Bezuinigingen op hoger onderwijs zijn funest voor de kenniseconomie

De studenten protesteren vrijdag tegen kortingen op het onderwijs. Ook andere maatregelen maken Nederland onaantrekkelijk, betogen Anton Franken en Bas Ibelings.

Het kabinet wil vanaf 2012 enkele honderden miljoenen euro’s bezuinigen op hoger onderwijs. Hierdoor verdwijnen duizenden arbeidsplaatsen aan universiteiten en hogescholen. Dat betekent een enorm verlies van kwaliteit in het wetenschappelijk onderwijs – dat bovendien minder studenten zal trekken, onder meer door de langstudeerdersmaatregel. De kracht van universiteiten als motor voor de kenniseconomie zal alleen daardoor al afnemen.

Daarbij blijft het niet. Het wegvallen van de gelden uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) betekent een nog verdere verschraling. Uit het FES is de afgelopen vijftien jaar ruim 3 miljard euro – de laatste jaren minimaal 500 miljoen euro per jaar – geïnvesteerd in kennis en innovatie. De FES-gelden, een pot met aardgasbaten, zullen opgaan in de ‘algemene middelen’, lees: de staatsschuld.

Dat de FES-gelden de komende jaren niet meer in de stimulering van innovatie en onderzoek worden geïnvesteerd, is van grote betekenis. Door op korte termijn geld te besparen, wordt Nederland op veel langere termijn een onaantrekkelijk land voor innovatieve bedrijven om in te investeren.

Het wegvallen van de FES-gelden kost meer dan euro’s alleen. Per jaar zullen duizenden wetenschappelijke onderzoekers minder worden opgeleid. Universiteitenvereniging VSNU becijferde dat vanaf 2015 een kleine drieduizend onderzoeksplaatsen verdwijnen, vooral onder de tienduizend promotieplaatsen in Nederland.

Het aantal wetenschappelijke publicaties vanuit Nederland zal, door het afnemende aantal onderzoekers, dalen met minimaal 10 procent. Die publicaties vormen het belangrijkste criterium voor de internationale reputatie van universiteiten. De reputatie van alle Nederlandse universiteiten, afzonderlijk en gezamenlijk ten opzichte van hun buitenlandse concurrenten, zal afnemen.

Een afgenomen internationale reputatie kost de Nederlandse universiteiten internationaal toptalent en heeft een negatieve invloed op het ‘geldwervend vermogen’ van Nederlandse universiteiten en andere academische instituten, bijvoorbeeld in Europese subsidierondes en samenwerking met innovatieve bedrijven.

Jaarlijks zal het aantal innovatieve bedrijven dat voortkomt uit een universiteit of hogeschool, afnemen met enkele tientallen. Elk bedrag van 100 miljoen euro dat in innovatief onderzoek wordt geïnvesteerd, levert drie à vier spin-offs op uit de Nederlandse universiteiten. Voorbeelden van dergelijke, inmiddels succesvolle bedrijven zijn Synthon, Crucell en Mercachem. Een bezuiniging van 500 miljoen euro per jaar betekent elk jaar dus een afname van twintig innovatieve bedrijven.

Elke investering van 100 miljoen euro in bèta- of medisch-wetenschappelijk onderzoek levert gemiddeld tussen de tien en dertig octrooiaanvragen op. Octrooien zijn voor de meeste innovatieve bedrijven van levensbelang om hun marktpositie te beschermen. Als de kans op nieuwe, technologische doorbraken aanzienlijk afneemt, zal het aantal octrooien op nieuwe uitvindingen jaarlijks afnemen met enkele honderden.

Alles bij elkaar levert het wegvallen van de FES-gelden dus meer verlies dan winst op. Binnen nu en tien jaar dragen de door het kabinet voorgestelde bezuinigingen bij aan een enorme verschraling van het onderzoeks- en ondernemingsklimaat in Nederland.

Voeg daaraan toe dat het regeerakkoord ook het mes zet in andere innovatiesubsidies – de plannen zijn om hierin nog zo’n 300 miljoen euro te bezuinigen in 2015 – en het beeld is compleet: deze regering laat de Nederlandse kenniseconomie vallen als een baksteen.

Het gaat niet alleen om het hoger onderwijs. Het kabinet investeert ook niet in onderzoek, innovatie of nieuwe ondernemingen. Dat kan niet zonder gevolgen blijven, op korte en langere termijn.

Innovatieve bedrijven zullen zich, wegens een gebrek aan goede arbeidskrachten, veel minder kunnen ontwikkelen in Nederland. Bedrijven uit het buitenland zullen zich eerder richten op Duitsland, de Verenigde Staten of Zwitserland, waar ondanks bezuinigingen wel extra geld wordt vrijgemaakt voor innovatie.

Nederland heeft nu nog alles in huis om te stijgen naar de topvijf van kenniseconomieën. Als het kabinet nu in goed onderwijs en onderzoek investeert, betaalt zich dat dubbel en dwars terug. President Obama van de Verenigde Staten loodste onlangs de America competes act door het congres. Die wet maakt grote investeringen in onderwijs, onderzoek en innovatie mogelijk. Al eerder, in een toespraak tot de National Academy of Sciences, sprak Obama wijze woorden: „Op economisch moeilijke momenten zijn er mensen die zeggen dat we ons het niet kunnen veroorloven om te investeren in wetenschappelijk onderzoek. Daar ben ik het fundamenteel mee oneens. Wetenschap is belangrijker voor onze welvaart, veiligheid, gezondheid, milieu en kwaliteit van leven dan ooit tevoren.”

Dit is een boodschap die Nederland zich ter harte zou moeten nemen. Bezuinigingen op het hoger onderwijs en minder investeringen in innovatie zijn funest voor Nederland en moeten geen doorgang vinden.

Anton Franken is vicevoorzitter van het college van bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen. Bas Ibelings is verbonden aan het KNAW-Nederlands Instituut voor Ecologie.