Bemoeienis VS met terreurbestrijding

De Amerikanen volgen de terrorismebestrijding in Nederland nauwlettend en prijzen terreurbestrijder Joustra. „Hij maakt graag gebruik van onze hulp.”

Tjibbe Joustra maakt meteen een uitstekende indruk op de VS.

Op 11 mei 2004 spreken twee diplomaten van de Amerikaanse ambassade in Den Haag met de zojuist benoemde ‘Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding’ (NCTb). De Amerikanen zijn zijn enthousiast. Joustra is „een topambtenaar met een uitstekende reputatie”, schrijft de ambassade vier dagen later. De NCTb is bovendien „opmerkelijk openhartig over de tekortkomingen die hij ziet in de Nederlandse terrorismebestrijding”.

Het is enkele weken na de bomaanslagen in Madrid. De benoeming van Joustra tot terrorismecoördinator – een nieuwe functie – laat zien dat terrorisme een topprioriteit van de Nederlandse regering is geworden. De Amerikanen vinden dat geen moment te vroeg.

Joustra ook niet. Hij vertelt de diplomaten hoe hij „meteen” structurele problemen van de terrorismebestrijding in Nederland heeft doorzien. Zijn eerste vergadering met minister Donner (Justitie) en Remkes (Binnenlandse Zaken) was veelzeggend. Iemand van de AIVD had laten weten dat de veiligheidssituatie „enigszins was verslechterd”. „Maar wat gaan we daaraan dóen”, had Joustra gevraagd. Volgens hem had niemand had het antwoord geweten.

Volgens de Amerikanen is Joustra de juiste man om de zaken op orde te krijgen. „Anders dan andere Nederlandse functionarissen verschool hij zich niet achter de noodzaak om consensus te bereiken”, meldt de ambassade aan Washington. „Minister Donner kan weleens de juiste man hebben gevonden.” De NCTb staat bovendien „open voor samenwerking met de VS en maakt graag gebruik van onze hulp”.

De ambtsberichten van de Amerikaanse ambassade, die deze krant in handen kreeg via de Noorse krant Aftenposten, laten zien hoe Verenigde Staten en Nederland samen de terrorismedreiging het hoofd probeerden te bieden. Maar van een gelijkwaardige relatie was geen sprake. De VS beschouwden Nederland als een „behulpzame bondgenoot ”, een jonger broertje dat wel wat hulp kon gebruiken. De Amerikaanse ambassade in Den Haag, zo blijkt, had daarom expliciete orders om de Nederlanders te assisteren waar zij kon.

Zoals in 2003. In de zomer van dat jaar klapt een grote terrorismezaak tegen twaalf verdachten die jonge moslims zouden hebben gerekruteerd voor de jihad, volledig in elkaar. Vrijwel al het bewijsmateriaal in de zaak is aangeleverd door de AIVD. De rechter veegt dat bewijs echter van tafel en spreekt alle verdachten vrij. In het vonnis krijgt het Openbaar Ministerie er van langs. De rechters vinden het gebrek aan eigen onderzoek van het OM „onzorgvuldig”, en „zorgwekkend”.

In de Haagse politiek leidt de vrijspraak tot felle reacties. Nog geen half jaar eerder zijn vier andere terrorismeverdachten eveneens vrijgesproken, omdat Justitie zich vooral heeft gebaseerd op ambtsberichten van de AIVD. Het gebruik van AIVD-informatie in het strafrecht moet worden verruimd, vinden veel politici.

De Amerikanen vinden dat ook. „Minister van Justitie Piet Hein Donner heeft zijn wake up-call gekregen”, schrijft de Amerikaanse ambassade. Direct na de uitspraak”, zo meldt de ambassade, heeft de Amerikaanse ambassadeur Clifford Sobel afspraken gemaakt met minister Donner en met Joan de Wijkerslooth, de baas van het Openbaar Ministerie. Ook op andere niveaus is er „overleg”: niet alleen over hoe informatie van inlichtingendiensten in de rechtbank kan worden gebruikt, maar ook hoe de financiering van terrorisme moet worden aangepakt, en hoe er undercover infiltranten kunnen worden ingezet. In de jaren die volgen zal de Nederlandse terrorismewetgeving stap voor stap worden aangescherpt. Van elke wetswijziging wordt door de Amerikaanse ambassade in Den Haag uitgebreid verslag gedaan.

De Amerikaanse ambassade houdt ook de ontwikkelingen rond strafzaken nauwkeurig in de gaten. In de zomer van 2004 ziet een surveillanceteam van de marechaussee twee jonge moslims langzaam door het centrum van Den Haag rijden. De twee maken opnamen met een videocamera – waaronder ook van de Amerikaanse en Israëlische ambassade. Later zal blijken dat de twee mannen onschuldige toeristen zijn. Maar in de zomer van 2004 is Nederland in verhoogde staat van paraatheid. In juni is Samir A. aangehouden omdat hij een aanslag zou voorbereiden. In zijn woning zijn plattegronden van Schiphol en de kerncentrale Borssele aangetroffen. Bewakingscamera’s hebben gesignaleerd hoe Samir rondhing bij het hoofdkantoor van de AIVD in Leidschendam.

Geen wonder dus dat zowel de Nederlanders als de Amerikanen de twee mannen in het centrum van Den Haag aanzien voor ‘verkenners’. Het incident leidt meteen tot koortsachtig contact tussen Nederlandse opsporingsdiensten en Amerikanen. Daarbij treedt het Nederlandse OM zelfs buiten de gebaande paden. Als de Nederlandse politie ongevraagd de namen en telefoonnummers van de twee moslims naar de Amerikaanse ambassade in Brussel, vraagt een juridische expert zich af of deze fax niet moeten worden beschouwd als een „onwettige verstrekking” moet worden beschouwd. Maar de Amerikanen zijn dan ook veeleisend. Ambassadeur Sobel vraagt in een gesprek met de AIVD dagelijkse contact met het team rond de ‘CT-infobox’, een geheim forum waarinAIVD, politie en IND inlichtingen delen. Uit het ambtsbericht van 30 juli blijkt dat de AIVD beleefd laat weten er later op terug te komen.

Het belangrijkste contact van de Amerikanen blijft al die jaren NCTb Joustra. De ambassade in Den Haag ziet de NCTb als het orgaan dat de centrale leiding in de strijd tegen het terrorisme op zich moet nemen. Maar dadendrang van Joustra stuit ook op weerstand, zo merken Amerikaanse diplomaten. „De AIVD, de Nederlandse inlichtingendienst, is sceptisch over de NCTb”, schrijft de ambassade op 21 februari 2006 in een verslag. Volgens de Amerikanen zijn eind 2005 „de spanningen opgelopen” Zowel de AIVD als de MIVD zouden vinden dat de NCTb zich te „te veel begeeft in het veld van de inlichtingenvergaring” – zich dus te veel met het werk van de diensten bemoeit. Bovendien zou NCTb de contacten met andere instanties monopoliseren. Een woordvoerder van de NCTb zegt in een reactie niet verbaasd te zijn. „Het is geen geheim dat er tijdens de start van de NCTb wat spanningen zijn ontstaan. Dat is ook logisch.” Volgens de NCTb zijn de problemen naar voren gekomen in een evalutierapport van de NCTb uit 2007. De Amerikanen, zo blijkt uit de cables van de ambassade, wisten het al eerder.