GroenLinks mag het zeggen

GroenLinks kan het kabinet aan een Kamermeerderheid helpen voor een nieuwe missie naar Afghanistan.

De partijraad is tegen, maar dat blijft een adviesorgaan.

Telkens als Nederland te maken krijgt met georganiseerd geweld in het buitenland, laait in GroenLinks een interne discussie op. Grote vraag, iedere keer: geven ze hun stem aan de steun die de Nederlandse regering wil toezeggen aan NAVO of VS?

Voor partijleden, en zeker de pacifisten onder hen, zijn die discussies van groot belang. Voor Nederland meestal veel minder: de steun van de GroenLinks-fractie in de Tweede Kamer is altijd gewenst door het kabinet, maar nooit noodzakelijk.

Tot nu. Voor de nieuwe Nederlandse missie in Afghanistan is de steun van GroenLinks cruciaal. Want ook als de ChristenUnie en D66 het omstreden kabinetsvoorstel steunen – wat nog niet zeker is – dan is de stem van GroenLinks onontbeerlijk voor een meerderheid. En dit terwijl Mark Rutte nog altijd hoopt op „een ruime meerderheid”.

De tegenstand groeit. SP en PvdA zijn tegen. De GroenLinks-fractie is in beginsel voor, maar heeft nog vragen. Problematisch voor die fractie en haar nieuwe voorzitter, Jolande Sap, is dat GroenLinks-kiezers in grote meerderheid tegen een nieuwe missie naar Afghanistan zijn. Ook de leden zijn bijzonder kritisch. Dat bleek afgelopen woensdag al op een bijeenkomst met ‘specialisten in de partij’ en dat bleek afgelopen zaterdag opnieuw, toen de partijraad het dringende advies aan de fractie gaf niet akkoord te gaan met het kabinetsvoorstel. Deze nieuwe missie is te militair van aard, zo oordeelden de afgevaardigden van partijafdelingen met overweldigende meerderheid.

„Een helder signaal aan de fractie”, noemt GroenLinks-Kamerlid Ineke van Gent de uitspraak. Van Gent is afkomstig van de pacifistische PSP, een van de vier partijen die begin jaren negentig fuseerden tot GroenLinks. Ze voegt daar aan toe dat de partijraad „niet zomaar een clubje is”. Na het partijcongres vormt de raad „het hoogste orgaan van de partij”.

Maar het blijft slechts een adviesorgaan, met als taak te komen tot „richtinggevende conclusies”. De fractie, zo onderstreepte Sap dit weekeinde, maakt zelf een „eigenstandige afweging”. Ze kan de adviezen van de partijraad in de wind slaan.

Maar waar zal dat toe leiden? Wellicht tot dezelfde heftige discussies als over de eerste Golfoorlog (1991) en de NAVO-bombardementen op Kosovo (1999). Kees Kalkman, oud partijbestuurslid die werkzaam is bij het antimilitaristisch onderzoekscollectief VD AMOK en nog altijd actief binnen de partij, zegt dat de verschillen tussen toen en nu groot zijn. „Afgelopen woensdag spraken we in bijzijn van Jolande Sap over de missie. Normaal zijn er bij dit soort bijeenkomsten voor- en tegenstanders. Dat was nu niet zo: iedereen was tegen. Echt iedereen.”

Saillant is dat GroenLinks afgelopen april samen met D66 een motie indiende die het demissionaire kabinet vroeg te inventariseren of in Afghanistan behoefte bestaat aan zo’n civiele missie. Beide partijen meenden dat Nederland „actief betrokken” moest blijven „bij de wederopbouw van Afghanistan, ook op het gebied van veiligheid”.

De fractie zet wel vraagtekens bij de missie die het huidige kabinet voor ogen heeft. Ze wil ook niet dat die met ontwikkelingsgelden wordt betaald. Ook moeten er meer garanties komen dat de millitiaren alleen als begeleiders voor de politietrainers meegaan. Maar wat als het kabinet dit kan beloven?

Voor stemmen? Als ze dat doet, zal ze het zwaar krijgen op het partijcongres van 4 februari. Ze heeft de lat voor zichzelf al hoog gelegd. Marchanderen met de eigen idealen voor de macht, zo zei ze vorige week, dat zal ze nooit doen. En dus zal ze de missie als principieel juist moeten verkopen, net als de Duitse Groenen-leider Joschka Fischer in 1999 deed om zijn partij te overtuigen van militair optreden in Kosovo.

Jolande Sap op weg naar haar eigen ‘Joschka Fischer’-moment. Premier Rutte ziet dat wel zitten. Lukt het haar? Ze weet hoe je ja-zeggen moet verkopen. Maar ook als haar partijgenoten bijna als uit één mond ‘nee’ zeggen?