Een beetje zoet en melig

Pompoenen, zo schreef ik al, kunnen makkelijk verhullen dat ze naar niets smaken, of, om het duidelijker te zeggen: je kunt aan een pompoen wel zien of-ie rijp is (droog steeltje, doffe huid) maar niet of-ie lekker is. Soms snijd je zo’n bolle oranje pompoen open en snuift verrukt: de geur van meloen waait je tegemoet, maar dan droger en onrijper. Een andere keer waait je helemaal niets tegemoet.

Zie daar dan nog maar eens iets lekkers van te maken. Ja, met kilo’s specerijen lukt het wel, maar daarmee krijg je elke straatsteen wel tot iets smakelijks. En ook bij rijpheid smaakt de pompoen niet overdreven sterk: een beetje zoet en melig.

Ik denk altijd dat pompoen vooral bestaat omdat je er op een goedkope manier een hoop eten van hebt. En dat is een voordeel, daar wil ik niets aan af doen, maar een heel opwindende basis is het niet.

Ik heb er van alles mee geprobeerd: pompoensoep natuurlijk, zoals iedereen, maar ook pompoentaart (een beetje laf en nogal zwaar), geroosterde en gestoomde pompoen, in de couscous en in de risotto.

Sommige van die bereidingen waren best lekker: de risotto met heel veel rozemarijn en pompoen zag er mooi uit en rook heerlijk – dankzij de rozemarijn. De vraag kon in rede gesteld worden of die pompoen iets anders had toegevoegd dan kleur en meligheid.

Maar laat ik niet mijn eigen glazen gaan zitten ingooien, want ik at laatst een heel smakelijk pompoentje.

Mijn broer die vegetariër is en dus pompoen moet eten, had laatst couscous gemaakt. Heerlijke donzige couscous met gestoomde groenten – paprika, courgette, wortel – en uit de oven haalde hij een klein pompoentje. Hij bakte een enorme mep verse pepers en maakte daar harissa van. Bij elkaar was het heerlijk.

Ik vroeg naar het recept van zijn pompoen en toen begon hij honend te lachen. Het was zo helemaal géén werk dat van een recept spreken bespottelijk overdreven zou zijn.

Het recept luidde zo ongeveer: zet de pompoen langdurig in de oven. Nu ja, iets meer.

Dus doe als hij en maak die couscous zo, inclusief die pompoen.

Snijd het kapje van de pompoen en schep de zaden eruit. Giet in de buikholte de crème fraîche met een lepeltje van de bouillonpoeder (een andere goede bouillonpoeder mag ook). Zet de oven op 130 graden en laat de pompoen een paar uur staan zodat-ie helemaal zacht en gaar wordt.

Maak de couscous volgens de aanwijzingen op het pak. Snij de groenten in royale stukken en stoom ze in een stoommandje of in een zeef boven kokend water tot ze niet echt zacht zijn.

Ontzaad de pepers (dat is even een werkje). Bak ze in de olie tot ze zacht zijn. Voeg de specerijen toe, zout, citroensap, een half theelepeltje suiker en maal. Proef (een klein beetje, want het is heet) en breng eventueel wat meer op smaak door extra zoet, zuur of zout toe te voegen.