Duitsland bereid tot groter noodfonds

Besluiten hebben de Europese ministers van Financiën gisteren niet genomen in Brussel. Wel neemt de bereidheid toe om het steunfonds op te hogen.

Het gaat met duwen en trekken en op de achtergrond is er nogal wat binnenlandse politieke strijd, maar de Duitse regering lijkt nu toch bereid tot „aanpassingen” in het noodfonds voor de euro.

Minister Wolfgang Schäuble (Financiën) heeft de weg vrijgemaakt voor vergroting van het kredietvolume van het fonds. Een snel besluit daarover is echter niet te verwachten. De liberale coalitiepartner in de regering van bondskanselier Merkel ligt nog dwars.

Het noodfonds voor de euro, bedoeld om landen in de eurozone te helpen die kredietproblemen hebben, bevat nominaal 750 miljard euro. Daarvan komt 440 miljard van de zeventien eurostaten, 250 miljard van het Internationaal Monetair Fonds en 60 miljard van de Europese Unie (27 landen). Van de 440 miljard euro die de eurostaten fourneren, kan nu nog een bedrag van circa 250 miljard als kredieten worden vergeven; het resterende bedrag, 190 miljard euro, bestaat uit garanties.

Schäuble zei gisteren in Brussel dat Duitsland bereid is mee te werken aan een verandering van „het mechaniek” van het noodfonds. Dat kan betekenen dat ook de Bondsrepubliek, ondanks eerdere bezwaren, instemt met een regeling die het mogelijk maakt dat het fonds tot 440 miljard euro aan louter kredieten kan verstrekken.

Schäuble zei vorige week tegen buitenlandse correspondenten in Berlijn dat hij en bondskanselier Merkel tegen verhoging zijn van het totale bedrag waarmee het fonds moet werken. „Als je praat over uitbreiding van het fonds, terwijl nog niet eens 10 procent ervan is opgenomen, leidt dat automatisch tot bezorgdheid bij de markten”, zei hij. De bewindsman ziet het feitelijk beschikbaar maken van 440 miljard euro voor kredieten (in plaats van nu nog 250 miljard) niet als uitbreiding, maar als technische aanpassing.

Maar dat vindt niet iedereen. Veel Duitse politici, onder wie ook christen-democratische partijgenoten van Merkel en Schäuble, voorzien dat de „aanpassingen” van het noodfonds Duitsland wel eens meer geld kunnen kosten dan aanvankelijk gedacht. De liberale coalitiegenoot in Merkels regering, de FDP, heeft op de plannen voor het Europese noodfonds scherpe kritiek geuit. Zó scherp, dat Merkel afgelopen weekeinde op de rem is gaan staan en een snelle beslissing over het fonds heeft uitgesloten. Een beslissing is op z’n vroegst begin februari te verwachten, als de leiders van de EU-landen elkaar ontmoeten.

De Duitse Europarlementariër Silvana Koch-Mehrin (FDP) zei gisteren te vrezen dat haar land de „betaalmeester van Europa” wordt. „We moeten uitkijken dat de stabilisering van de euro niet uitloopt op een nachtmerrie voor Duitsland en de Duitse belastingbetaler.” Duitsland draagt als grootste EU-land het meeste bij aan het reddingsfonds – en loopt daarmee ook het grootste risico als een land zijn schulden niet kan terugbetalen.

Merkel en Schäuble zetten met hun maatregelen voor de euro in op een sterkere economische coördinatie in de EU. Daarvoor is uiteindelijk meer politieke integratie nodig. Beiden proberen tegelijk te temporiseren. Te snelle besluitvorming stuit de kiezers tegen de borst. In Duitsland worden dit jaar in zeven (van de zestien) deelstaten verkiezingen gehouden en hoewel regionale en lokale kwesties daarbij de boventoon voeren, bestaat altijd het gevaar van een afrekening voor de landelijke politiek.

Vorig jaar moest Merkels partij, de CDU, de macht in de belangrijke deelstaat Noordrijn-Westfalen afstaan, doordat de regionale verkiezingen daar samenvielen met de bij het Duitse electoraal impopulaire besluitvorming over steun aan het noodlijdende Griekenland. De kiezers hielden Merkel verantwoordelijk en liepen weg bij haar partij.