Duitsland maakte NAVO zenuwachtig

Even vreesde Amerika dat Duitsland zou besluiten Amerikaanse kernwapens op Duitse bodem te verwijderen. Maar al snel stond Duitsland weer in het gelid, met dank aan Nederland.

Tientallen jaren hadden de NAVO-landen al niet meer gediscussieerd over de Amerikaanse kernwapens die nog in Europa liggen, om te voorkomen dat er gedoe over kwam.

Maar nu hadden de Duitsers de doos van Pandora geopend, verzuchtte een hoge Nederlandse ambtenaar begin november 2009.

Directeur-generaal Richard van Zwol van het ministerie van Algemene Zaken sprak op 3 november van dat jaar met de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, Ivo Daalder.

Het ging in de eerste plaats over de verlenging van de Nederlandse missie in Afghanistan, en de politieke impasse waarin Den Haag in die zaak beland was.

Maar ook de kwestie van de kernwapens kwam aan de orde, blijkt uit een van de onlangs uitgelekte Amerikaanse diplomatieke ambtsberichten.

Bij de NAVO-bondgenoten was enige nervositeit ontstaan door het aantreden van het tweede kabinet-Merkel, een kleine week eerder. In hun coalitieakkoord hadden CDU/CSU en FDP het streven opgenomen dat de „in Duitsland verblijvende atoomwapens worden teruggetrokken”.

De bondgenoten vroegen zich af hoe hard de nieuwe Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle, van stapel zou lopen. En of hij misschien al steun had van andere NAVO-landen met kernwapens op hun grondgebied.

Meer dan twintig jaar na het eind van de Koude Oorlog zijn er in vijf Europese landen nog altijd naar schatting zo’n kleine 200 Amerikaanse tactische kernwapens gestationeerd.

Hoewel sommige van die landen, waaronder Nederland, nooit formeel hebben erkend dat dit het geval is, wordt er algemeen van uitgegaan dat het gaat om Duitsland, België, Nederland, Italië en Turkije.

In Rusland ligt een veelvoud van dergelijke wapens voor de korte afstand – geschat wordt zo’n 2.000.

Op 3 september had de toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen de Amerikanen nog verzekerd dat hij „interne Nederlandse discussies over de aanwezigheid van kernwapens in Nederland had geblokkeerd, omdat dit een NAVO-aangelegenheid is”, aldus een ander uitgelekt ambtsbericht. Maar de nucleaire ontwapeningsambities van het nieuwe Duitse kabinet maakten alles anders.

Nog maar een paar dagen was Westerwelle in functie of hij kwam al in Den Haag op bezoek. En een dag later zat topambtenaar Van Zwol al tegenover de Amerikaanse NAVO-ambassadeur Daalder om hem gerust te stellen. Van een „Nederlands/Belgisch/Duitse samenzwering” was geen sprake, verzekerde hij.

Berichten in de media dat Duitsland en Nederland hadden besloten samen te werken bij de nucleaire ontwapening klopten niet. Verhagen had bij zijn nieuwe collega juist onderstreept dat een debat over kernwapens in Europa gevoerd moet worden in NAVO-verband.

Ook NAVO-secretaris-generaal Rasmussen moest nog gerustgesteld worden. Dezelfde dag dat Van Zwol met Daalder sprak zat Westerwelle met Verhagen en hun Belgische collega Leterme bij de NAVO-chef.

Westerwelle bepleitte het nieuwe Duitse beleid, waarin Amerikaanse kernwapens van Duitse bodem teruggetrokken moeten worden.

Maar, schrijven de Amerikanen in een ambtsbericht aan Washington, „na gesprekken met bondgenoten, de secretaris-generaal en contacten begrijpen we dat de minister [Westerwelle, red.] benadrukt heeft dat Berlijn zal handelen op basis van consensus binnen de NAVO, en niet eenzijdig”.

Daarmee was de kou bij de NAVO nog niet helemaal uit de lucht. Nucleaire ontwapening was voor Westerwelle nu eenmaal een politiek speerpunt, terwijl de Amerikanen ongestoord wilden werken aan een nieuw akkoord met Rusland voor vermindering van het aantal strategische kernwapens (voor de lange afstand). De ‘Europese’ atoomwapens moesten maar even wachten.

In februari 2010 laaide de ongerustheid op het NAVO-hoofdkwartier even weer op. In de pers verschenen berichten dat de ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Nederland, België, Luxemburg en Noorwegen in een brief aan de NAVO zouden pleiten voor verwijdering van alle Amerikaanse kernwapens uit Europa.

Het bleek een canard. De vijf pleitten er in hun brief alleen voor dat de kwestie bij de NAVO op de agenda zou komen bij de eerste volgende top, in Estland.

En ze schreven dat wapenbeheersing en ontwapening hand in hand moeten gaan met „geloofwaardige afschrikking”.

Verhagen had aangehaakt bij Westerwelle, en samen met hun drie collega’s hadden ze de kwestie nu ondubbelzinnig tot NAVO-aangelegenheid bestempeld. En omdat de NAVO opereert met consensus, kon van eenzijdige maatregelen geen sprake meer zijn.

Samen schreven de twee ministers ook nog nog een opiniestuk, waarin ze stelden dat wapenbeheersing „een topprioriteit van de NAVO” moet worden, maar ook: „geloofwaardige afschrikking blijft essentieel”.

Op de NAVO-top in de Estse hoofdstad Tallinn kwam het kernwapenbeleid inderdaad aan de orde. En duidelijkheid kwam er ook – van de Amerikanen.

Minister Hillary Clinton van Buitenlandse Zaken zei dat een reductie van het aantal kernwapens niet uitgesloten is, maar dat Rusland dan meer transparantie moet betrachten en opslag elders bespreekbaar moet maken.

Daar kon Westerwelle het mee doen. De Amerikanen hadden het stuur weer in handen.

Toen de Senaat vorige maand instemde met de ratificatie van het START-verdrag met Rusland, voor de wederzijdse vermindering van strategische kernwapens, namen de senatoren ook een resolutie aan over wat de volgende stap zou moeten zijn.

De regering-Obama moest nu gaan onderhandelen met Rusland over de táctische kernwapens.