswereld en het bedrijfsleven, waaronder VNO-NCW, MKB-Nederland, FNV en CNV. De belangenbehartigers zijn vier jaar geleden door het Innovatieplatform uitgenodigd voor het opstellen van de zogenoemde Kennisinvesteringsagenda. Nu het Innovatieplatform afgelopen zomer is opgeheven, wil het KIA jaarlijks de balans opmaken, wat betreft innovatie”, zegt Rinnooy Kan.

Het Innovatieplatform (IP) is in 2003 opgericht om „de innovatiekracht van Nederland te versterken. Ons land moest in 2010 weer een koploper zijn in de mondiale kenniseconomie”. Het IP was een „unieke samenwerkingsvorm tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap” die heeft gezorgd voor de permanente aanwezigheid van de kenniseconomie op de politieke en maatschappelijke agenda, schreef de voorzitter van het Innovatieplatform, premier Jan Peter Balkenende in zijn ‘technologie-testament’. Hij sloot af met een oproep aan het nieuwe kabinet. Het Innovatieplatform is volgens Balkenende succesvol gebleken in het samenbrengen van partijen. „Met de concurrentiekrachtagenda heeft het IP zijn visie op de noodzakelijke stappen voor de komende tien jaar nagelaten. Het is aan een volgend kabinet hierover besluiten te nemen.”

De laatste voortgangsrapportage af in 2010 was minder optimistisch. Sinds de oprichting van het IP is Nederland op de ranglijst van het World Economic Forum, gedaald van de derde naar de tiende plaats.