Hoe GroenLinks het pacifisme afzwoer

De steun van GroenLinks kan cruciaal zijn voor het doorgaan van de nieuwe missie naar Afghanistan. In de partij woedt een felle discussie. In het verleden leidden militaire acties vaker tot een schisma tussen de partijtop en de achterban.

Telkens als Nederland zich wil bemoeien met georganiseerd geweld in het buitenland, laait in GroenLinks een interne discussie op. Grote vraag, altijd weer: moeten GroenLinks-Kamerleden hun stem geven aan de steun, politiek of militair, die de Nederlandse regering wil toezeggen aan een NAVO- of VN-missie? Voor het huidige kabinetsvoorstel om politietrainers onder begeleiding van militairen naar Kunduz te sturen, is de steun van GroenLinks zelfs cruciaal voor een Kamermeerderheid. Zes eerdere discussies in GroenLinks op een rij.

1Irak uit Koeweit, 1991

Een jaar nadat de partij haar entree maakt in de Tweede Kamer (als fusie tussen CPN, PSP, PPR en EVP) ontstaat een stevig intern debat over een oorlog, de eerste invasie van Irak. Onder leiding van de VS willen de geallieerden het Iraakse leger uit Koeweit verdrijven.

De oud-leden van de PSP, de Pacifistisch Socialistische Partij, blijken met het opgaan van hun partij in GroenLinks het pacifisme niet te hebben verloren. GroenLinks stemt als enige Nederlandse partij tegen steun. Maar intern wordt ook besloten voortaan te stemmen voor vredesmissies onder mandaat van de VN. De partij steunt vervolgens een militaire operatie om Noord-Iraakse Koerden tegen de wraak van Saddam Hoessein te beschermen.

2Srebrenica, 1992

Een jaar later stemt de Kamerfractie voor de Nederlandse deelname aan de VN-missie in Bosnië. In dat jaar stemt de fractie voor het eerst ook voor de defensiebegroting. Het belangrijke woord in die dagen is ‘humanitaire interventie’ en de defensiespecialist van de fractie, Leoni Sipkes, zal zelfs pleiten voor een ‘massale militaire aanwezigheid’ in Bosnië, iets waar andere partijen niet aan willen.

Sipkes protesteerde eerst tegen ingrijpen in de Joegoslavische oorlog. In een Kamernotitie schrijft ze: „Het verleden heeft duidelijk aangetoond dat elke militaire interventie op de Balkan op een mislukking uitloopt.” Maar onder de indruk „van de tv-beelden van schietende milities, de brandende brandende huizen” voelde ze „een enorme druk iets te doen”.

3Kosovo, 1998

In 1998 meent de Kamerfractie dat het NAVO-dreigement van luchtacties de enige mogelijkheid is om genocide in Kosovo te voorkomen. Dit standpunt leidt tot een heftig debat in de partij. Pacifisten als Eerste Kamerlid Tom Pitstra protesteren luid. Net als enkele leden van het partijbestuur, zoals buitenlandsecretaris en anti-militarist van beroep Kees Kalkman. Tijdens een roerige bijeenkomst op het partijkantoor spreekt hij van „een misdrijf tegen de vrede”. Ook Kamerleden Farah Karimi en Ineke van Gent hebben bezwaren. De laatste zegt tegen de Volkskrant: „Aanvankelijk was 51 procent in mij vóór luchtacties en 49 procent tegen. Ik heb er na mijn besluit nog de hele nacht over gepiekerd. En dan zie je de beelden op CNN waar ik al bang voor was.” Uiteindelijk is 60 procent in Van Gent tegen.

Op een partijbijeenkomst in Utrecht zijn de 200 aanwezige leden stelliger. Ze lijken unaniem tegen. De partijraad, die enige tijd later bijeenkomt, is maar iets milder. Na een emotioneel betoog van partijleider Paul Rosenmöller komt een motie die de opstelling van de fractie afwijst, slechts vijf stemmen te kort. Rosenmöller zegt na afloop dat dit de „moeilijkste” periode uit zijn loopbaan is. De fractie besluit uiteindelijk een voorwaarde te verbinden aan steun: de bombardementen moeten zich beperken tot militaire doelen. Een ander resultaat van de discussie: de partij is niet meer voor de zo snel mogelijke opheffing van de NAVO. Dat rechtvaardigt de conclusie van historicus Verkuil, die in het recent verschenen boek Van de straat naar de staat concludeert dat de partij in deze periode „weer een belangrijke stap” heeft genomen in het „verder afstand te nemen van pacifisme en anti-militarisme”.

4Afghanistan, 2001

Die nieuwe opstelling blijkt na de aanslagen op de Twin Towers in New York. GroenLinks volgt de lijn van de Verenigde Staten. Bij deze aanslagen geldt artikel 5 van het NAVO-handvest: een aanval op één is een aanval op allen. En dus stemt de Kamerfractie voor steun aan de invasie van Afghanistan.

Maar de twijfel slaat alsnog toe als de zogenaamde Noordelijke Alliantie, een legermacht in Afghanistan, op het punt staat met Amerikaanse hulp de hoofdstad Kubul in te nemen. Rosenmöller had eerder in de Kamer gezegd dat hij „een militaire component” steunt, mits die „gericht, proportioneel en effectief” is. De vraag: is dat nog wel zo? De vele burgerdoden wijzen daar niet op. En dus lopen de gemoederen hoog op. Als Kabul eenmaal is ingenomen, verandert de Kamerfractie van standpunt. Ze besluit tot „opschorting” van haar „geclausuleerde steun”. De door de geallieerden gesteunde Afghaanse strijdgroepen dreigen volgens Rosenmöller etnische zuiveringen uit te voeren. VVD-leider Dijkstal zegt in de Kamer dat hij nu zeker weet dat met GroenLinks niet te regeren valt. De partij zakt in de peilingen in twee maanden tijd van 15 naar 11 zetels.

5Irak, 2003

De cirkel lijkt nu rond. Weigerde GroenLinks de geallieerden te steunen in de eerste Irakoorlog, ook deze tweede invasie moet het zonder de steun van GroenLinks doen. Toch is er een belangrijk verschil met 1991: Amerika kan sowieso maar op weinig steun rekenen, wereldwijd. Landen als Frankrijk en Duitsland zijn tegen. De Nederlandse regering besluit de oorlog alleen ‘politiek’ te steunen. Binnen GroenLinks blijft interne discussie uit.

6Afghanistan, 2003-2011

De partij steunt de Nederlandse inzet in het noorden van Afghanistan (besluit in 2004), maar stemt niet in met de missies in Uruzgan (2005 en 2007). Die in Uruzgan hebben volgens de partij te veel het karakter van een ‘vechtmissie’.

De beleidslijn is vanaf nu: iedere missie afwijzen die onderdeel vormt van de „offensieve militaire strategie van de Amerikanen”. Afghanistanmissies moeten zich beperken tot „defensieve presentie en opleidingstaken”. Dat is ook de opzet van de Kamermotie die de partij in april 2010 samen met D66 opstelt. Die haalt een Kamermeerderheid.

Toch is de partij inmiddels weer gaan twijfelen. Zeker tegen de missie die het huidige kabinet voorstelt in Kunduz bestaat grote tegenstand binnen de partij. De vraag is, weer eens: wat doet de Kamerfractie? En wat doet dat met het leiderschap en de populariteit van de partijleider?