De geraffineerde stunts van multimediale Tijl Uylenspiegels

Het Belgische viertal dat zich ‘Neveneffecten’ noemt, valt nauwelijks te vergelijken met iets op de Nederlandse televisie. Je zou moeten denken aan de woede tegen commerciële geldklopperij van Radar (TROS), gebracht met de meligheid van BNN en de brutaliteit en handigheid in het gebruik van nieuwe mediatechnologie van PowNed, maar dan veel speelser en geraffineerder.

Hun kwajongensstreken herinneren nog het meest aan een multimediale Tijl Uylenspiegel, die praat op de ironisch plechtige toon van Kamagurka. Maar als ze met bier en chips voor de buis commentaar leveren, zijn ook de tekenfilmhelden Beavis en Butt-head nooit ver weg.

Jonas Geirnaert is in Nederland het bekendst, als animator en stem van de anarchistische kabouter Wesley. Lieven Scheire is zijn echte neef en het gezelschap wordt gecompleteerd door Jelle De Beule en Koen De Poorter. Ze treden op als cabaretgroep en maakten ook voor de publieke zender één al twee seizoenen vrolijke en kritische mediaprogramma’s.

Hun nieuwe serie Basta begon vorige week en betekende de doorbraak naar het Nederlandse publiek. De wereld draait door (VARA) besteedde een hele aflevering van De tv draait door aan een briljant uitgevoerde stunt. Het viertal liet zich in alle vroegte in een container opsluiten, die werd geplaatst op de toegangsweg naar een mobieletelefoonaanbieder. Toen de bewaking het nummer belde op de buitenkant van de container, kregen ze de jongens aan de lijn, die de man drie uur lang gek maakten door voor helpdesk te spelen, met nepdoorschakelingen, wachtmuziekjes en irrelevante antwoorden.

De lang voorbereide infiltratie die gisteren de hoofdmoot van het programma vormde, mocht er ook wezen. Een handlanger van Neveneffecten, Maxime De Winne, slaagde erin om aangenomen te worden als presentator van belspelletjes. Vier maanden lang misleidde hij in opdracht van een eindredacteur, die ‘Big Brother’ werd gedoopt, naïeve kandidaten met schijnbaar simpele vragen.

In Nederland zijn de lucratieve belspelletjes onder politieke druk van de buis verdwenen, maar in Vlaanderen tiert de zwendel nog welig. Fascinerend hoe net binnen de wet wordt geopereerd. Als de naam van een dier moet worden geraden, dan is het steevast een beest waar geen mens ooit van heeft gehoord: de toer, de takin of de napslak.

Ook de eenvoudige sommetjes blijken alleen te kunnen worden opgelost met een onbegrijpelijke rekensleutel. Een bevriende wiskundenerd weet die na maanden toch te kraken.

Een door de mol van Basta in de regiekamer verstopte microfoon onthult de reactie van de eindredacteur, woedend dat hij zo zijn bonus zal verliezen. Het is namelijk de bedoeling dat er nooit iemand wint. Voor de televisie gezeten gieren onze helden het uit van de pret en vallen elkaar in de armen.

In intermezzo’s spelen twee of drie van de cabaretiers ‘de Hendriken’, poenerige patsers met een Hollands accent. Wij zijn nu immers rechtser dan de Belgen.