Arbeidspartij implodeert

Minister Ehud Barak stapte gisteren met enkele getrouwen uit de Israëlische Arbeidspartij. Er blijft niet veel van over.

Scheuringen zijn heel gewoon in de Israëlische politiek. Partijen komen en gaan, en hun opportunistische leiders springen snel over als hun partij minder succesvol wordt.

Ook de Arbeidspartij, Israëls oudste partij die Ehud Barak gisteren met acht getrouwen verliet, heeft een lange geschiedenis van uittreders. De stichter van de staat Israël, David Ben Gurion, verliet voorganger Mapai in 1965 en stichtte de beweging Rafi. Oud-legerleider Moshe Dayan richtte na een conflict zijn eigen partij Telem op. En de huidige president en oud-premier Shimon Peres verliet de partij voor Kadima in 2005. Israëliërs zijn het wel gewend.

Het uittreden van Ehud Barak uit de Arbeidspartij is vermoedelijk schadelijker voor de van oorsprong sociaal-democratische partij. Toen Ben Gurion, Dayan en Peres weggingen, stonden hun opvolgers klaar. Een Israël zonder Arbeidspartij was simpelweg ondenkbaar. Nu is de situatie anders. Barak neemt vier getrouwen uit de Knesset, het Israëlische parlement, mee naar zijn nieuwe partij Atzamaut (Onafhankelijkheid).

De acht achterblijvers aarzelen of ze naar Kadima van Tzipi Livni moeten overstappen, of naar de linkse partij Meretz. De Arbeidspartij kan imploderen als een beweging zonder vertegenwoordigers. Barak heeft, zoals commentator Gideon Levy vanochtend in de de partij gunstig gezinde krant Ha’aretz schreef, de partij geïnfecteerd als het computervirus dat het Iraanse atoomprogramma beschadigde. „Hij werkt in het geheim, verdeelt, slaat toe wanneer je het het minst verwacht en beschadigt zonder angst ongelukkige bevolkingen”.

De breuk van Barak met de Arbeidspartij is als de echtscheiding die zo lang op zich liet wachten dat niemand er meer op rekende. De oud-premier (1999-2001) en legerleider is al jaren zeer impopulair bij de slinkende achterban van de partij. De minister van Defensie geldt als een loyaal lid in de rechtse regeringscoalitie van Benjamin Netanyahu. Israël moet volgens Barak een sterk en onberekenbaar leger hebben dat altijd de eerste klap uitdeelt. Linkse schrijvers en columnisten spraken verder altijd schande van zijn flamboyante levensstijl en zijn desinteresse voor sociaal-economische thema’s.

Dat Barak zijn breuk voorbereidde met Netanyahu, duidt erop dat de leiders van Likud en de Arbeidspartij zich ideologisch aan elkaar verwant voelen. Netanyahu weet dat binnen de Arbeidspartij grote bezwaren zijn tegen de coalitie met onder meer de extreemrechtse partij Yisrael Beiteinu. In maart stond een partijcongres gepland waar Barak moest uitleggen waarom zijn regering geen stap verder is gekomen met het vredesproces met de Palestijnse Autoriteit. In één klap is hij – en Netanyahu – van een kritische achterban verlost. De coalitie kan verder, de loyale overlopers krijgen de ministersposten die vrijkomen.

De eerste drie decennia van het bestaan van Israël beheersten de Arbeidspartij en haar voorgangers de Israëlische politiek volkomen. Mapai, en later het Bondgenootschap, leverden de premiers David Ben Gurion, Moshe Sharett, Levi Eshkol, Golda Meir en Yithzak Rabin. Later volgden Shimon Peres en Ehud Barak. De partij, vooral populair onder oorspronkelijk Oost- en Noord-Europese Joden (Ashkenazim), werkte nauw samen met sociaal-democratische bewegingen in het buitenland. Met name op economisch terrein was dit terug te zien: banken waren genationaliseerd, de vakbonden kregen een sterke rol, en de bloeiende kibbutzbeweging streefde een vorm van collectivistische landbouw na.

Israël veranderde eind jaren zeventig definitief van politieke kleur. De nieuwe partij Likud won in 1977 de verkiezingen, en sindsdien is de Arbeidspartij alleen nog bij vlagen de grootste geworden. In het buitenland geldt de Arbeidspartij nog altijd als het redelijk alternatief van Likud; pro-vrede en anti-nationalistisch. In werkelijkheid waren het juist regeringen onder de Arbeidspartij die de kolonisten in bezet gebied hun gang lieten gaan. Het verschil was vooral de retoriek.

Na de moord op Yitzhak Rabin in 1995 bleef de Arbeidspartij in een leiderschapscrisis achter. De aanhang liep snel weg, Likud en het in 2005 gestichte Kadima zijn nu de grote politieke bewegingen. De laatste verkiezingen van januari 2009 leverden de partij het dieptepunt van dertien van de 120 zetels op. Barak zei gisteren dat zijn partij gekaapt was door extreemlinkse „postzionisten”. Het lijkt er eerder op dat het hele politieke landschap zo ver naar rechts is opgeschoven dat er voor de Arbeidspartij weinig toekomst meer is.